
De pub was volgepakt met luidruchtig drinkende twintigers die voor een tv zaten, zo groot als biljarttafel, maar dan dus op zijn kant als het ware, sterker nog, dat was het eerste dat ik dacht te zien, een biljarttafel zonder poten tegen de muur geplakt, nogal vreemd, maar niet vreemder dan de hele situatie waarin ik terecht was gekomen, waarover later meer; het was trouwens een voetbalwedstrijd, op die tv, ook groen, dus zo raar was mijn associatie niet.
Goed, voor die reusachtige tv dus een kleine menigte Mancunians of Gunners of wat voor een koosnamen die voetbalfans ook hebben, ik had geen tijd, laat staan de rust om ook nog eens te checken wie er tegen wie speelden, en daaromheen zaten vijf of zes, ik heb ze niet geteld, op hun barkruk ingedutte oude mannen die om het allemaal nog spannender te maken daar telkens bijna vanaf vielen en dan precies op tijd wakker schrokken om enigszins besmuikt hun evenwicht te herstellen en mee te juichen of joelen, al naar gelang de algemene stemming. Het leek op zo’n act met bordjes op van die wiebelige dunne stokken, maar dan met een of andere variété-engel als jongleur, die ergens tussen hemel en aarde vilein zijn act stond te oefenen.
Het meisje achter de toog had blauw haar.
Dit had ik allemaal niet verwacht. De pub niet, de drinkende voetbalfans niet, de suffende oudjes niet, het meisje niet.
Haar blauwe haar daarentegen stelde me wel gerust. Mooie kleur. Zeker temidden van de verder volstrekt grauwe en donkere, om niet te zeggen duistere kroeg.
Dat is-ie in mijn herinnering tenminste.
Maar ja, in zulke situaties is mijn geheugen niet zo heel erg goed. Want toen ik daar stond en me heel sneu en eenzaam aan het blauwe haar van dat meisje vastklampte (ja, figuurlijk, ik zeg het maar even, het was allemaal al bizar genoeg) zou ik gezworen hebben dat The Old Black Horse Inn op de foto’s die ik op internet bekeken had een aller schattigste kruising was van het geboortehuis van miss Marple (ik leg niet uit wie dat is) en een eftelingattractie.
Een echt Engels hotel.
The Old Black Horse Inn, hoe Brits wil een mens het hebben?
Dat old klopte. Zo’n beetje alles was oud. Behalve dan het meisje achter de bar dan, dat eruit zag als dertien. Misschien was ik verkeerd? Moest ik bij The New Black Horse Inn zijn? Zo’n stijf en statig, geheel uit dik tapijt en veloers gordijnen opgetrokken paleis met overal glimmende lakeien en een heuze receptie met mahoniehouten balie waarachter een bijna hooghartige matrone (een vrouw, drie en een half keer zo oud als het meisje) kamers toewijst alsof het haar eigen persoonlijke en hele creatieve ingeving is.
‘Hi there, how are you today?’ vroeg het meisje. Die vraag snap ik nooit. Dat wil zeggen, ik heb dan altijd de neiging om uit te gaan leggen hoe ik me die dag voel, maar da’s niet de bedoeling geloof ik, want als ik dat doe, krijg ik altijd glazige blikken terug.
Vraag het dan niet, wil ik dan zeggen, maar hoe dat beleefd pissig in het Engels moet, weet ik niet.
Dus ik zei: ‘I’ve booked a room here.’
Wat u niet kunt horen is de vertwijfeling in mijn stem. Het leek me nog steeds sterk dat ze in The Old Black Horse Inn kamers verhuurden. Maar het meisje knikte en vroeg me mijn naam. Tóén schrok ze. Ze herhaalde wat ik zei alsof het een vloek was, of nee, alsof ik ‘hij-die-niet-genoemd-mag-worden’ in hoogst eigen persoon was, en ging hulp halen.
Dat was een jongen die een formulier had waarop mijn naam stond, inclusief enkele beloften die ik moest doen en een stippellijntje om mijn handtekening op te zetten.
Ik tekende zonder iets te lezen of vragen te stellen, veel gekker kon het niet worden, leek me, en daarna brachten ze me samen naar mijn kamer.
Ho, dat klinkt gezelliger dan het was. Vergeet dat.
Het meisje bleek nieuw en de jongen verzon ad hoc een training on the job: zij moest alles doen en zeggen terwijl hij haar zou coachen en soufleren.
Wat ík moest doen, zei hij niet. Gewoon wat alle gasten doen, dacht ik dan maar, maar lieve help, gewoon was inmiddels het laatste wat in mij opkwam. Mijn leven zou sowieso heel anders zijn geweest en gelopen als ik meteen vanaf het begin had begrepen wat gewoon was. Zie mijn andere blogs.
Eh…
We gingen met zijn drieën door een deur naast de bar om uit te komen in een smal gangetje dat naar een al even smalle trap leidde. Daar kwam de jongen erachter dat we in de verkeerde volgorde liepen. Hij voorop, ik in het midden en het meisje achteraan, dat moest natuurlijk precies andersom.
Bovendien had hij de sleutel in zijn hand en dat was ook de bedoeling niet. Hij gaf hem aan mij, zonder te zeggen dat ik hem aan het meisje moest geven, want hij was veel te druk om haar met gebaren en gefluisterde aanwijzingen naar de kop van onze kleine optocht te dirigeren. Toen dat stukje bij beetje tot haar doordrong, overlaadde hij mij met een serie nauwelijks te aanvaarden verontschuldigingen (hoe doen ze dat daar toch, excuses maken waar jíj je dan vervolgens schuldig over voelt?) terwijl hij voor mij langs ging op weg naar het meisje dat op haar beurt aan de andere kant van mij naar voren toog.
Als u met mij wil medeleven, neem dan in gedachten dat híj mijn koffer droeg en zíj mijn tas en dat het trappetje dus erg smal was. Er pasten nog net een paar nieuwe excuses bij.
‘We’re going to the first floor, room two,’ zei de jongen toen we goed stonden. Het meisje keek panisch in het rond. Door al het gedoe was ze vergeten dat de eerste verdieping naar boven was. Ze botste tegen me op toen ze weer terug wilde, nee, stommelde in mijn armen.
Synchroonblozen, is dat een woord?
Doet er niet toe, we deden het.
Heel erg.
Toen ik me weer kon bewegen, wees ik naar een deur tegenover de trap, waar een grote 2 op was geschilderd. Ze glimlachte.
Wij erheen.
Nadat we er een paar tellen stil hadden getsaan, zei de jongen: ‘Now you open the door.’
Sleutel kwijt!
Ja, die had ik in mijn hand, maar dat waren we alle drie vergeten.
Ik sla het verslag van de uitgebreide en hilarische zoektocht naar dat ding over. Ons gezamenlijk lachen daarna ook.
Deerniswekkend was het enige woord dat in me opkwam toen ik tien minuten later op de rand van het bed ging zitten.
En opzij zakte.
En mijn ogen sloot om niet gek te worden van de stotterende tl-buis.
En naar het gedruppel van de douche luisterde.
En in slaap viel.