He no this

vliegtuig

De steeg was eigenlijk geen steeg, maar gewoon een smal straatje. Je kon er zonder problemen in- en uitlopen, en eenmaal onderweg, kon je eenvoudig op je schreden terugkeren.
Dat zag je zo.
In een zuivere steeg is dat allemaal niet zo makkelijk. Dan moet ik over een drempel om erin te stappen (ja, niet echt, figuurlijk), en zou er al na twee, drie stappen aan omdraaien geen denken meer zijn.
Het is een ziekte.
Wie een echte steeg betreed, is roekeloos of wanhopig.
Vind ik.
Dus ik mijd stegen.
Dit smalle nepstraatje niet.
Dom!
Ik zag de man pas toen ik al halverwege was. Te laat. Hij was vastberaden naar mij op weg als iemand die niets te verliezen heeft.
Een bedelaar.
Ik berekende snel hoeveel kleingeld ik nog had. Zes cent. Dat was
niets. Een tientje had ik wel.
Hij hield mij staande en haalde meteen een waaiertje van plastic pasjes tevoorschijn om me een verhaal te vertellen. De pasjes waren de plaatjes.
Bij ieder volgend pasje werd hij treuriger, want het hele verhaal was een inleiding op een ongeluk met zijn broer die hij in Groningen in een ziekenhuis had moeten achterlaten: een wit pasje van het academisch ziekenhuis waar hij naast hem had gelegen.
‘My brother very sick,’ zei hij, ‘and he no this!’ Hij schoof zijn verblijfsvergunning bovenop het stapeltje en zette er met zijn vinger een kruis over.
Ik keek naar zijn bleke pasfoto.
‘He no this!’ hij keek me aan om te zien of ik het begreep. Ik knikte. ‘If better, he must go!’ Hij deed met zijn hand een vliegtuig na. We staarden er achteraan. ‘My brother, I want visit.’
Ik ben van beleid en heb natuurlijk bedelaarsbeleid. Dat is heel eenvoudig: ik geef altijd. Simpeler kan niet. Het tegenovergestelde beleid – nooit iets geven – is ook simpel, maar dat vind ik harteloos. En iedere variant van halfslachtig ander beleid – soms wel, soms niet geven – heb ik verworpen, omdat ik daarvoor moet bepalen welke criteria ik voor geven of niet geven gebruik, al een heel gedoe an sich, en ik dan ook nog eens telkens in enkele tellen alles op een rijtje moet zetten om een juist oordeel over een vreemde te vellen.
Over gedoe gesproken.
Ik ken mijn grenzen, dus dat doe ik niet. Geen criteria. Geen oordelen.
Het laatste pasje dat hij te voorschijn trok was een glimmende pinpas. Hij wilde namelijk geen geld kríjgen, maar lénen en dat ding was het bewijs van zijn bankrekening en dus zijn goede trouw. Ik hoefde alleen maar even mijn eigen rekeningnummer voor hem op te schrijven, zodat hij het bedrag weer kon terugstorten zodra hij weer geld had.
Een geniale zet. Principiële weigeraars zou hij er natuurlijk niet mee winnen, maar twijfelaars zouden niet tegen de absurditeit opgewassen zijn, en gewoon iets geven zonder terugstorting te verlangen, om er vanaf te zijn.
Maar een ‘altijd-gever’ zoals ik, bracht hij met zijn bizarre voorstel in de war. Want moest ik hem een lening verstrekken of zomaar iets geven?
Nou ja, iets… een tientje dus. En ofschoon ik best een tientje kon missen, en ik het graag gaf, leek me nu een tientje opeens meer iets om te lenen dan om te geven. Maar om nou mijn gironummer en andere personalia aan de man te geven, dat vond ik weer iets te ver gaan.
Te intiem.
Langzaam drong tot me door dat ik liever had gehad dat hij gewoon een bedelaar was gebleven.
Het zweet brak me uit. Ik met mijn beleid ook altijd.
Dat zag de man. Hij vatte zijn verhaal nog eens bondig samen, in omgekeerde volgorde: eerst de vermaledijde pinpas; daarna het ding van het ziekenhuis; en tot slot de verblijfsvergunning met een kruis erdoor.
‘He no this.’
Het klonk alsof hij huilde, maar dat kon ik niet zien, want ik tuurde naar het einde van de steeg. Ja, het straatje was opeens een steeg geworden. Ik kon geen kant op. Verstrikt in een stenen fuik.
Ik was blij toen ik eindelijk de markt op stapte.
Aan de man, die voor mij liep, was niets te merken. De steeg had hem niets gedaan. Hij was wanhopig.
Of roekeloos.
En nogal vrolijk, aan zijn tred te zien.
Ik staarde naar de grond om niet te zien waarheen hij verdween.

Een gedachte over “He no this

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.