Broek

Woelrat

Ergens in de jaren 80 kocht ik een zwarte leren broek, In de uitverkoop. Destijds was zo’n broek sexueel neutraal. Ik leg nog uit waarom ik dat per se opschrijf.
Mijn achterbuurman was een gecertificeerde relnicht die er dagelijks een droeg, maar mijn toenmalige zwager, die zoals hij mij vaak zei ‘meer vrouwen had gehad dan ik aardappelen gegeten’ droeg er ook vaak een.
Een leren broek was van alle gezindten en ik had er dus een, die zonder dat ik het wist in de afgelopen twintig jaar van liever lede een homosueeel attribuut werd. Daar kwam ik pas achter toen ik na een grote schoonmaak dat ding uit de kast haalde (pun intended) en op marktplaats zette.
Mijn god, de details die ‘geïnteresseerden’ over die broek wilde weten! Binnenbeenlengte, buitenbuitenbeenlengte, taille… lieve help. En ik had niets door. Al die lieve jongens informeerden naar míjn afmetingen!
Ja, lach maar.
Uiteindelijk, toen een mogelijke koper genaamd Playboy mij vroeg of de broek glom en zo ja, waar dan precies, begon mij toch iets dagen. Maar nog pas nadat ik mijn antwoord begon met ‘hallo…’ en er ‘Playboy’ achter wilde typen. Opeens zag ik een harige man met ontbloot torso en een matrozenpet op.
De volgende koper heette Woelrat . Nu ken ik mijn klassieken, dus dit keer snapte ik het meteen. Of hij langs mocht komen om te passen. Hij moest toch in U. zijn.
Hm. Ik had veel zin om dat af te slaan, maar die broek werd van liever lede een of ander dreigend object waar ik snel vanaf wilde, dus ik maakte een afspraak.
Een week later hinkte Woelrat als een ooievaar op één been (ik vermijd hier het woord poot) voor ons dressoir, zijn andere been halverwege de pijp van mijn lederen broek terwijl ik decent naar buiten staarde. Toen ik weer opkeek, stond hij minzaam aan de kennelijk te ruime plooien van de broek te plukken.
God mag weten waar ik het vandaan haalde, maar voor hij iets kon zeggen snoerde ik hem de mond met loftuitingen over de manier waarop de broek hem iets extra’s gaf. Ja, het leer gaf hem een bepaalde uitstraling, die…
Twee tellen later, stond ik winkeltje te spelen. Of nou ja, winkeltje… modezaak! Ik gaf Woelrat het ene na het andere rake advies over de combinaties die hij zou kunnen maken met andere kledingstukken en niet veel later had ik hem niet alleen de broek, maar ook een groot deel van mijn eigen en Cavia’s garderobe verkocht, waaronder diens hele verzameling zwembroeken, die Woelrat gelukkig niet allemaal hoefde te passen, omdat hij inmiddels alles blind van me aannam en in zijn tas propte.
Het is wat. Het ene moment weet je niet beter of je bent je hele leven beleidsmedewerker om de godganse dag notities te schrijven, en het andere moment blijk je opeens de getalenteerde eigenaar van een modezaak.
Als het ware.
Ja, mijn opa had een manufacturenwinkel (garen, band, knopen, dat soort dingen, maar ook pyjama’s, ondergoed en bh’s) en ik hielp hem wel eens als het druk was, maar dat ik er kijk op had, dat was toen nooit tot mij doorgedrongen. Pas toen Woelrat met een volgeladen auto de straat uitreed, kwamen de herinneringen aan die winkeltijd boven. Zoals de diep gedecolleteerde mevrouw die voor mij was komen staan om een stukje van haar bh tevoorschijn te trekken en mij hees te vragen of wij die ook strapless verkochten, en dat ik haar toen zonder blikken of blozen had aangeraden om geen strapless te dragen omdat ze daar de schouders niet voor had. Had ik toen maar geweten waar ik die wijsheid vandaan haalde (want het was waar), dan had ik nu geen memo’s en impactanalyses geschreven, maar jurken en pakken verkocht.
Maar geen leren broeken.
Ik bedoel lederen.
Ik ken mijn klassieken.

Een gedachte over “Broek

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.