In de enorme ontvangsthal van het centraal station in Den Haag stonden alle mensen bewegingsloos te staan alsof ze in het echt een maquette naspeelden, wat me wel een creatieve vondst leek om de opening van het nieuwe station mee te beginnen, om de cirkel rond te maken als het ware, maar niemand die op dat idee gekomen was, want ze stonden daar maar, verder niks.
Dus vroeg ik me af of ze misschien van een modern balletgezelschap waren dat op het begin van de muziek wachtte (wat een béétje creatief zou zijn, want zulke flash mobs zijn niet erg origineel meer, ieder centraal station heeft er al eens een op bezoek gehad gehad, op internet sterft het van de filmpjes erover, inclusief eentje die precies gaat over wat ik meemaakte).
Nee, het was anders, besloot ik. Een geniepig verkennersteam van buitenaardse indringers had hen versteend of bevroren of anderszins gefixeerd, op een manier waar wij aardlingen met de beste wil van de wereld de werking niet van zouden kunnen vermoeden.
Over creatief gesproken. Of outer space, dat is pas out of the box!
Vraag me niet waarom ik dit dan allemaal denk als ik ’s morgens om kwart voor zeven van de trein naar kantoor wandel. Ja, gewoon doorlopen in de alledaagse werkelijkheid kan ook, maar dat is verreweg de saaiste variant van alle scenario’s die zich op een dag in mijn hoofd aandienen.
Realiteit, dat is voor sukkels.
In dit geval was de realiteit frappant genoeg wel het ingewikkeldst, want hoe het ook zij, die mensen stonden echt allemaal stil in bizarre poses (ik laat even in het midden wat een bizarre pose is, weet wel dat ik niet snel ergens van sta te kijken).
God mocht weten waarom.
Ik had zelf namelijk geen idee. Ja, de bovenstaande.
Eh… dit leidde tot niets. Ik ging verder.
Ik keek nog een paar keer achterom om na te gaan of het allemaal echt was, want een zinsbegoocheling heb ik zo te pakken, maar er veranderde niets aan de hele toestand en ik besloot erin te berusten.
Leuk voor een blog, dacht ik nog.
Intussen was ik zonder dat ik het doorhad onder de ontmoetingswolk terechtgekomen.
Ontmoetingswolk?
Ja, dat is een nieuwe uitvinding van de spoorwegen, of van pro-rail, ik weet nooit wat het verschil is. Zij zelf ook niet, als ik het nieuws mag geloven.
Hoe dan ook, die wolk.
Dat is geen wolk.
Lijkt er niet eens op. Het is een zwevende kerstboom met veel te veel hyperactieve lichtjes, maar dan zonder de kerstboom.
Echt geen wolk. Laat staan ontmóétingswolk.
Ik heb er zeker tien minuten onder gestaan… Alleen!
Story of my life.
Ho, dat klinkt zieliger dan het is.
Ga ik het nu niet over hebben.
Hoewel het natuurlijk wel een beetje sneu was om daar te staan zonder iemand te ontmoeten, ook al was het een experiment dat ik ter plekke had verzonnen. Ik geef toe, een ander tegenkomen, in plaats van ontmoeten, had ik ook al mooi gevonden. Da’s vluchtiger, maar komt in de buurt.
Tegenkomwolk bekt dan weer niet zo fijn. En is raar, want elkaar tegenkomen is altijd toevallig. In ieder geval niet aan een plaats gebonden, laat staan aan een wolk.
Intussen was het alsof iedereen juist bij die wolk weg probeerde te blijven. Het was bij nader inzien ook wel een eng en dreigend gevaarte. Een kwaadaardig woekerende mistletoe van flitsen die een voor een het licht uit je ogen bliksemden.
Geen wonder dat geen mens zich bij me in de buurt waagde. Of dat was misschien omdat ik daar al een tijdje stond. Een mens kan wel even stilstaan in de hal van het station, maar na een poosje wordt zoiets raar, en nog wat later bizar, op de rand van verdacht.
Zie nogmaals hierboven.
Onder de ontmoetingswolk was ik zelf trouwens ook eng en dreigend, want het telkens verspringende licht maakte mij er natuurlijk niet vriendelijker op. Ik draag een hoed en iedere keer een akelige schaduw over mijn ponem schrikt af.
Snap ik ook wel.
Nee, die wolk was niks, en ik wilde verder lopen maar dat ging niet. Ik was zo stijf als een plank.
Eek!
Goed, toen ik besefte hoe het allemaal in elkaar stak, hadden ze me al bij de andere reizigers neergezet. En niet veel later verscheepten ze ons naar een ander sterrenstelsel. PGC 37617 om precies te zijn.
Daar sta ik nu. Te staan.
In een maquette van hun aanstaande vliegveld, of lanceerbasis, of wat het ook is, deze belachelijk grote vlakte waar ze hun duizenden zogenaamde ontmoetingswolken stallen.