
‘He’s fifty-one, goin’ on fifty-two. It’s not like we’re talking about some boy of eighteen,’ zei de ene man tegen de andere. Die liet de mededeling even tot zich doordringen en gaf daarna toe dat zoiets wel uitmaakte.
Fifty-one of eighteen.
De vrouw tegenover hen knikte. ’There áre women, but they’re all comin’ and goin’, none staying.’
De vrouw naast haar snoof, alsof ze daar een paar gevallen van kende. ’So what do you think it is, then?’ vroeg ze.
‘Fear. I think he’s afraid to commit himself.’
Nu knikten ze allemaal. Dat was het. Ze lieten nog een paar van zijn eigenaardigheden de revue passeren om het beeld compleet te maken. Zo at hij al jaren lang alleen maar mosterd op zijn boterhammen en droeg hij nooit sokken in zijn schoenen (in zijn laarzen – Wellies – dan weer wel). Daarna was het wel duidelijk.
Rare snoeshaan.
Case closed.
Hm.
Twee echtparen op leeftijd die hun wederzijdse kennissen de revue lieten passeren. Een soap, maar dan echt en zonder ingewikkelde plots of elkaar kruisende verhaallijnen.
Heerlijk.
Ook hun analyses waren geweldig. Allemaal, zoals hierboven, benijdenswaardig kort en volstrekt zonder nuanceringen, wat ongeveer hetzelfde is. Ze hadden overigens wel alle vier met de ouders van de eenenvijftig-jarige te doen, want kleinkinderen waren juist voor hén wel leuk geweest (wat nogal onheilspellend klonk, vooral ook omdat ze er verder niet over uitwijdden).
Dit alles in William IV, een pub in Guildford, Surrey. Zo’n café waar sinds 1956 niemand meer iets aan gedaan heeft en waar ook in de komende zestig jaar niemand veel aan zal gaan doen. Dat is meestal erg deprimerend, of laat ik voor mijzelf spreken, ik hou zulke etablissementen maar een kwartiertje vol, daarna grijpt het verval me naar de keel, maar in dit geval viel het mee. De verhalen van de twee koppels leidden af, en ook dat de twee kokkinnen hard met de radio meezongen maakte alles draaglijk, ofschoon we soms opeens dachten dat ze ruzie aan het maken waren.
Alleen de ingelijste verzameling van negen levensechte tandartstangen (rond een roze briefje met een kindertekening van een sneeuwpop) aan de muur verontrustte ons, of nou ja, verontrustte… intigreerde is misschien een beter woord.
Ik bedoel, hoe komt iemand ertoe om zo’n collectie als versiering op te hangen?
Kijk, dat je zwart-wit-foto’s uit oude magazines knipt en die één voor één inlijst omdat je iets leuks aan de muur wilt hebben, snapten we. Hetzelfde geldt voor de twee-en-een-halve meter lange loper; als je er maar één hebt, blíjf je twijfelen over op welke tafel dat ding moet. Dus dan maar aan de wand. Stofzuigen is dan wel een beetje onhandig, maar aan de andere kant, niemand morst er iets op, dus zo vaak hoeft dat ook weer niet. Ook het grote schilderij van een jachttafereel vonden we wel logisch. We verbaasden ons er al na een half uur wandelen over dat we nog niet overlopen waren door een field of hounds en een gezelschap toeterende jagers op galopperende paarden. Dat tijdverdrijf zit daar aan het landschap vast en leeft nog hevig onder de mensen. Ook binnenshuis en in kroegen.
Goed, ik weersta nu de neiging om een opsomming te geven van alle dingen die aan de wanden hingen en op scheve kasten stonden om de zaak op te leuken. Ik noem slechts de enorme porseleinen forel die met zijn staart of hoe heet dat bij vissen op een boomstronk balanceerde als een turnster op de balk (zie je niet vaak in het echt, zo’n vis), de drie gedeukte tinnen drinkbekers (waarvan er twee een deksel hadden en één niet), de spiegel met een bouwtekening van een velocipede erop die zó hoog hing (de spiegel) dat zelfs een flinke basketballer er zijn haren niet in kon kammen, en een opgezet varkentje, roze en zwart gevlekt, met zo’n hoedje op dat Britse slagers wel eens dragen.
En dus die tangen.
Negen.
Rond een tekeningetje van een sneeuwpop.
Hoezo dat? De verklaringen die we voor de tangen verzonnen, sneden wel hout, zo lang we het tekeningetje buiten beschouwing lieten. En andersom. Eén verhaal voor het geheel – tangen én tekening – vonden we niet.
Het was een duidelijk geval van odd one out.
Net als die man met zijn bindingsangst.
Intrigerende vent.
Ja, want hoewel de oudjes echt voor fijn vermaak hadden gezorgd, zou ik ze nu alle vier weer vergeten zijn, inclusief de hele parade van hun vrienden en bekenden, als die man niet bij hen over de tong was gegaan.
Díé bleef me bij.
Zo was het ook met de tangen en het tekeningetje. Ik zou de complete menagerie van rariteiten in de pub al lang weer kwijt zijn als die er niet tussen hadden gehangen.
En dan had ik ook dit blog niet geschreven.