
De digitale revolutie, daar hoor je ook veel over tegenwoordig. Nou heb ik het niet zo op veranderingen, zeker niet als ze snel gaan en van alles op zijn kop zetten, wat bij een revolutie meestal het geval is, maar ja, ik wil ook het contact met de rest van de maatschappij niet verliezen (nee, toch maar niet), en mijn moeder koopt kaartjes voor het concertgebouw vanuit haar sta-opstoel met haar iPad op schoot, dus tja, een tafel voor twee reserveren in een eetcafé, daar moet ik ook maar eens aan.
Dacht ik.
Eh… een raar woord eigenlijk: ‘sta-op-stoel’. Ik bedoel, een meubelmaker wil mensen lekker laten zitten, lijkt mij, niet hen te helpen met opstaan. Als je een stoel maakt waar je doelgroep niet uit kan komen, moet je toch eens over je vak na gaan denken. Ik schiet trouwens altijd in de lach als ik zo’n ding zie, want ik stel me dan voor dat door een fabricagefout zo’n oudje op een dag de huiskamer in gelanceerd wordt.
A vicious mind is a joy forever.
Waar was ik?
O ja, digitaal tafeltje voor twee.
Het café dat ons wel wat leek had een website vol met foto’s van opgezette dieren. Niks voor vegetariers, dus. Maakte niet uit, want wij wilden hamburgers. En Belgisch bier.
Vader en zoon op stap.
In het kadertje waarin in uitnodigende kapitalen ‘METEEN RESERVEREN’ stond, hadden ze ook dit geschreven: “Voor vandaag reserveren? Bel ons even en we kijken meteen even of er nog een tafel vrij is”.
Tot zover de digitale revolutie.
Jammer.
Want ik vind bellen eng. Mijn hele leven al.
Dus ik probeerde of ik echt niks kon typen. MIsschien was de mededeling over vandaag wel iets van gisteren wat ze vergeten waren weg te halen. Jawel hoor, alles werkte gewoon. 27 seconden later had ik een vrolijke bevestiging van mijn reservering.
Hoera!
Toen we ’s avonds binnenkwamen besloeg mijn bril. De rest van Utrecht was er ook, dampend van opwinding over het aanstaande weekeinde. Dat vind ik altijd een beetje sneu, want wat voor een leven hebben die mensen doordeweeks, vraag ik me dan af. Het duurde ongeveer vijf minuten voor we door hadden wie er van de bediening was en nog eens vijf minuten om een van hen door de menigte te volgen tot die (het meisje van de bediening) eindelijk stil bleef staan bij een tafel vol lege glazen. Op mijn mededeling dat ik een tafeltje voor twee had gereserveerd, zei ze dat ik daarvoor bij de bar moest zijn. Ze wees waar we moesten zijn.
Het was in de richting van Zeist. Daar moesten we naar Hester vragen.
Zo gezegd zo gedaan. Onderweg vroeg ik me af waar de tent zijn naam vandaan had. Er was nergens een tapijt te bekennen. Ook geen bowlingballen omgebouwd tot schemerlampen of kegels als geinige items aan hun touwtjes van het plafond naar beneden… In plaats daarvan overal wilde dieren.
Opgezet.
Hester was aan het praten met een jongeman.
Een moeilijk gesprek waarvoor ze telkens medelevend moest knikken. ‘Ja, maar dat is juist heel goed dat je dat bij haar hebt aangegeven!’ hoorde ik haar zeggen. ‘Anders blíjft ze dat doen…’
De jongen knikte. Zweeg. Twijfelde.
Ik ook; ging het over zijn moeder of over zijn ex?
Hester zocht zijn blik.
Wij wachtten.
Hm…
Misschien moest ik toch maar bellen?
Nee, ze zou vast niet opnemen.
Maar wat als ik nou mijn geduld verloor? Dat overkomt me wel eens. Het is niet leuk, voor mij noch voor omstanders, en ik weet jammer genoeg van tevoren nooit wanneer het gebeurt. Soms ben ik mijn geduld na een halve seconde al kwijt, soms pas na een paar jaar. In dit geval wist ik het niet. Ik besloot er niet op te wachten.
’Ben jij Hester?’ vroeg ik.
Ze glimlachte.
(Maar niet heus.)
Knikte.
‘We hebben een tafeltje voor…’
’Moment. Ik kom zo bij u. Ik wil even mijn gesprek afmaken.’
Ze legde haar hand op de jongen zijn arm.
Ik staarde naar Hesters hand en daarna naar het kippenvel op de jongen zijn arm. Ik kreeg medelijden met hem. En een hekel aan Hester.
Dat zag de vrouw die een meter verderop bierglazen aan het spoelen was. Ze droogde haar handen af en vroeg of ze mij kon helpen.
‘Ja, een tafeltje voor twee. Heb ik gereserveerd.’
Ze pakte een a4tje met een schema erop: namen, tijden, aantal personen. Wij stonden er niet bij.
‘Hoe heeft u gereserveerd?’
‘Op jullie website.’
Ze schudde haar hoofd en liep weg.
Dat kan natuurlijk ook! Dat ik daar zelf nooit aan denk! Gewoon weglopen! Dat zou een hoop misverstanden schelen. Ja, en sociale contacten, maar ja als u eens wist wat die misverstanden voor een schade aanrichten…
Maar daar gaat het nou niet over.
De weggelopen vrouw had Hester uit haar romance getrokken om aan mij dezelfde vragen te laten stellen. Maar Hester liep niet weg. Nee, Hester wees me erop dat die mededeling over opbellen er niet voor niets had gestaan. ‘Op zaterdagen is het te druk om de website te checken.’
Dit was een mooie trigger voor een driftbui vol verloren geduld.
Dacht ik.
Maar er gebeurde niks. In plaats daarvan schoot ik in de lach. Het was te absurd. En dat bleef zo, want ze liep ten slotte ook weg, maar dan in de veronderstelling dat we haar zouden volgen. Toen we daar achter kwamen, stond ze in de verte triomfantelijk naast een leeg tafeltje.
En naast een opgezette giraf.
Een halve opgezette giraf. Zijn buik hield op bij de muur.
Hij keek droevig op ons tafeltje neer.
Dat snapten wij ook wel.
En al helemaal toen we even later de kaart bekeken.
Stomme hamburgers. Veel te klein.
Stom bier. Allemaal IPA’s van hippe dertigers.
We stonden op en liepen weg.
Tip: dat is echt een hele goede oplossing voor heel veel onaangename situaties.
Buiten ging ik op mijn iPhone naar de website van het restaurant.
‘Wat doe je?’ vroeg mijn zoon.
‘Even netjes annuleren,’ zei ik.
27 seconden later had ik mijn bevestiging.
‘Jammer dat je niet komt. Tot een volgende keer!’