
Jeukwoorden, daar hoor je ook veel over tegenwoordig. Ja, zo veel, dat ‘jeukwoord’ ook weer een jeukwoord wordt. Kreeg er meteen uitslag van. Niet van het woord zelf, maar van de hele hausse er omheen.
Op eens is dat iets.
Bij mij op het werk deed iemand op intranet een oproep om al die woorden eens met z’n allen op te sommen. Hoe bizar is dat, ambenaren vragen naar irritante woorden? De wereldkampioenschappen boter op je hoofd.
Ja, ik ben zelf ook een ambtenaar. Lastig om dan kritisch te zijn, want voor je het weet, doe je uit de hoogte en ben je een soort matennaaier.
Hm… Toch dit blog.
Lees vooral verder.
Jeukwoorden verzamelen is ook veel te makkelijk. Taal is overal en iedereen bemoeit zich er mee of heeft er verstand van, dus binnen de kortste keren heb je enorme lijsten van ‘krabwaardige’ woorden (om er eens een te noemen, ik bedoel ‘waardig’, dat plakt iedereen tegenwoordig overal achter alsof het niets is… eh, het is ook niets, ja, een klef allemansvriendje voor gemakzuchtige schrijvers).
Het gaat dan ook niet om die woorden, maar over mensen, want die gebruiken al die woorden.
Of misbruiken ze, dat mag u zelf zeggen.
Hoe dan ook, ze doen dat niet zomaar. De mensen.
Mensen? Ik zal specifieker zijn en de hand in eigen boezem steken, ik bedoel beleidsmakers. Notitieschrijvers.
Ik heb daar een theorie over en die is heel simpel.
Ja, dat kan ook.
Hier komt-ie.
Taal heeft twee doelen: verhullen en onthullen. Beide met hetzelfde resultaat: vaagheid.
Eerst verhullen.
In tegenstelling tot wat iedereen denkt, gebruiken veel mensen taal om dingen níét te zeggen, om iets vaag te houden.
Veel mensen zijn namelijk nogal eens bang om te zeggen waar het op staat. Als ze bijvoorbeeld moeten opschrijven dat er minder subsidiegeld komt voor zwemlessen aan goudvissen (op zich een begrijpelijke maatregel), maar boze reacties vrezen van de vereniging van zweminstructeurs, dan schrijven ze op dat ‘de financiële budgetten neerwaarts worden bijgesteld’. Zwart op wit ziet het er dan niet zo harteloos uit en bovendien laten ze heel handig in het midden wie dat geld heeft geschrapt.
Zie hier: verhullen.
Helpt niet. Want die instructeurs worden toch pissig en komen voor het kantoor van de beleidsmakers demonstreren met spandoeken (‘Geen les voor vis is een gemis!’).
Verhullen is van korte duur.
Ónthullen al helemaal.
Beleidsmakers zijn natuurlijk vooral denkers. Hun grootste zorg is om op papier te krijgen wat in hun hoofd zit. Op zich een goed begin, maar wat in hun hoofd zit, begrijpen ze meestal alleen zelf.
Of heb ík dat alleen?
Hoe dan ook, wel jammer.
David Ogilvy, schreef eens een memo met tien ‘hints for good writing’. Zijn stelling was dat ‘people who think well, write well’. Ik waag dat te betwijfelen, want je hebt denken en denken. Een tijdje gelden hoorde ik een minister op het nieuws zeggen: ’Onnodige geluidsniveaus die te hoog zijn gaan we beperken’.
Ik bedoel maar. Zo iemand kan heus wel denken. Maar sommige denkers zijn al blij als wat ze hebben bedacht eruit is. Hun doel is om te onthullen. Wat daarna komt, zien ze later wel.
Meestal onbegrip en verwarring.
Beide doelen, verhullen en onthullen, resulteren dus in vaagheid.
Een goed woord kan dan helpen.
Die raad heb ik niet van mijzelf. Het is regel één van de vorig jaar overleden William Zinnser: ‘Don’t make lazy word choices’.
Het zou namelijk al heel wat zijn als iedereen eerst goed nadacht over wat een woord precies betekent. Dat staat in een woordenboek.
Ja, jongens en meisjes, dat is gedoe, maar daarna is er veel minder verwarring. en dat is fijn.
Mijn aanvulling zou zijn: gebruik geen toverwoorden.
Daar zijn jeukwoorden niks bij; die zijn irritant, maar daar heb je het dan wel mee gehad. Toverwoorden daarentegen zijn bedrieglijk. Vileine woorden die heel wat lijken, maar niks zijn. Toen ik voor het eerst in een notitie het woord ‘betekenisvol’ las, heb ik – ongelogen! – een dik uurgeprobeerd om erachter te komen wat de schrijver (en een tiental andere schrijvers die ik op internet tegenkwam) ermee wilde(n) zeggen.
Zoiets verzin je niet.
Ik bedoel, betekenisvol!
Vaag!
Toch had je in die tijd in één klap een vergadering aan je zijde als je zei dat iets wel of niet betekenisvol was. Zat iedereen te knikken of te schudden.
Gewoon gevaarlijk!
Later gebeurde hetzelfde met ‘de bedoeling’. Als je je ernstig liet ontvallen dat het niet om het doel maar om ‘de bedoeling’ ging, stond iedereen paf om zoveel inzicht. En niemand die vroeg wat je bedoelde.
Eh… dat is niet grappig bedoeld.
En dat ook niet.
…
Hoe bizar, dat deze blogger het naïeve geloof heeft dat het gebruiken van een woordenboek voor minder taalverwarring zou zorgen. Heeft de auteur Foucault dan nooit gelezen? Hoe vaag, jongens en meisjes.
Gelukkig maakt de auteur zich aan één ding niet schuldig: het gebruik van ‘toverwoorden’ waarmee de bijdrage meer pretendeert te zijn dan het is, de bijdrage is ronduit niets en ‘betekenisloos’. Maakt wel de vraag actueel: waarom niet nog een uurtje extra in het woordenboek bladeren in plaats van deze post?
LikeLike
Ja, voor wat het waard is, ik heb Foucault gelezen. Maar zijn werk was me net even te zwaar voor een blog dat ik voor mijn lol schrijf, zonder al te veel pretenties. Hoewel ik dol ben op woordenboeken, vind ik schrijven een aangenamer tijdverdrijf. Ook als het betekenisloos is.
LikeLike