Perverse prikkels, daar hoor je ook veel over tegenwoordig. Ja, een rare term voor iets dat gedrag motiveert om oneigenlijke redenen en zodoende juist het verkeerde gedrag veroorzaakt. Een fenomeen dat optreedt zodra geld de achterliggende drijfveer van beleid is en een telraam de manier om te controleren of dat beleid lukt. Een bekend voorbeeld is dat van Hans de Bruijn over rattenvangers.
Stel je wilt dat dijken heel blijven. Dan moet je iets doen aan muskusratten, want die graven ze kapot. Je stelt rattenvangers aan en betaalt ze per gevangen rat. De rattenvangers gaan ratten fokken. Als je erachter komt dat je wel veel dode ratten hebt, maar geen waterdichte dijken, sta je tot je knieën in een ondergelopen uiterwaard te soppen.
Als ik van mijn werk naar het station loop om naar huis te gaan, moet ik daar altijd aan denken. Aan die perverse prikkels. Niet aan die uiterwaard. Of die knieën.
Trouwens, toen ik eens in het Engels aan een mevrouw van de probation wilde uitleggen wat dat was, een perverse prikkel dus, kwam ik in een heel vreemd en nogal ongemakkelijk gesprek terecht. In een hippe comedy of errors of sitcom met een professioneel acterende stuntel levert dat veel vermaak en een sprookjesachtig einde op, maar niet in mijn leven. Ik was al blij dat zij geen aangifte deed.
Eh… waar was ik?
O ja, op weg naar huis. Dan kom ik altijd langs een reusachtig gebouw in aanbouw of verbouw (het verschil kan ik niet zien, heb ik geen verstand van, maakt voor het verhaal ook niet uit…) met een schutting er omheen en een keet daarachter waarop een bord staat met de tekst: ‘Al 112 dagen zonder ongevallen met verzuim’.
Die 112 heb ik nu verzonnen, want elke dag staat er natuurlijk een ander cijfer, maar ‘..’ (puntje, puntje) typen, dat vond ik niks (dat is ook niks, letterlijk, eh… Letterlijk? Nou ja, u begrijpt wel wat ik bedoel, lieve help dit wordt een lang blog, als ik zo doorga).
Overigens zit ik er niet ver naast met dat getal, want afgelopen week heb ik het volgens mij zien staan.
Onthoud in ieder geval meer dan honderd. Om een idee te hebben.
Er staat geen uitroepteken achter de zin (ik bedoel het citaat), maar dat had makkelijk gekund, want er spreekt triomf uit, vind ik.
Trots.
Mag ook wel.
Want 112 dagen zonder ongevallen, dat is geen kattenpis. Probeer zelf maar eens een beetje te klussen zonder op je vingers te slaan of je hoofd te stoten. Ja, dat noem ik ongevallen. Je moet zo’n begrip ruim zien. Anders stelt dat getal ook geen snars voor. Om een of andere reden zie ik bij al die glorievolle dagen vol ongebeurde ongevallen een indrukwekkend zwaar gebouwde maar ook heel goeiige voorman (denk aan iemand met het postuur van de dokwerker) die de voorzichtigheid zelve is en dat zo overtuigend in zijn bouwput weet uit te stralen dat alle mannen onder zijn hoede magisch onaantastbaar rondklossen.
Ja, soms zie ik dat soort dingen. Misschien zijn het dagdromen. Ik ben op weg naar huis als ik dat bord zie, weet u nog? Dan valt alles van me af.
Maar goed, lang droom ik niet want telkens begint er meteen iets aan me te knagen.
Dat ‘met verzuim’.
Een geniepige kanttekening bij de triomfantelijke veer in eigen reet, die alle glans van de prestatie wegneemt. En mijn droom verpest.
In plaats van de lobbes met zijn mannen, zie ik een of andere dorknoper van personeelszaken die de statistieken van het verzuim rozegeur en manenschijn wil geven.
Ja, noem me een lettervanger, maar zodra dat ‘met verzuim’ in mijn gedachten postvat, denk ik mijzelf: ja, dan kan ik het ook.
De Messiaanse voorman die al zijn mannen toverachtig voor letsels behoedt, verandert in een brute despoot die hen dwingt om met gebroken benen en/of zwerende vingers door te werken en ze ontslaat als ze een dagje thuis willen blijven om een beetje te herstellen van een of andere hoofdwond. Of ik zie, in een minder gewelddadige versie van het verhaal, een of andere construction manager die heel bijdehand en gewiekst alle kwetsuren onder de vlag van ‘ongevallen’ vandaan redeneert door telkens de definitie ervan bij te stellen. Wel een hoop verzuim, maar niet wegens ongevallen, omdat een gebroken been gewoon pech is. Kan iedereen overkomen. Blijf maar lekker thuis, maar noem het geen ongeval.
In beide varianten levert de voorman precies wat zijn chef personeel hem gevraagd heeft, zonder het doel te bereiken.
Dat is pervers.
Of laat ik zeggen, niet de bedoeling.
Averechts.
Contrarily.
