Congruent communiceren

Valse hond2

Het was mooi weer en ik ging een eindje lopen in een zo’n park waar oude mensen met hun kleinkinderen uit wandelen gaan en scholieren tijdens hun pauze op gemeentelijke lounchestoelen liggen met hun mobieltjes in de aanslag om met god en alle mensen te delen wat hen maar voor de voeten komt.
Het is eigenlijk een parkje van niets, zeker als nog geen blaadjes aan de bomen zijn, want dan kijk je er dwars doorheen en zie je dat er omheen het dagelijks leven gewoon doorgaat hoe gretig je ook slentert. Maar het is er rustig, in ieder geval zo rustig dat het opvalt als er een jonge vrouw van ergens in de twintig huilend als een kind op haar omafiets over de kronkelpaadjes rost. Ik zag en hoorde haar al van verre aankomen, maar zij reed zo snel en onbesuisd dat ik voor ik het wist moest kiezen tussen opzij springen en haar vragen wat er aan de hand was. Ik deed het allebei, twijfelaar als ik ben. Terwijl ik in de lucht hing op weg naar een veilig heenkomen, riep ik: ‘wat is er aan de hand?’
‘Mijn hond is vermist!’ huilde zij terug.
Dat heb ik weer.
Ik bedoel, ‘mijn hond is vermist!’? Wat is dat voor een zin? Als je je hond kwijt bent, schrijf je dat met een paar vette uitroeptekens onder een aandoenlijke foto van het dier op een A4tje, dat je dan een paar honderd keer kopieert om op lantaarnpalen te plakken. De vrouw keek nog even om, alsof zij wilde nagaan hoe de mededeling bij mij viel.
Nou, niet in goede aarde dus.
Ja, sorry, een jonge vrouw die haar verdriet uit als een nieuwslezer, dat is me te absurd voor medeleven. Noem mij harteloos, maar na zo’n zinnetje, hoe smartelijk geroepen ook, en hoe tragisch de aanleiding ook, vloeit alle deernis uit mij weg.
Sterker nog, ik schoot in de lach. Ze keek weer om. Nog verdrietiger. Dacht ik.
Hm. Ik heb eens een training voor persoonlijke effectiviteit gevolgd en al meteen na de eerste sessie constateerde het duo dat de training gaf dat ik incongruent communiceerde (en u dacht dat ú problemen had). Incongruent communiceren is dus dat je het een zegt maar het ander laat zien. Of andersom. Ik zal niet uitweiden over de 512 verkeerd uitgepakte gesprekken, waaronder enkele bizarre liefdesverklaringen, die mij na deze diagnose opeens weer te binnen waren geschoten. Voor wie zich er een of meerdere daarvan nu ook herinnert: sorry, ik bedoelde het niet zo.
Dat meisje waarschijnlijk ook niet, besefte ik opeens. Ze leed aan dezelfde aandoening als ik! We hadden een band! Meteen in het kielzog daarvan voelde toch nog compassie. Wat moest ik doen?
Erachteraan! Het goedmaken!
Voor iemand met mijn conditie, blijkt zo’n parkje dan nog behoorlijk uitgestrekt. Gelukkig huilde de vrouw nog steeds dat het een aard had, dus kon ik haar in ieder geval op mijn gehóór volgen, terwijl ik dwars door struikgewassen raasde om bochten af te snijden. De situatie die zodoende ontstond, maakte mij, toen ik haar op enkele meters na had ingehaald, om meerdere redenen verdacht. Weet ik nu. Achteraf. Wat zagen omstanders namelijk? Een jonge vrouw in tranen op de vlucht voor een man met hoed en wapperende regenjas.
Vijf minuten later had een van de scholieren een facebookpagina over mij gemaakt, en nog eens vijf minuten later had ik 63 volgers. Waaronder de hond, die geen facebookaccount had, en die mij dus – hij was helemaal niet vermist! – in het echt volgde, nadat hij uit het niets tevoorschijn was gesprongen om de vrouw te helpen. Hij was niet alleen erg groot, maar kon ook heel congruent communiceren. Ja, dat kon hij echt veel beter dan ik. Volstrekte eenheid van woord (Waf!), gebaar (Hap!), en expressie (Kwijl!).
Van goedmaken kwam natuurlijk niets meer. Op de brief aan haar die ik op alle lantaarnpalen in de omgeving plakte heb ik nooit antwoord gekregen. Terwijl ik toch best mooi kan schrijven, al zeg ik het zelf.
En heel congruent.
Dat dan weer wel.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.