Zevenduizender

1024px-Rakaposhi,_Pakistan
In de kleedkamer van de sportschool zei een man van een jaar of dertig tegen de jongen naast hem: ‘Ik heb afgelopen winter nog een zevenduizender gedaan.’
Kijk, dat zijn nog eens zinnen waar je wat aan hebt. Geheimzinnig, maar niet té, waardoor je niet onmiddellijk afhaakt, maar juist fijn nieuwsgierig blijft. Het aplomb waarmee de man zijn mededeling deed hielp natuurlijk wel. Want zonder zijn terloopse kapsones, was de zin gewoon onbegrijpelijk. Zoiets als ‘heden rijdt lijn A naar Rhijnauwen‘ of ‘Rangeerder Havermans, het plok is over!‘ dat zijn zinnen die je meteen weer vergeet (behalve ik dan, maar ik lijd aan een ziekte, dat telt niet).
Nu wilde ik dus weten wat een zevenduizender was. Magisch en eerbiedwaardig, want de jongen aan wie hij het vertelde, ging een stukje achteruit om ontzagvoller te kunnen knikken en buigen.
Welja.
Een zevenduizender, dat schiep afstand.
Leuke woordspeling, want die zevenduizend, dat waren natuurlijk meters, al wist ik niet waarom. Als mannen opscheppen, gaat het altijd over lengte, zoiets.
Hoe dan ook, iets van zevenduizend meter. Hij had het niet bij elkaar gepunnikt voor een goed doel, zo’n man was het niet. Hij zat in de kleedkamer van de sportschool, weet u nog? Een sportief type dus. Hij was inmiddels zeer traag en omstandig begonnen om zijn doorweekte en vastgeplakte t-shirt van zich los te trekken zodat wij konden zien wat voor een godenlichaam je moest hebben om zevenduizenders te bedwingen. Ja, bedwingen. De jongen had hem ondertussen gevraagd om welke het ging en de man had het hem gezegd, op een toon alsof hij dat dus echt helemaal niet boeiend vond: ‘Rakaposhi.’
Hm.
Zonder lidwoord. De naam viel zo achteloos in ons midden dat we allemaal even verstijfden.
Rakaposhi!
Lang leve de Bosatlas, want die had ik als kind eindeloos doorgebladerd, compleet gebiologeerd door alles wat ver en onbereikbaar was en geheimzinnige namen had. God mag weten waar ik ergens in mijn leven mijn reisangst en heimwee heb opgelopen. Niet achterin de klas van juffrouw Niessink.
Maar ik wist dus dat de Rakaposhi een berg was.
Zevenduizendzevenhonderdachtentachtig meter hoog.
7788!
Dat getal heb ik opgezocht. Hoe bizar, er is een hele sectie zevenduizenders in de wikipedia, allemaal reuzen in de Himalaya waar mensen hun stupide verveling dachten kwijt te raken.
Al die onherbergzame meters dromden opeens bij elkaar in de kleedkamer. Voeg daar de onderwijl opgezwollen persoonlijkheid van de klimmer bij en u kunt zich voorstellen dat het daar allengs benauwder werd. En het is natuurlijk toch al geen frisse ruimte, zo’n kleedkamer. De gestolde male chauvinistic scent zit er vijf millimeter dik op de muur en wat niet gestold is klampt je aan zodra je beweegt. Wat je moeilijk kunt voorkomen.
Niet dat de alpinist daar last van had, want die stond in gedachten weer triomfantelijk met een wimpel te zwaaien in de ijle lucht van zijn zevenduizender.
Hij snoof van genot.
Ik weet niet hoe het u vergaat in zulke situaties, maar ik krijg dan hele gemene gedachten. Ik zag de Rakaposhi voor me met die bedwingeland er bovenop en fantaseerde opeens niets anders dan gladde hellingen en diepe afgronden.
Dat is niet de kift. Reisangst en heimwee en zijn mijn góede eigenschappen. Ik koester ze om niet op een dag aan een parachute langs de rand van een ravijn te scheren, of aan een elastiek onder een brug te bungelen. Een mens heeft in dergelijke situaties niets te zoeken. Trouwens, ik werk op de beleidsafdeling van de reclassering en er zijn ononderbroken bezuinigingen gaande, dus adrenaline genoeg. Ik hoef maar naar een vergadering te gaan en ik sta bij wijze van spreken meteen met touwen en een pikhouweel op een gletsjer naar adem te happen.
Het leven, dat gebeurt hier. Niet elders.
Terug naar die kleedkamer. Daar was het gesprek intussen verschoven naar aardsere zaken als werk en verloofde. Wat wel jammer was, want niet half zo heroïsch, en ook nogal teleurstellend, want we zagen in gedachten allemaal zijn beeldschone verkering met een bij hem passend godinnenlichaam voor ons, die net terug was van de wereldkampioenschappen korte baan-zwemmen in Kuala Lumpur, of zoiets, maar dat was niet zo, nee, ze had hem verlaten voor een kaal ventje dat postzegels verzamelde. Toen hij thuis was gekomen van zijn zevenduizender bleek het hele huis leeg.
Op zijn rugzak met reservetouwen en extra zekeringen na.
Het leven gebeurt hier.
Wordt vervolgd.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.