Schelden

Geit

Toen ik zes was – in 1964! – verhuisden we vanuit Amsterdam naar een dorp in Gelderland. Er woonden 1600 mensen (in dat dorp) en wij waren het derde gezin van buiten.
Allochtonen.
We moesten integreren en dat mislukte. Of nou ja, ík moest integreren en dat mislukte.
Laat ik, om uitgebreide en nutteloze analyses te voorkomen, zeggen dat het dorp en ik gewoon niet goed met elkaar konden opschieten. En laat ik bekennen dat ik niet veel deed om onze relatie te verbeteren. Ik had heimwee en wilde Amsterdammer blijven. En het dorp vond mij raar. Waarschijnlijk ook als ik geen Amsterdammer had willen blijven. Misschien wás ik wel raar. Zou niet uit moeten maken, vind ik, maar dat bleek lastig.
Op een dag stond er achter op ons schuurtje: ‘René Poort stik de moord in Amersfoort en doe de rest in Boedapest’.
Of Boekarest. Dat weet ik niet meer. En nu ik dit zo typ, besef ik dat de tweede regel helemáál anders was: ‘en krijg de pest in Boekarest’.
Het rijmde, dat vond ik wel goed. Maar ik weet nog dat die tweede regel me stoorde. Ik bedoel, als je al de moord gestikt bent in Amersfoort, hoezo dan nog de pest Boekarest? Eerst de pest en dan dood, zou ik zeggen. Wel een eind rijden, trouwens, Boekarest-Amersfoort. Zeker als je aan de pest lijdt.
Eh…
‘Schelden doet geen pijn,’ zei mijn moeder. Dat is niet waar. Of misschien wel, maar dit was geen schelden. Ik wist heus wel wat schelden was. Ik had zelf wel eens iemand uitgescholden, mijn neefje, en ik was wel eens uitgescholden, door mijn neefje.
Maar het gedicht achterop ons schuurtje, dat was iets anders. Dat was haat.
Een facebookcampagne avant la lettre.
Weinig bezoekers, laat staan likes, want er kwam haast niemand door onze brandgang, alleen wijzelf en onze buren, dus een actie van niks.
Toch pijn.
Een beetje.
Niettemin vind ik vrijheid van meningsuiting een mooi recht. Ik zou er wel twee nieuwe voorwaarden aan willen verbinden. De eerste is dat een mening wel een beetje logisch moet zijn. Zuiver gedacht. Ja, veelgevraagd, maar voor minder doe ik het niet. Dus voor het geval dat degene die mij in 1964 dood wenste dit blog leest, hieronder en betere versie van zijn hekeldicht:
René Poort,
krijg de pest
in Boekarest
en stik de moord
in Amersfoort.

De tweede voorwaarde is dat de úíting creatief moet zijn. Zeker als het schelden is.
Dus niet ‘geitenneuker’. Dat is volgens de nieuwe wet dan verboden, want dat is een heel erg versleten belediging, zeker als-ie bedoeld is voor mensen uit landen waar veel geiten leven.
Ik bedoel, als je een iemand wilt beschimpen en je bent een beroemde komiek en je hebt een populaire show op de televisie en je mag zeggen wat je wilt, dan moet je echt met iets beters komen. Dat geldt ook voor de bewering dat de meneer die je wilt beledigen een kleine piemel heeft. Dat is wat vijf-jarige neefjes elkaar voor de voeten werpen.
Echt sneu.
Neem een voorbeeld aan Dorothy Parker (ik leg niet uit wie dat is). Ze zei van zichzelf dat ze ’s morgens eerst haar tanden poetste en daarna haar tong scherp sleep. Toen ze hoorde dat de oersaaie president Coolidge gestorven was, vroeg ze: ‘How could they tell?’
Dat is creatief.
Of neem Gerard Reve, die Cees Nooteboom (allebei schrijvers, ik zeg het maar even) niet moest en hem ‘het zieke aapje N.’ noemde. Dat is even onschuldig als vernietigend.
Bravo!
Of – en daarna hou ik op – Monty Python. In hun film ‘Monty Python and the Holy Grail’ scheldt een Franse soldaat de Engelsen uit: ‘I unclog my nose in your direction, sons of a window dresser. So, you think you could outclever us french folks with your silly, knees-bent, running-about, advancing behavior? I wave my private parts at your aunties, you cheesy-leather, second-hand, electric donkey bottom biters.’
Veel leuker dan geitenneuker.
Laten we dus voortaan als we onze vrijheid van mening uiten origineel zijn. En laten we afspreken dat als het niet leuk is, dat het dan haat is. En dat dat niet mag.
Want dat doet pijn.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.