
André Hazes. Om kwart voor drie in de nacht. Dat wil zeggen, een lied van André Hazes. Hij zelf natuurlijk niet. Ook niet in een of andere bizarre droom. Nee, ik was wakker.
Door dat lied.
‘Zeg maar niets meer.’
Dat was de titel van het lied. Starend in het donker wist ik dat nog niet, want om een of andere reden bleven de jongens van het hengstenbal bij de achterburen (want die zongen het) telkens hangen bij ‘maar dit is de laatste keer!’ Met een uitroepteken dat niet in de officiele tekst staat.
Ik heb dit de volgende morgen opgezocht, of eigenlijk een uur of wat later al, toen ik om niet krankzinnig te worden maar opstond, nee, op de rand van mijn bed ging zitten en die ene godvergeten zin van André googelde om ook de rest van het lied te weten, en te horen, en te zien, want nu wilde ik alles in mij opnemen, in mij opzuigen zelfs, ja ik was niet meer te houden, ik haalde diep en dieper adem alsof ik Hazes zelf was… en alles kwam weer terug!
Kwam weer terug?
Ho, ik ga te snel. Onthoud deze bekentenis en lees gewoon door.
Terug naar dat uitroepteken dat er niet was, maar dat ze wel zongen. Die jongens.
Heel erg zongen.
Om dan vervolgens niet meer te weten hoe het verder ging.
Dat lied. Die zin. Ja, zelfs die ene zin verhaspelden ze iedere keer.
Nou vind ik keihard zingen in de nacht tot daar aan toe, iedereen doet dat wel eens, denk ik, in een bepaalde fase van zijn leven (ja, zíjn leven, vrouwen doen dat volgens mij niet, zingen in de nacht, ik weet niet waarom niet, kan iemand dat eens uitzoeken voor mij?), maar keihard zingen om 02:45 en dan alleen de eerste regel van het refrein, steeds opnieuw, en steeds net verkeerd, dat is irritant.
Strafwaardig, om eens een akelige hedendaagse constructie te gebruiken (iedereen plakt tegenwoordig overal ’waardig’ achter, heel deftig).
Goed, er zijn mensen die voor minder de politie bellen. Die durven dat. Ik bedoel dan dat ze er niet voor terugschrikken om 112 lastig vallen met de klacht dat er een paar dronken gozers lawaai maken.
Ik durf dat niet, omdat ik dan zonder dat de meneer/mevrouw aan de andere kant erom vraagt, ga uitleggen welk lied het is dat ze zingen (die jongens), en me dan vergis en die meneer/mevrouw nutteloos bezet hou omdat ik twijfel over de juiste tekst, interpunctie, melodie, rijmschema, et cetera.
Dus ik blijf wakker liggen en doe niks.
Dat is in mijn leven heel vaak het beste.
Alhoewel, als ik niets dóé, ga ik denken. In mijn bed en in het donker is dat niet goed. Laat staan het beste.
Er was iets met dat lied, drong heel langzaam tot me door. Ik was niet van de branieschoppers en hun gezang wakker geworden, maar van een herinnering.
Maar van welke?
Ik heb er heel veel.
Het was een nare herinnering, dat had ik zo onderhand wel door.
Daar heb ik er ook heel veel van.
U mag er gratis een paar komen ophalen, als u wilt.
Goed, verder verdringen heeft dan geen zin meer, weet ik inmiddels, dus iPhone erbij.
Zo’n lied is niet moeilijk te vinden. Na twee woorden staan de hits (no pun intended) met miljoenen om aandacht te juichen. Angstwekkend is de menigte die zelf niet vreest. Die is niet van mij, maar van Spinoza, die het weer van Tacitus heeft, ja mensen het spijt me dat ik dat allemaal hier optyp, maar ik moet dat, en niet om erudiet te doen, maar om te voorkomen dat ik gek word (die is dan weer van Gerard Reve, die ook een zenuwlijder was, maar mooier schreef dan ik, dat is echt waar).
Ik durfde niets aan te tikken en legde het ding weer weg. Wel knap hoe gevoelig ze die schermpjes tegenwoordig kunnen maken hoor, maar wat een mens allemaal niet teweeg brengt met het minste gebaar, dat is zo’n beetje gevaarlijk aan het worden…
Hazes begon te zingen vanaf mijn nachtkastje.
Hm… er begon me iets te dagen.
ik zette m’n iPhone harder.
God wat kon die man mooi zingen.
Mooier dan ik. Maar ja, hij stond niet ongenodigd op de bruiloft van zijn jeugdliefde te galmen. En hij hoefde niet naar lucht te happen omdat er vijf mannen op hem waren gesprongen.
Tja… geen plan B, dat is altijd mijn makke. Ik had wel de tekst en melodie dertig keer geoefend, maar niet nagedacht over hoe zo’n partycrash op anderen over zou komen. Dus een vluchtweg had ik niet.
Jeanette vond het zelf wel grappig trouwens, meende ik me te herinneren (ja ik zag het allemaal weer helder voor me).
Haar broers en vader dus niet.
Carré zong intussen met Hazes mee.
iPhone nog iets harder. Ik zong ook mee.
Eerst in gedachten.
Zo’n tekst vergeet je nooit meer. Ik haalde diep adem en voegde me feilloos in de zingende massa.
Heerlijk, zo’n samenzang!
Goed, er zijn mensen die voor minder de politie bellen.
Zoals de jongens van dat feest, die inmiddels allemaal moe van het zingen in slaap gesukkeld waren.
Een gedachte over “Zeg maar niets meer”