Informatie

ADN-ZB/Dewag/25.11.1985 Günter Schabowski, Mitglied des Politbüros des ZK der SED und 1. Sekretär der Bezirksleitung Berlin der SED Aufnahme: 4.5.1982
Informatie, daar hoor je ook veel over tegenwoordig. De een heeft het, de ander niet en voor je het weet, schrijf je in de warboel daartussen geschiedenis. Zoals Günther Schabowski, gisteren overleden, die in 1989 in een persconferentie zei dat DDR-burgers voortaan makkelijker de grens over konden en op de vraag vanaf wannneer, antwoordde ‘voor zover ik weet… vanaf nu’.
Sofort.
Unverzüglich.
Fijne informatie!
Vond iedereen.
Met een spontane bestorming van de grensposten als gevolg. Overdonderde douaniers die niet meer durfden schieten. Mensen met pikhouwelen op de muur. Opheffing van een land.
Maar het was een misverstand, bleek later.
Te laat.
Kwestie van suffen tijdens een vergadering en gebrekkige aantekeningen. Later gaf hij toe dat het zo’n beetje de enige vergissing was waar hij géén spijt van had. Alle andere betreurde hij.
Vanmorgen op de fiets naar het station, dacht ik daar nog eens over na omdat ik ook een vergadering had en verantwoordelijk was voor een ‘punt dat uit de voorgaande vergadering gekomen was’. Ik druk me vaag uit, maar niet vager dan de collega die me er op gewezen had, en die net als ik ook niet meer wist wat het precies behelsde, met dit verschil dat mijn naam er tussen haakjes achter stond en de zijne niet.
Fijne informatie.
Niemand van de mensen die ik gebeld en gemaild had, kon zich te binnen brengen waar het over ging, en ik daardoor al helemaal niet, want in plaats van één mogelijke lezing van de notulen en de daarmede samenhangende agenda voor de volgende vergadering had ik er nu een stuk of vijf.
Uiteenlopende.
De secretaris van het project die het verslag gemaakt had, was tot de dag vóór de vergadering op vakantie in Oezbekistan om daar een deel van de zijderoute na te wandelen. Of hoe noem je zoiets. Maakt niet uit. Hij was onbereikbaar.
‘Analyse realisatie,’ had hij bij punt drie van de agenda opgeschreven. Mijn naam er dus achter, en daar weer achter: ‘stukken volgen’. Wat hij er in de notulen over had vermeld, was zo mogelijk nog schimmiger en in mijn aantekeningen stond niets wat me verder hielp. Als het andersom was geweest had ik het trouwens ook meteen geloofd. Realisatie analyse, klonk even plausibel, vond ik.
Iedereen die ik om hulp gevraagd had ook.
Plausibel.
Punt.
Verder bleef het onbegrijpelijk.
Was ik geschiedenis aan het schrijven?
Leek me sterk.
Bij het station was alles anders dan normaal. Daar houd ik helemaal niet van. Waarom zeggen ze dat niet van tevoren? Overal staan tegenwoordig van die gele borden langs de weg waarop staat: ‘Let op! Situatie gewijzigd!’ Dat is tenminste iets.
Alhoewel, ik denk dan altijd: welke situatie? Ik bedoel, laatst was ik in Daarle en daar stond ook zo’n bord…
Ja, Daarle. Het ene moment weet je niet eens dat er mensen wonen en het andere moment lees je dat de situatie is gewijzigd.
Fijne informatie.
Maar goed, op het station was dus ook een gewijzigde situatie en ik wist van niks. Ik had vast en zeker een of andere flyer gemist (die delen ze daar om de haverklap uit, maar ik denk altijd dat het voor gratis koffie bij McDonalds is).
Mijn favoriete stalplek foetsie. En overal waren mannen bezig fietsen op vrachtwagens te tillen. Geen goed teken.
Dan maar naar de bewaakte stalling. Daar was niemand. Dat wil zeggen, er was wel iemand, maar die stond af te wassen. ik hoorde water klotsen en serviesgoed tegen elkaar tikken. Theelepeltjes op de bodem van een stalen spoelbak.
Ook handig, spitsuur op het station, vliegende haast alom en de fietsenbewaker haalt zijn koffieboel even door het sop.
Ik kuchte. Dat klonk als in een slecht hoorspel. En ook veel te indringend.
‘Ik weet dat u er bent hoor,’ zei de stallingman tegen mij terwijl hij met een theedoek in zijn zijn handen tevoorschijn kwam. ‘Er gaat hier een belletje als er iemand binnenkomt.’
Ah. Fijne informatie.
Ik zei niet wat u nu denkt. In plaats daarvan keek ik heel erg niet naar zijn vuile theedoek en zei ik bedeesd dat ik haast had. Ik bood daar mijn excuses voor aan. Vraag me niet waarom. Hij niette een kaartje aan mijn fiets. Ik gaf hem een tientje.
‘Het is hier gepast betalen,’ zei hij zonder op te kijken.
Dat was zijn wraak.
Hele zoete.
Want toen ik zei dat hij dan het kaartje er maar weer af moest halen, begon hij nauwgezet met zijn dikke nagelloze vingers het nietje los te peuteren.
Dat beeld bleef bij me tot ik eindelijk in de trein zat en mijzelf tot bedaren probeerde te brengen met de stukken voor de vergadering.
Analyse realisatie! Ik las de passage uit het verslag van de vorige vergadering nog eens (drie staccato zinnen met de ambitie van een gedicht), liet alle uitleg weer door mijn hoofd gaan en tuurde naar de oneindige excelsheets die ik had had uitgedraaid, de feestelijk gekleurde staafdiagrammen die ik daarvan gemaakt had, en herhaalde in mijn hoofd de verklaring die ik erbij had verzonnen. Die werd steeds logischer vond ik.
Fijne informatie!
Dat vond de voorzitter van de vergadering niet. Hij gaf me niet eens het woord. Hij begreep namelijk niet wat het punt op de agenda deed, want hij kon zich duidelijk herinneren dat de kwestie in de rondvraag weer van tafel geveegd was omdat het veel te vroeg was voor zo’n analyse.
Of realisatie, dat wist hij ook niet meer.
Let op! gewijzigde situatie!
Zijn ondergeschikten (die ik allemaal een paar keer aan de lijn had gehad) knikten alsof zij dat altijd al geweten hadden. De anderen bogen zich over het verslag. Waarin de rondvraag ontbrak. De notulist bloosde en mompelde hij op vakantie was geweest en dat… nou ja, zo’n zijderoute gaat je niet in je koude kleren zitten. Hij was echt weggeweest.
Nou, dat wilden we wel geloven.
Stilte.
Ik schoof mijn papieren bijeen en pulkte de nietjes eruit.
De rest is geschiedenis.
Een hele kleine geschiedenis.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.