Even moeilijk als zeldzaam

Spinoza

Ik weet niet wat er vandaag aan de hand was in mijn lievelingskoffie-thee-en-nog-veel-meer-dingen-huis, maar iedereen voerde ernstige gesprekken.
Het leven, dat was wel even een dingetje.
Er was een tafel waaraan een jonge vrouw haar ouders van iets probeerde overtuigen waar zij in de verste verte niet aan wilden denken. De zinnetjes ‘dat zeggen jullie altijd’ en ‘dat heb je verkeerd begrepen’, kwamen zo vaak in de woordenwisseling voor, telkens na een bewering van een van de drie, dat ik op het laatst een goede gooi naar een analyse van hun conflict had durven geven, inclusief een paar voorstellen voor liefdevolle hereniging. Maar ze zaten elkaar zo in de haren dat ik het er niet op waagde hun dat voor te stellen. Ik zou in hun wederzijdse haat ten onder zijn gegaan. En hun haat wegnemen, dat moesten ze zelf maar doen.
Zoals het jonge stel twee tafels verderop probeerde. Dat is te zeggen, of ze elkaar haatten, kon ik niet zien, maar dat elkaar liefhebben nogal hard werken was, zag ik meteen. Ze zaten hand in hand heel erg te zwijgen en naar elkaar te staren in de stiltes tussen zwaarmoedige zinnen. Die verstond ik niet omdat ze erg zacht praatten, maar nonverbaal schreeuwden ze het uit.
Droevigheid.
Omdat ze op het punt stonden uit elkaar te gaan.
Ondanks dat ze nog erg van elkaar hielden.
Ja, dat lees je steeds vaker tegenwoordig, vooral in boulevardbladen. Beroemde stellen die uit elkaar gaan maar toch zeggen dat ze nog heel dol op elkaar zijn. Misschien heb ik een simpele voorstelling van de liefde, maar zoiets vind ik echt grote nep. Liefde overwint alles, dus als je uit elkaar gaat, heb je verloren. Aanvaard je verlies en ga verder.
En blijf vooral geen goede vrienden. Dat is echt by far de ergste troostprijs ter wereld. De eerste keer (van een hele reeks die volgde) dat een meisje mij de bons gaf, zei ze dat ook, dat ze graag goede vrienden met me wilde blijven. En ik durfde dat natuurlijk niet af te slaan. Maar er kwam helemaal niks van. Binnen een week had ze een ander en zag ze me niet meer staan.
Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig.
Terug naar mijn in treurige lievelingscafé.
Het stel dat uit elkaar ging.
Of een andere levenskwestie probeerde aan te roeren.
Kinderen, misschien.
Want hoe gaat het, je wordt verliefd op elkaar, gaat van elkaar houden en wilt de rest van je leven bij elkaar blijven, wat héél erg lang is, waardoor je haast vanzelf gaat nadenken over wat je dan allemaal kunt gaan doen, behalve van elkaar houden tot in de dood. Ja, dit ‘klinkt’ allemaal nogal matter of factly maar om met Spinoza te spreken: het huwelijk is een rationele aangelegenheid, dus niet alleen seks (“lichamelijke vereniging”) maar ook (of eigenlijk alleen maar, beweert-ie, maar dat is wel erg saai) kinderen verwekken en groot brengen. Hij had zelf vrouw noch kind, dus wat weet hij daar nou van, zou je zeggen, maar dat is nou net het mooie van een denker zijn, je hoeft niet alles zelf te doen en mee te maken om er verstand van te hebben.
Eh, voor alle duidelijkheid, ik haal Spinoza er niet bij om interessant te doen, ik ben een fan van die man.
Ja, dat kan.
Goed, hoe je het ook wendt of keert, op een dag heb je het erover.
Over kinderen dus (ja, over seks ook, maar dat komt dan daarvóór, meestal veel eerder, en kortere gesprekken).
Toeval bestaat niet, dus om het jonge stel te helpen stapte er een heel ernstig jongetje in een supermanpak op ze af om dertig centimeter van hun tafeltje te blijven staan en hen aan te staren. Je hebt van die jongetjes, meisjes ook, die hebben van staren een hogere kunst gemaakt.
Om de zenuwen van te krijgen. Je zag het stel onbewust maar angstig wachten op zijn ‘I see dead people’.
Na een minuut of wat werd het jochie teruggeroepen door zijn vader. Wat zijn moeder dan weer irriteerde, want ze was helemaal in een aangedaan dromen weggezakt. Wat haar betrof, was dat staren van haar zoon vertederend.
‘Laat hem toch,’ zei ze tegen haar man. ‘Hij doet toch niks verkeerds?’
Haar man vond van wel. Maar hij kon niet uitleggen wat dan. Hij riep niettemin het jochie nog eens tot de orde. Het zwijgende stel keek op en zag in één oogopslag hun (eventuele) toekomst: vader, moeder, kind.
Ingewikkeld.
Haat, of iets wat daar op lijkt.
Ze lieten elkaars handen los.
‘Ik ga even afrekenen,’ fluisterde de vrouw.
De man knikte.
‘Ik ben superman,’ zei het jongetje. Zijn moeder glimlachte naar de vrouw, die zonder op of om te kijken opstond, en eerst het jongetje en toen zijn moeder voorbijliep, langs het meisje met haar ouders, die alle drie somber van de uitzichtloosheid zaten te zwijgen, zoals ook de vader en moeder van het supermannetje, dat bij hen terugkwam om háár verder te ontroeren en hém gelijk te geven.
Alles wat mooi is, is even moeilijk als zeldzaam, schreef Spinoza.
Geluk, dat is best wel een dingetje.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.