Tiramisu

tiramisu

Ik ging uit eten. Met een hele afdeling beleidsadviseurs.
Wel ja.
Dat is natuurlijk een heel gedoe. Eindeloze voorbereidingen, plannen van aanpak en tenslotte een enorme excelsheet waarop onze namen stonden en in de andere achttien kolommen wat we wel en niet wilden, mochten, konden, durfden eten.
Ik lust alles, dus dat is makkelijk, zou je denken.
Écht niet. Want ik éét niet alles. Zeker niet buiten de deur. Nee, daar heb ik regels voor.
Ik heb overal regels voor.
Mijn leven is een soort verfilming van mijn eigen huishoudelijk reglement.
Goed, de regel is dat als ik uitga, ik altijd dingen bestel die ik zelf nooit maak omdat ze 1) te moeilijk zijn of 2) omdat ik te ver moet fietsen om de ingrediënten ervoor te kopen. Sinds ik ben verhuisd naar een buurt met zeventig nationaliteiten en ik om de hoek dingen kan kopen waar ik het bestaan niet van vermoedde en die ik soms niet eens aan durf te raken, zou ik die tweede regel dus makkelijk kunnen afschaffen, maar ja, ik ben een zenuwlijder, dus zomaar opeens iets overboord gooien, dat is wel een dingetje, eigenlijk.
Ga ik voorlopig niet doen.
Jammer genoeg had er op de menukaart niets gestaan dat aan mijn regels voldeed. Alleen maar dingen die ik zelf ook kon koken en die iedere buurtsuper ook heeft.
Ho, wacht even, voor u denkt dat ik kapsones heb en een etentje van de baas niet waardeer, dat is niet zo. Het gaat hier om de toepassing van een regel, hè! Daar zit ik nu eenmaal aan vast.
Had ik al gezegd dat ik een zenuwlijder ben?
Aangezien ik dus hele gewone dingen had besteld, wist ik niet meer wát.
Paniek!
Alle anderen waren het ook vergeten, maar die voelden zich niet schuldig. Die bloeiden juist op in de vrolijke wanorde die ontstond.
Hoe dat kan, snap ik niet.
De mensen van het restaurant werden er níét vrolijk van. Ze hadden de excelsheet geprint, wat aardig en voorzienig was, maar de mevrouw die aan het hoofd van de tafel kwam staan om onze namen en gerechten af te roepen, keek heel boos. Ze had ook hele lange nagels die ze drie weken geleden rood had gelakt. En een hese rauwe stem. En gitzwarte ongekamde haren.
Nu was ik dus ook nog bang.
En iedereen bleef maar doorkakelen, zodat ik niet kon horen of ze mijn naam riep. O, straks houden ze iets over en dan ziet iedereen dat ik vergeten was wat ik besteld had, dacht ik. De hele tijd dus. Ook nadat ze de gerookte zalm voor mij had neergezet.
Na de zalm kwam een biefstuk en daarna was het over, want we kregen allemaal hetzelfde toetje.
Pardon, dessért.
Dat zei de mevrouw met nadrukkelijke Franse tongval. Vergane chique is eigenlijk erger dan koude kak, stelde ik vast. Ze kwam weer bij onze tafel staan, nu met de kok naast haar. Hij droeg een groot blad waarop met vla gevulde whiskyglazen stonden.
Nu weet ik heus wel dat je van koken vies kunt worden, maar deze kok had het overdreven. Al een paar weken lang. Ik keek naar de spetters op zijn schort en dacht aan Dexter.
Ik was nu toch al bang.
‘Dames en heren, mag ik even uw aandacht?’ riep de vrouw. ‘Henry gaat u vertellen wat het dessért is.’
Henry wilde helemaal niet vertellen wat het dessert was. Hij wilde terug naar de keuken. Hij was niet voor niets kok geworden. Met pannen kon hij nog een beetje overweg, maar mensen… En dan 25 beleidsadviseurs tegelijk!
‘Het is Tiramisu,’ zei hij.
Zelden zo’n subtiel dreigement gehoord.
Kregen we toch nog iets wat ik niet zelf kan maken. Dat wil zeggen, Tiramisu wel, maar niet de variant van Henry. En het was ook meteen iets waar ik heel ver voor moest fietsen.
Op de vlucht dan.
Voor Henry.
Ik moet eens leren mijn brutale mond te houden.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.