Het lievelingsboek van Cavia is Alice in wonderland / Through the Looking glass, hoewel het hem wel erg spijt dat er geen guinea pigs in voorkomen. Het boek bevat een citaat dat hij mij iedere keer voor de voeten werpt als hij een beleidsplan leest. Nee, een ‘visiestuk’ zegt hij altijd, een woord dat hij zo uitspreekt dat je alleen maar ‘vies’ hoort.
Het is een gave.
Maar goed, dat citaat. De situatie is dat de witte koning zijn twee lopers naar de stad heeft gestuurd om poolshoogte te nemen en aan Alice vraagt om te kijken of ze er al weer aankomen.
‘Just look along the road, and tell me if you can see either of them.’
‘I see nobody on the road,’ said Alice.
‘I only wish I had such eyes,’ the King remarked in a fretful tone. ‘To be able to see Nobody! And at that distance too!’
Plannen maken is in de toekomst kijken en dat is nogal lastig (ik ga hier niet dat uitgekauwde citaat van weet ik veel wie, een of andere quantumfysicus, maar niet Einstein – Niels Bohr, zeggen ze – optypen, want dat is te flauw hoor, zoek het zelf maar op).
Maar goed, wat zie je als je in de toekomst kijkt? Net zoveel als Alice: niets. De meeste mensen, zeker mensen die de dienst uit willen maken, vinden dat onvoldoende. Regeren is vooruitzien en er zijn maar weinig koningen die zo gauw tevreden zijn als de koning hierboven. De meesten willen iets om over te besluiten. Hoe schrijven wij dus op dat de toekomst nogal schimmig is en we eigenlijk geen flauw idee hebben van wat ons te wachten staat, terwijl we toch een kordate indruk willen maken? We houden het vaag, doen deftig, maken alles ingewikkeld.
Kortom, beleid maken voor gevorderden.
Maar goed, dan zijn we er nog niet. Want Cavia bijvoorbeeld, die door eindeloze exegese van Alice een behoorlijk doorgewinterde lezer is geworden, haalt altijd meteen alle rim-ram uit mijn teksten en vraagt dan: waar gaat het eigenlijk over?’
‘Een stip aan de horizon.’
‘Hm. Ik zie niets.’
‘Jawel kijk maar, daar.’
‘Maar wat is het? Het lijkt op een van mijn keutels. Als we erheen lopen, wat zien we dan?’
Goeie vraag. Laat ik het nu maar verklappen, wij van beleid hebben niet de brutaliteit van Alice, niet haar unverfroren eerlijkheid. Als we ‘niets’ zien, schrijven we toch ‘iets’ op.
Ook een gave.
Hoe? We maken bijvoorbeeld een houtskoolschets. Vaagheid doet ook aan mode, dus wat nu een stip aan de horizon is, was vroeger een houtskoolschets. Heeft u wel eens zo’n schets in het echt gezien? Ook van dichtbij? Zoiets blíjft vaag. En als je niest, heb je nog maar de helft over. Want zoiets fixeren, dat is griezelig natuurlijk. Veel te definitief. Dus bij het minste of geringste heb je alleen de contouren nog maar.
Ook zo’n fijn begrip om van niets iets te maken. Letterlijk en figuurlijk zonder inhoud. De omtrek, punt. Outline, hoor je ook wel eens. Als je het helemaal niet meer weet, vertaal je alles gewoon in het Engels. Da’s ook een soort deftig doen, acting posh.
De beroemdste stip aan de horizon die ik ooit in mijn werk ben tegengekomen, is een belofte van oud minister Donner uit oktober 2002.
Ja, kinderen, zo lang ben ik al beleidsmedewerker!
In zijn nota Naar een veiliger samenleving zegde mijnheer Donner een vermindering van criminaliteit en overlast in de publieke ruimte toe. Dat is mooi, vooral omdat hij daar cijfers aan verbond.
Stoer!
Wat schreef hij? Dat die vermindering met – indicatief – circa 20% tot 25% vanaf 2006 in het vizier moest komen.
Eh, stoer? Nee, vaag. Indicatief en circa en iets tussen 20 en 25 procent en dan vanaf 2006 in het vizier. Wie dus vier jaar daarna zijn verrekijkertje zou pakken, zou aan de einder de criminaliteit zien slinken, god mag weten met hoeveel procenten, maar toch ongeveer wel in de richting van behoorlijk wat.
Of zo.
Dat was geen stip, nee, dat was een houtskoolschets van contouren aan de horizon.
Inmiddels sterft het van de stippen aan de horizon. Het is een openbaar toilet voor cavia’s. Een pointillistisch universum van vaagheden voor bijziende politici. Want, eh… waar ging dat voorbeeld ook alweer over? Over een belofte van een minister aan de tweede kamer. Honderdvijftig grote mensen hebben dit gelezen en net als de witte koning uit Alice hun bewondering uitgesproken over de minister zijn goede ogen. Maar dan zonder de venijnige ironie van Lewis Carroll.
P.S. Ik moet opeens aan Steve Jobs denken, die in 2005 aan de Stanford University zijn commencement adress hield over connecting the dots. Zijn vertoog was simpel: ‘You can’t connect the dots looking forward and you have to trust that the dots will somehow connect in the future.’
Tja, vertrouwen. Dat is ook een heel gedoe, zie hier.
