Limiet

rood

Goed, de Tour de France is weer achter de rug en hét woord van dit jaar was ‘limiet’. Vorig jaar was het ‘hongerklop’, maar de redactie had bij de evaluatie waarschijnlijk geconcludeerd dat dat een nogal mager begrip was om alles wat er te zien was mee te verklaren en bovendien geconstateerd dat de mannen achter de microfoon zich er behoorlijk belachelijk mee hadden gemaakt.
Goed gezien!
Want hongerklop als de kern voor een theorie van alles, daar heb je niet zoveel aan. Had ik hun ook wel kunnen vertellen. Het heeft maar één hele letterlijke betekenis en geen enkel fijn synoniem, dus je bent al snel klaar met variaties op het thema, en al helemaal met variaties op de uitleg van wat de wielrenners allemaal doen.
Ik bedoel, het is nogal simpel: te weinig eten = hongerklop = langzaam fietsen. Meer is er niet van te maken. Ja, eventuele aanvulling: heel langzaam fietsen = omvallen. Maar dan heb je het wel gehad.
Nee, dan ‘limiet’. Dat is een geweldig begrip! De commentatoren van de televisie begonnen er al meteen in de eerste week flink mee te oefenen en ik kon horen dat ze er echt plezier aan beleefden. Om te beginnen probeerden ze alle voorzetsels die ze maar konden vinden. Een renner was ‘op de limiet’, ‘aan de limiet’, ‘over de limiet’, ‘in de limiet’, et cetera. Vervolgens experimenteerden ze met ‘zijn limiet’ in plaats van ‘de limiet’, om het wat persoonlijker te maken, denk ik, en zodoende de indruk te wekken dat ze van alle renners gegevens hadden over hun privé-limieten.
Dat was natuurlijk niet waar. Want zoals gewoonlijk kwamen ze telkens na een bewering over iemands limiet daar weer van terug, meestal omdat ook de renner weer terugkwam, maar dat was nu net het heerlijke van ‘limiet’, want dat bleek een rekkelijk begrip.
Ook heel handig.
Daar had de redactie natuurlijk over nagedacht.
Een ’limiet’ heeft bandbreedte. Als de verslaggevers een slag om de arm wilden houden, en dat wilden ze de hele tijd, ook al zou je dat niet denken gezien de eeuwige stelligheid van hun beweringen, dan zeiden ze: ‘hij rijdt in het rood’. Daarmee maakten ze het spannend door onzekerheid in het spel te brengen, terwijl ze toch heel deskundig overkwamen.
Er zijn zeker twaalf etappes gewonnen door mannen die in het rood reden. Heroïsch! Want dat rood waar die mannen in zaten, ik heb daar studie van gemaakt, dat is dus wel ‘door de limiet’ maar niet ‘over de limiet heen’, kortom, het ging over renners die ‘ver aan hun reserves zaten’ en toch doorfietsten.
Op ‘pure wilskracht’.
Dat is ook heel erg heldhaftig.
Wilskracht, dat is wat je overhoudt aan het einde van je Latijn. Een doorgewinterde fietser kan dan zijn grenzen nog wel oprekken, maar iedereen weet dat een mens zoiets niet ongestraft kan doen. Ook oprekken houdt een keer op. Na rood komt toch onvermijdelijk zwart.
Ja, wielrennen is afzien, dat bleek maar weer eens en ‘limiet’ was het veelbetekenende woord waarmee alles wat daaronder viel telkens het mooist te beschrijven was.
Het was zo’n beetje de redding van de hele Tour de France-verslaggeving.
Blijven we wel met de vraag zitten welk woord de mannen volgend jaar kunnen gebruiken.
Ik zou ’evenwicht’ nemen. Dat woord heeft net als ‘limiet’ een letterlijke en een figuurlijke betekenis, oneindig veel synoniemen die al even dubbelzinnig zijn, en het raakt de kern van wielrennen: je moet op je fiets blijven zitten.
Dat bleek dit jaar wel een dingetje, en, geloof mij, dat is volgend jaar hét excuus voor iedere roemloos verloren etappe. Ik voorspel nog meer Nederlanders die tegen de grond gaan en meteen na de val uit (hun) evenwicht zijn.
Of ván hun evenwicht.
Door de balans.
Buiten het lood.
Terwijl Froome gewoon weer naar een top van de berg kluunt of onderweg drie maal van fiets wisselt en doorrijdt alsof er niks aan de hand is.
In het geel.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.