Loslaten

Liggende boeddha

Op weg naar de trein kwam ik terecht in een groep Chinezen die uit de draaideur van een hotel wervelde. ze hadden allemaal dezelfde gelukzalige lach op hun gezicht en dito verwondering in hun ogen. De dag was amper begonnen, maar voor hen kon hij al niet meer kapot. Dit was leuk (vonden zij): de wind in de achterafstraat naast het station, de in zichzelf gekeerde fietsers die er tegenin klauterden, het zwerfvuil dat zich liet rondwaaien, het stuivende zand van de eeuwig opengebroken wegen rondom Hoog Catharijne… kortom, alles.
Je bent op vakantie of niet.
Ze droegen geplastificeerde kaartjes aan touwtjes om hun nek als kinderen op een schoolreisje in de Efteling. Voor schut, maar what the fuck, ze liepen ook allemaal op spuuglelijke sneakers en hun bespottelijk kleine rugzakken klampten zich vol proviand en reisbenodigdheden verbeten als apen aan hen vast, waardoor ze niet anders konden dan hulpeloos met hun armen gespreid rondlopen.
Voor schut, maar ook koddig. Aandoenlijk.
Je zou van Chinezen verwachten dat ze aan fietsers gewend zijn, en dus dat ze mij wel ergens in een ooghoek zouden hebben ontwaard en opzij zouden stappen, maar hun reisvreugde was kennelijk zo sterk dat ze alles wat aan thuis deed denken waren vergeten.
Hadden losgelaten.
Zouden Chinezen dat ook doen, loslaten? Of is dat weer zo’n westers dingetje? Ik had de neiging om de dichtst bijzijnde man te vragen hoe het zat, ik botste toch zowat tegen hem op, maar zag er vanaf omdat het me te ingewikkeld leek om de kwestie voor te leggen en ik bovendien niet zou weten wat ik met het antwoord aan zou moeten. Daar weer nieuwe vragen over stellen, vreesde ik. Stel dat hij zou antwoorden (ik vertaal even alles in het Nederlands): ‘Ja, wij Chinezen laten ook wel eens los.’ Wat zou ik dan moeten zeggen? Okay, bedankt voor de info, logisch, typisch oosters? Nee, dan zou ik natuurlijk meer willen weten. Wat laten ze los? En waarom? wat zijn de ervaringen? Hebben ze het al eens geëvalueerd? Dat soort dingen. Ik ben van beleid, immers.
Of hij zou zeggen: ‘Nee, loslaten, dat doen wij niet.’ Ook raar, zou ik dan denken. Iedereen laat wel eens iets los. Het is algemeen menselijk. Toch? Altijd maar aan alles vasthouden, dat trekt niemand. Maar goed, Chinezen misschien wel. Of ze durven niet anders, bang voor de partijleiding.
(Ja, sorry, ik heb veel vooroordelen, da’s ook menselijk.)
Voor alle duidelijkheid, al deze overwegingen schoten door mij heen terwijl ik probeerde langs en/of door die groep te fietsen en te vermijden dat ik die man aankeek.
Want ik was op weg.
Naar mijn werk.
Een vergadering.
In Den Haag.
Op het ministerie.
Over gewelddadige overvallers.
Echt waar.
De man had ondanks dat ik mijn nieuwsgierigheid geheim probeerde te houden en dus heel erg star voor mij uit staarde, toch mijn vraag gezien want hij sprong zo’n beetje voor mijn fiets en begroette míj zo mogelijk nog monterder dan hij de rest van de wereld al tegemoet trad, klaar om wat het ook maar was leuk te vinden. Dacht ik.
Met zijn vrouw trouwens, die hij god mocht het weten waarvandaan aan haar hand tevoorschijn trok en midden op de straat posteerde.
Hemelse glimlach. Maal twee.
Hij stak zijn mobiele telefoon vooruit.
‘You take picture?’
Leg dan maar eens uit dat je eigenlijk naar het ministerie moet. Die glimlachen waren onweerstaanbaar. Als hij me gevraagd had zijn gympen over te kopen had ik het ook gedaan.
Tijdens de remweg had ik mij alle zenuwentochten uit mijn leven herinnerd, de helletochten die ik iedere dag weer had gemaakt, op weg naar school, college, werk; om bus, trein, vliegtuig, boot te halen; om kinderen tussen crèches en huis heen en weer te fietsen – ja, het leven – maar had ik ook het chinese restaurant in een van de straten waar ik dan telkens doorheen raasde weer gezien, en waar altijd, echt altijd, in een soort mini tempel-schuine-streep-etalage een lichtje brandde voor het beeld van een liggende Boeddha.
Hemelse glimlach.
Ik glimlachte altijd terug. (die seconden loslaten op een dag, dat kon toen wel). Altijd!
Dus ook naar de Chinese man.
‘Yes! I take picture!’
Wel jammer dat ik van de weeromstuit álles losliet. Ook zijn mobieltje. Ja, te flauw voor woorden, maar het was zo.
Goed, die vergadering redde ik niet. Wel een hoop over gewelddadige overvallers geleerd.
Dat heb ik weer.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.