Af en uit!

kakkerlijk

Weet u wat ook steeds vager wordt? Het voorzetsel ‘uit’. Dat zetten mensen tegenwoordig maar te pas en te onpas voor een werkwoord. Wat eerst met ‘in’ gebeurde (inregelen, inkopiëren, inplannen), gebeurt nu ook met ‘uit’ . Laatst kreeg ik van iemand een automatisch antwoord op een mailtje: «Ik ben momenteel niet aanwezig. Deze inbox wordt niet uitgelezen.»
Hm. Je inbox uitlezen? Dat is sowieso al geestig. Je outbox inlezen, kan vast ook. Maar goed, wat als je hem uit hebt, die inbox? Aan iedereen vertellen hoe mooi het was? Moet er niet aan denken.
Een mevrouw vroeg mij laatst of ik al een antwoord op haar uitvraag had. Pardon? Uitvraag? Had ik een romantisch signaal gemist? Zou me niets verbazen, maar dat was het niet. Nee, uitvragen, dat was… eh, weet ik eigenlijk niet.
Onzinnig.
Vind ik.
Derde voorbeeld: uitzetten. In een vergadering zei iemand dat zij beleid had uitgezet. Maar ze bedoelde dus aan.
Eigenlijk.
Beleid uitzetten is ermee beginnen. Aanvangen. Implementeren (ik wacht trouwens popelend op de eerste die inplementeren schrijft, lijkt me geweldig! Maar dan om het evenwicht te bewaren ook imvoeren schrijven). Mijn eerste associatie was trouwens paling. Kun je ook uitzetten. Zou handig zijn bij sidderalen. Eh… Volgt u mij nog? Nog een voorbeeld dan: uitonderhandelen (twee voorzetsels achter elkaar, het kan niet op). Je doet zaken en een hele tijd rommel je op hoofdlijnen wat afspraken bij elkaar om die dan op het laatst uit te onderhandelen. Dan ga je verder op de details in, denk ik. Tot je het eens bent. Of je houdt er mee op, kan ook. Ik ben heel vaak uitonderhandeld. Heb ik er gewoon genoeg van. Ik kan er trouwens ook niks van.
Laatste: uitbehandeld zijn. Die is ook verwarrend, want de betekenis hangt af van de persoon die het zegt. Als een dokter uitbehandeld is, zit zijn werk erop, als zijn patient het zegt, zit zijn leven erop. Tenzij de dokter dus zelf ziek is, maar dat begrijpt u ook wel.
Korte tussentijdse mijmering: ik weet dus niet waarom dit fenomeen van die overbodig vastgeplakte voorzetsels de kop op steekt. Ja, voorzetsels. Meervoud. En niet alleen ‘in’ en ‘uit’. Met ‘af’ kan het ook.
Een politieman op de tv zei laatst dat hij een verdachte had afgehoord. Dat bleek horen en afronden tegelijk. Of zoiets. Finaal verhoren.
Afhoren, zou ook een eilandengroep bij IJsland kunnen zijn
Dat ‘finaal’ als een betekenis van ‘af’ leek me nog wel plausibel, tot ik op de tv een ongediertebestrijder hoorde zeggen dat hij de hele kolonie kakkerlakken had afgedood.
Eh… afdoden?
Eek!
Dat is heel erg vermoorden, denk ik. Als je het googelt krijg je er ook plaatjes van te zien, maar die zijn dan van een old school death metalband uit Denemarken, Undergang, hun eerste album om precies te zijn: Indhentet af Døden (ingehaald door de dood). Toepasselijk, maar maar ik wordt oud denk ik, want old school death metal? Ik vind dat om een of andere reden sneu klinken, maar voor die jongens is het hun hele leven.
Ook wel weer grappig.
Eigenlijk.
Maar goed, die voorzetsels voor werkwoorden. Mijn analyse van de koude grond is dat het gewoon deftigdoenerij is. Hoe langer een woord hoe interessanter. Nergens voor nodig, dus niet meer doen.
Of het is verholen twijfel. Heimelijk een schepje er bovenop om te verhullen dat je het niet zeker weet.
«Ik heb die kakkerlakken echt helemaal tot op de bodem doodgemaakt! Heus!»
Terwijl ze dus nog een beetje bewegen.
Voorzetsel erbij om niet ingehaald te worden.
Door de waarheid.
Da’s vaak veel enger dan de dood.
Afschuwelijk.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.