Soms heb je van die dagen dat je van voren niet weet dat je van achteren leeft. Of andersom. Zo’n dag had ik vorige week, toen het meteen op weg naar het station al mis ging doordat ik de verkeerde hoed op had gezet, misleid door een paar wolken die over alles een onheilspellende geur van regen hadden geworpen (vraag me niet hoe dat kan, het was zo).
Op de hoek van de straat brak de zon door en een straat verderop voelde ik het eerste zweet al onder mijn veel te zwarte winterhoed losbarsten.
Niet veel later bleek dat mijn jas ook geen goede keuze was.
(‘Zweet u ook? Ja, ik dacht al da’k het rook. Ja, ik zweet. van mijn oksel tot mijn reet.’ Wat moet een mens met zo’n geheugen? Het laatste wat ik wil is liedjes van het Leische Studentencabaret zingen, maar ik doe het toch. In mijn hoofd dan. Even erg.)
Goed. Van teruggaan was geen sprake. Ten eerste omdat ik daar niet tegen kan (u wilt niet weten hoe vaak ik verdwaald ben omdat ik doodgewoon weigerde op mijn schreden terug te keren, het is een ziekte), ten tweede omdat ik dus een trein moest halen.
Ik vind hard fietsen leuk, vooral als het druk is. Ik kan dat ook erg goed, al zeg ik het zelf. De meeste verkeersgenoten zien dat anders, maar zeker weten doe ik dat niet, want ja, ik fiets dus erg hard en kijk niet om.
Zeker niet als ik onderwijl ook nog eens mijn jas uit moet trekken.
En op moet vouwen.
Ja, neurose.
De ene mens heeft een lievelingskleur, de ander een favoriete aap in de dierentuin en ik heb een hele fijne plek in mijn enige eigenste fietsenstalling. Alleen, dat weet niemand. Laat staan dat iemand er rekening mee houdt. Enfin, u raadt het al, op ’zo’n dag je dat je van voren, enzovoort…’ is die ene hele fijne klem in het rek linksachter dus bezet.
Woede!
Paniek!
Verdriet!
(In willekeurige volgorde, simultaan kan ook.)
Maar de trein wacht niet, dus mijn rijwiel elders neergezet.
Rechts.
O, alles andersom!
Gruwelijk!
Terwijl de rest van Nederland al god mag weten sinds wanneer met een chipkaart reist, koop ik nog gewoon losse kaartjes omdat ik bang ben dat ik per ongeluk incheck als ik tussen die poortjes doorloop en dan maanden later erachter kom dat ik de spoorwegen nog 6.591,95 euro schuldig ben. Die angst is groter dan de angst dat het kaartjesapparaat mijn pas opvreet. Of dat ik dat kaartje verlies.
Pick your fears, is mijn motto.
Maar daar gaat het nu niet om. Of misschien toch wel. Weet ik niet. Zien we aan het eind van deze blog wel.
Goed, de trein gehaald, vergaderd, veel te veel koffie gedronken, en ergens op een van de wc’s die ik daardoor moest bezoeken niet mijn treinkaartje, maar het kaartje van de fietsenstalling verloren.
Ik kon het nergens meer vinden.
De hele terugweg ernaar gezocht.
Hoeveel broek- en jaszakken heeft een man nodig?
Geen flauw idee.
Maar als je iets kwijt bent, heb je er teveel.
Terwijl ik me voor de zesde keer het rambam schrok van een klef dropje dat in de binnenzak van mijn nutteloze jas een geheim insect nadeed, zag ik de man van de fietsenstalling voor me. Die had een hekel aan mij, dat wist ik zeker, want ik fiets altijd zijn helling op en af en dat mag niet. Regelgeving is prima hoor, maar die helling maakt de jongen in mij wakker en dat is me een overtreding en zijn chagrijn wel waard.
Maar nu had ik dus spijt van die rebellie, want hij zou wraak gaan nemen, wedden?
Zonder kaartje geen fiets. Sterker nog, de politie erbij!
Welnee!
Hij was er helemaal niet. Er was een hele lieve Marokkaanse meneer die ook wel snapte dat je zo’n stom klein briefje makkelijk kwijt raakt. Zeker als je de verkeerde hoed op hebt, en een jas voor niks met je mee moet slepen en je je fiets onvoorbereid rechts moet wegzetten in plaats van links en dat je dan alles precies andersom moet doen en dat je dan dus, eh…
‘Iz wiedusj,’ vond hij.
Het komt nog eens goed met de wereld.
Geen verdere uitleg nodig, ook al wilde ik die graag geven. Maar nee, echt dat hoefde niet.
Alleen mijn rijbewijs wilde hij.
‘Jij gaat fietsj halen, ik jouw identiteit kopjéren.’
Zo gezegd, zo gedaan.
Dus als nu in de stad nog ergens zo’n zenuwlijder ziet rondfietsen, dan weet u hoe het komt.
