In your face!

In your Face 1

De man die opeens naast mij fietste was lang.
Heel erg lang. Er cirkelden mussen rond zijn hoofd om te kijken waar ze een nestje konden bouwen.
Dit verzin ik. Het is een hyperbool. Vind ik leuk.
Maar hij was wel irritant lang, dat verzin ik niet.
Of, nou ja, lang is natuurlijk relatief en in dit geval ook erg subjectief, want ik vind lang al snel irritant. Mijn eerste vriendinnetje was een kop groter dan ik (laat dat ‘tje’ dus maar weg) en mijn moeder maakte daar altijd grappen over. Kwam met het keukentrapje aan als ik een date had.
Zij maakte (en maakt!) overal grappen over.
Mijn moeder.
Vooral cynische. Genadeloos.
Ja, ik heb dat van haar. Maar dan nog erger.
Familiekwaal.
We kunnen niet anders, ik in ieder geval niet, als ik niet cynisch zou zijn, was ik na een dag dood(ongelukkig) en/of stapelgek.
Ik weet niet waarom ik dit vertel.
Omdat ik moet.
Als ik niet…
Achteraf beschouwd had mijn moeder wel gelijk. Marie-Anne Tuyl en ’t Waal was niks voor mij (ja, ook haar naam was lang, nomen est omen op een rare manier), maar zoiets besef je niet als je zestien bent. Als je zestien bent besef je niks. Je leven is dan heel simpel. Je hebt hormonen, en hormonen, en dan de rest van de wereld.
Eh, ik dwaal af…
Die man.
Zijn fiets had allerlei extra stangen en verlengde buizen. En een overdadige warboel van nerveuze kabeltjes. Een paar hendeltjes aan zijn stuur. Een kilometerteller-schuine-streep-snelheidsmeter zo groot als een iPad mini met kleurige grafiekjes die met iedere driftige trap van vorm en kleur veranderden.
In your face!
Ja, een fiets kan dat ook zijn.
Uit zijn oren kwamen ook kabeltjes.
Telefoonkabeltjes.
‘Roeland, jongen, iedereen weet dat het dames A-team helemaal niks is,’ zei hij. Op de toon van iemand die altijd gelijk heeft.
Krijgt.
Ik ging in zijn kielzog rijden.
Arme Roeland. Had het hele jaar zijn stinkende best gedaan met zijn meiden en nou als dank zo’n brute opmerking.
De man keek op zijn horloge. Hij moest nog ergens heen. Naar de crèche, schatte ik. Of de naschoolse opvang. Zouden zijn kinderen ook zo lang zijn? Aan het voorstoeltje was niet veel te zien en het zitje op de bagagedrager leek ook normaal. Maar wat weet ik van kinderstoeltjes? Niet veel. Het leek me niettemin sterk dat ze die ook in verlengde versies verkochten. Aan de andere kant zou het me niks verbazen als die man ze net als zijn eigen fiets zelf ontwierp en ergens in een ver land liet produceren. Opeens verscheen zijn LinkedIn pagina voor me: “owner at Big Bicycles”.
Iedereen is tegenwoordig owner. Directeur van zichzelf. Niks voor mij. Een oude Joodse vervloeking is: ik wens je veel personeel. In mijn geval is één genoeg. Als ik mijn eigen personeel was, zou ik mezelf te gronde richten.
De lange man had daar geen last van. Een geboren ondernemer, dat zag ik zo. Vraag me niet waarom. Ik zag zijn kinderen nu ook voor me. Twee blonde jongens met verantwoord vuile gezichten en dito kleren. De oudste in de volle uitrusting van een hockeykeeper; zo’n masker als Hannibal Lecter in Silence of the Lambs draagt, en een stick in zijn handen alsof hij het ding als beleg van een stokbroodje in de rust op zou opeten.
De jongere zat in zo’n supersonische kinderbolide waar je eigenlijk wegenbelasting voor zou moeten betalen – vind ik – te kraaien met een te luide hese stem en een veel te uitgebreid vocabulair voor zijn leeftijd.
In your face!
Het was erfelijk.
Sommige mensen hebben dat. Meestal mannen. Alles wat ze aanraken en/of voortbrengen, wordt even brutaal en onafwendbaar als zijzelf. Omgekeerde brokkenpiloten zijn het. Ze dwingen het geluk niet af, nee, ze hebben er aandelen van. Wie ook wat wil, moet aan hen toestemming vragen.
Irritant.
Vooral voor Roeland, die niets vermoedend op een of ander roemloos jeugdteam afstevende vol slome pubers die alles bizar vonden als het niet meteen epic was. In een Amerikaanse film combineren dan alle spelers van zo’n elftal hun coming of age met onvermoede talenten en allengs groeiend fanatisme, om in de bloedstollende finale van de competitie het team van die pedante lange vent te verslaan, maar hier in Nederland en in het echte leven komt Roeland er ‘s avonds achter dat hij de coach van zijn eigen dochter wordt en zijn grootste zorg zal zijn dat ze op tijd en nuchter op het veld verschijnt.
Nou hyperbool ik weer. Ik weet dat natuurlijk allemaal niet. Ik verzin het.
Leuker.
Maar dat Roeland zijn oude team kwijt is, niet. Niet verzonnen en niet leuk. De lange gooide hem zijn besluit voor de voeten, gevolgd door: ‘Ik moet nu verder, laten we er morgen op de club even over doorpraten.’
Case closed. Hij trok de snoeren uit zijn oren en frommelde ze in zijn binnenzak.
En keek om.
Omlaag.
Naar mij.
‘Hé, jij daar! Moet je per se de hele tijd achter mij aan fietsen?’ vroeg hij.
Het was zíjn kielzog.
Ik knikte.
’Hoezo dan?’
‘Ik wil weten hoe het afloopt.’
‘Wat?’
Toen vloog er een mus tegen hem aan.
Recht in zijn gezicht.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.