Leeg. Dat was nog de beste beschrijving van de man zijn blik. Leeg, dat is niks. Er was helemaal niets in zijn gestaar te ontdekken. Ja, hij staarde dus. Dat zegt natuurlijk wel iets, maar niet veel, want staren is kijken zonder iets te zien. Blijft weinig. Hij staarde naar zijn telefoon.
Desolaat, dat was het tweede woord wat me te binnen schoot. Dat is ook leeg, maar dan als gevolg van iets wat er niet meer is. De man zag er verlaten uit. De hele metro zat vol mensen, maar hij was de enige op de hele wereld.
Heb ik al eens verteld dat ik nieuwsgierig ben? Vast wel.
Hoe dan ook, ik ging naast de man zitten om te zien wat er in zijn mobieltje te zien was.
Ja, ik ben niet alleen nieuwsgierig, maar ook brutaal.
Ik moet namelijk ook blogs schrijven, die komen niet zomaar uit een ei in mijn achtertuin! Ik heb trouwens geen achtertuin. Niet meer. Wel een balkon, maar daar groeien ook geen eieren.
Waarom schrijf ik dit allemaal op? Weet ik niet. Terug naar die man.
Hij had enorme handen met tatoeages op zijn vingers, rechts ‘love’ en links ‘hate’, in vette gotische letters. Hij had zeker de helft van al zijn nagels weggebeten. Een zenuwenlijder. Net toen ik een blik wilde werpen op het schermpje, ging het op zwart. Hij veegde het meteen weer tot leven.
Een appje in beeld: ‘Well now he will lose everything because of his stupidity!!!!!’. Ik telde de uitroeptekens en vroeg me af of degene die de boodschap verstuurd had, dat ook had gedaan. Ik zag haar driftig tikken en op het einde van de zin nadenken over het aantal exclamation marks. Geen vier, geen zes, maar vijf. Wat mij betreft vier teveel, want zo’n teken devalueert waar je bijstaat, iedere herhaling is halvering van de zeggingskracht. Een stuk of tien en geen enkele lezer slaat er nog acht op.
Om een of ander reden ging ik er vanuit dat het een vrouw was die ze getypt had. Vraag me niet waarom. De vrouw van de man om precies te zijn. En hun zoon stond op het punt om alles te verliezen. Wedden? De sufferd. Terwijl de vrouw haar geduld allang op was, dat zag je zo, wat haar betrof was alles verliezen nog schappelijk, had de man naast mij nog medelijden.
Of, nou ja, medeléven.
Hij zag het voor zich, alles kwijt.
Dan heb je niets meer. Lijkt nogal simpel om je voor te stellen, maar dat is niet waar. De man had er zichtbaar moeite mee. Verder dan een lege flat ergens in een buitenwijk kwam hij niet.
Ik trouwens ook niet. Ja, ik zag die jongen nog ergens op een bakje zitten in een kaal park. Intussen vroeg ik me af wat de jongen gedaan had om het zover te laten komen. Dat is een ook een beroepsdeformatie. Ik ben nieuwsgierig en zie overal ontsporingen, kwaad in allerlei gedaanten. In dit geval: domme speculaties op de beurs; drank en dope; foute vrouwen; gokhallen.
Kon allemaal. Hoef ik u niet te vertellen.
Ook dat kwaad zag de man voor zich. De foute vrouwen vooral. Sommigen hadden bij hem op de bank gezeten met gelakte nagels en een glaasje sherry. Om kennis met hem te maken. Hun aanstaande schoonvader. Nu waren ze allemaal weer uit beeld. Vertrokken met huisraad en halve bankrekeningen.
De bitches!
Exclamation mark!
Zijn jochie in het verderf gestort. Als hij ze in zijn vingers kreeg…
Zijn vingers waar ‘hate’ op stond. Het scherm ging weer op zwart, maar nu liet hij het zo. Hij dacht na. Na een poosje bracht hij de tekst weer te voorschijn en begon hij aan een antwoord. Letter voor letter met zijn reusachtige afgekloven wijsvinger.
‘Just like we did. And now we lost him too.’