Ik moest een stoel hebben. Een tuinstoel die je kon verstellen. Een standenstoel heet zoiets. En laat nu net bij de Blokker zo’n ding in de aanbieding zijn.
Of was het omgekeerd? Dat weet ik niet meer. Goed mogelijk, want laat mij zo’n folder zien & ik ben verkocht. Heb gekocht. Bedragen met strepen er doorheen, percentages die er dan nog afgaan, kassakorting (wat dat ook moge zijn), in te wisselen gouden dukaten, allemaal dingen die ik niet kan weerstaan.
Hoe dan ook, ik ging erheen.
Nu vind ik winkelen best leuk, maar in de Blokker eigenlijk niet. Deprimerende zaak. Dat komt door de rommel. Er zijn voortdurend allerlei ijverige en bleke pubers bij de schappen bezig om de zaak op orde te houden, maar dat is onbegonnen werk, want achter hen staan altijd klanten te dringen om de spullen weer van de planken te trekken en als het even kan ook uit de verpakking te peuteren om alles dan half geopend elders achter te laten omdat het toch niet was wat ze dachten. Het gevolg is een voortdurende staat van ontregeling waar ik gek van word.
Nee, dan liever de eeuwige en volslagen chaos van de bijna uitgestorven winkeltjes die gewoon alles (en dan ook nog eens onverpakt) verkopen. In Utrecht hebben wij bijvoorbeeld Woortman. Een drogisterij die in 1851 is op- en ingericht en nog steeds dezelfde dingen verkoopt uit dezelfde potten, aangevuld met wat er in de loop der jaren op de drogisterijenmarkt bijkwam.
Ik zal er geen opsomming geven, hoewel ik daar dol op ben (waarover in een volgend blog meer), maar volstaan met de constatering dat ik nog nooit teleurgesteld de winkel verliet. Ze hebben alles. Álles! En de wanorde die er heerst is zo totaal, dat het gewoon nutteloos is om je er aan te irriteren. Er gaat zelfs een soort helende werking vanuit voor zenuwlijders als ik. Alle denkbare zooi bij elkaar in één winkeltje, dat is dan kennelijk weer rustgevend.
Maar dat allemaal terzijde, want ja, die stoel, daar moest ik toch echt voor naar de Blokker. Op weg naar de hoek waar volgens mij de tuindingen moesten staan, kwam ik een vrouw tegen die rondom haar rechteroog zes sterretjes had laten tatoeëren. Van haar wenkbrauw naar haar jukbeen, van klein naar groot.
‘Ik vind de Blokker bij ons leuker,’ zei ze tegen haar dochter, die ongeïnteresseerd oliebollen at en als antwoord een wolk poedersuiker de winkel in blies.
Zulke situaties zijn niet goed voor mij. De idee dat de ene Blokker leuker kan zijn dan de andere en dat er mensen zijn die daar oog voor hebben, dat verontrust mij dus al, maar dat die mensen dan hun oordeel daarover hardop en verstaanbaar ter sprake brengen terwijl ik nog over hun verschijning an sich nadenk, dat maakt me gek. Zoiets blijft allemaal onverwerkt in mijn hoofd rondwaren. Nu, terwijl ik dit schrijf, zie ik nog steeds die sterretjes voor mij (betekenen ze iets, blijf ik mij afvragen, bijvoorbeeld iets dat met liefde of dood te maken heeft, wat mij wel zou aanstaan, of is het veel banaler en stond die vrouw ooit in de tattooshop en dacht ze: hm, sterretjes!; wat ook wel iets heeft, ook al is het absurd), en o, het hongerloze maar toch gretige staren van het meisje in haar papieren oliebollenzak (was die leeg of zat er nog wat in en hoe stemde haar dat?); raadsels waar ik nooit meer vanaf kom.
Maar goed, die stoel!
Die stoel bleek eerst onvindbaar en daarna wel te bestellen, maar dan alleen bij zogenaamde XXL-Blokkers, die een uitgebreider assortiment hebben.
Een XXL-Blokker! X…X…L..!
Die zag ik toen voor me. Een gigantische verzameling rotzooi inclusief die vrouw met haar dochter, die peinzend rondliepen om te bepalen of deze XXL nu leuker was dan die bij hen of niet, waardoor ze verdwaalden in die XXL, zo erg dat ze uiteindelijk moesten overnachten in een plastic tuinhuisje, waar ze ongemakkelijk in een standenstoel probeerden te slapen, met een douchegordijn of een stuk landbouwplastic als een deken over zich heengetrokken, hongerig, ja, ze waren natuurlijk hongerig, zo hongerig dat ze moesten huilen en er een traan over één van de sterretjes van de vrouw biggelde, waardoor die prachtig vergroot op haar wang aan het schitteren ging in het maanlicht.
Die stoel schrapte ik van mijn verlanglijstje. Kassakorting en/of gouden dukaten ten spijt. Wat een mens allemaal vergaart in zijn leven, dat is echt onverantwoord!
Op weg naar huis verzon ik wat ik met het niet uitgegeven geld zou doen.
Een tatoeage!
