‘You can’t park as strange like that,’ zei de man toen ik vroeg wat hij deed. Het klonk verontwaardigd. Wat ik wel vreemd vond, want op de mouw van zijn glow-in-the-dark-pak was een embleem van de council genaaid en daaronder was met duidelijke letters PARKING geborduurd, en zo iemand is de verbazing voorbij, leek mij. Die heeft wel vaker auto’s gezien die met knipperende lichten half op de stoep staan.
Eh… voor ik verder ga, eerst iets over dat lichtgevende pak. Dat was, um…
In your face!
Hebben ze daar wel eens over nagedacht, over wat zulke kledij met de gemiddelde burger doet? Echt irritant, hoor, die felle kleuren en overal van die extra weerschijnende strepen. Het zijn meer flash!-in-the-dark-pakken. In-the-light trouwens ook. Een mens kan gewoon niet meer denken als er iemand in zo’n pak voor hem staat.
Ik in ieder geval niet.
Bij de parkingman al helemaal niet, want die was zelf heel erg zwart. En hij had rastavlechten tot op zijn rug. Op zijn hoofd een soort politiepet.
Dat doet er natuurlijk allemaal niet toe, maar die combinatie (rastaman, pak, pet) was samen met de opmerking die ik niet kon plaatsen voldoende om me in dit geval van sociaal verkeer in een totaal andere richting te laten lopen.
Waar ik verdwaalde.
Het is een soort ziekte. Denk ik.
‘Ik ga alweer weg,’ zei ik. Of zoiets. In het Engels dan. Wat ik precies zei, weet ik niet meer. Misschien wel iets heel anders. Vaak blijkt bij recontructies van zulke situaties, dat een soort alter ego de kwestie van me heeft overgenomen. God mag weten welk geniaal psychisch fenomeen daarachter zit. Heb ik een verborgen trauma waarvoor die tweede ik mij wil beschermen? Dat moet dan wel heel wat zijn, iets ergers dan wat ik in het echte en actuele leven meemaak, want veel schiet ik er meestal niet mee op.
Vind ik.
Ik heb me wel eens afgevraagd of mijn andere persoonlijkheid misschien een nog grotere zenuwlijder is dan ik al ben.
Zou echt iets voor mij zijn.
Of voor hem.
Terug naar de parkeerwacht. Die reageerde niet op wat ik zei, wat dus misschien wel logisch was, maar hij zéí wel wat. Schoot nota bene in de lach! Dat hij niet tegen mij praatte en lachtte, daar kwam ik jammer genoeg te laat achter.
Hij was dus met iemand aan het bellen.
En hij nam foto’s van mijn auto-half-op-de-stoep.
Allemaal nieuwe informatie die ik niet kon wisselen.
Ik zette de doos die ik in mijn handen had op straat, vraag me niet waarom, leek me het beste om te doen, en hoorde mezelf op hoge toon vragen waar hij eigenlijk mee bezig was.
De man bleef staan en keek naar de doos. Op de straat. Overwoog hij of dat ook een parking offence was?
Nee.
‘What’s in the box?’ vroeg hij.
Dat wist ik niet.
’Stuff. My daughter’s’
‘It says…’ Hij las voor wat er op de doos stond. De specificaties van mijn dochters laptop. Die zat niet meer in de doos, er zaten echt spullen van haar in, maar dat ik dat probeerde uit te leggen maakte mij alleen verdachter. Neem daarbij mijn ‘strange way of parking’ en mijn bizarre Engels, en het was volstrekt geloofwaardig dat ik iemands computer aan het stelen was.
Dat paste wel in het plaatje, om het modern te zeggen.
Hij maakte ook een foto van de doos.
Flash!
Ik zag die foto voor me (doos op asfalt, mijn voeten ernaast), grinnikte.
De man fronste zijn wenkbrauwen. Misschien was ik geen brutale dief die fout parkeerde, maar gewoon niet bij mijn verstand.
Een heel ander plaatje. Kon ook.
Ik vroeg me af of verward ook in Engeland al iets was waar politici kamervragen over stellen. En of mijn gedrag daar een typisch voorbeeld van was. Britse verwarring is natuurlijk heel iets anders dan Nederlandse.
Ik besloot om heel stil te blijven staan en te wachten tot de man vertrok. Zo kon ik tenminste geen andere rare dingen doen. Dat ziet er niet uit, en maakt het misschien alleen erger, maar je moet wat.
‘Wat sta je daar naast die doos?’ vroeg mijn dochter. Een paar minuten later, denk ik.
Ik keek op. De parkeerwacht keek naar mijn dochter. ‘Die meneer is zich dood geschrokken.’
’Is he allright?’ vroeg hij haar.
Ze knikte.
Ik ook.
‘Yes. I’m just a…’ Ik draaide me naar haar. ‘Wat is zenuwlijder in het Engels?’
