Twijfelen

papegaai

De vrouw die schuin tegenover mij in de trein zat, somde voor haar medereiziger alle reizen op die zij had gemaakt. Ze gaf telkens een beschrijving van de landen inclusief de volksaard van de bewoners, aangevuld met bijzonderheden over de mannen. Ze poneerde alles met een granieten stelligheid en gaf voorbeelden om haar beweringen te onderbouwen die zo levensecht waren dat je er niet onder uitkon. Zo beschreef ze tamelijk gedetailleerd het mes dat ze bij zich had gedragen om de Kazachstaanse mannen van zich af te houden. Want die waren van alle mannen op de hele wereld het opdringerigst, verzekerde ze.
Intussen breide ze iets paars vol kruisende kabels en pluizige bulten. Haar handen deden me aan Charlie Parker denken. Ik leg niet uit wie dat is. Toen ik voor het eerst in een verloren gewaand filmpje z’n handen over zijn saxofoon zag gaan alsof ze een eigen leven leidden, geloofde ik even in God.
Wel ja. Geeft een hoop rust, zeggen ze.
De vrouw had dat niet. Geloof noch rust. Wij medereizigers trouwens ook niet, want haar onaantastbare verhaal was intussen zo groot geworden dat het de lucht uit onze wagon verdrong. In plaats van God, leek de duivel in haar gevaren. Ja, haar breiwerk zag er opeens heel demonisch uit. Een hansopje voor Rosemary’s baby, dat was het, of nee, misschien wel voor haar éígen addergebroed.
Eeek!
Ik dwaal af.
Want die trui daargelaten was het engste aan haar toch wel dat zij niet twijfelde. Neem van mij aan, iemand die niet twijfelt, moet je met grote argwaan tegemoettreden.
Zoals die vrouw, dus, want die wist beslist alles zeker. Ze praatte niet, nee, ze nagelde stellingen aan onze deuren. Het was zo agressief dat ik zelfs een lichte neiging om tegen haar te zeggen dat me dat irriteerde. Feedback geven, daar hoor je best veel goede dingen over tegenwoordig. Maar ik ken mijzelf. Iedere keer dat ik mijn bijdehante kop niet kan houden, loopt het slecht met me af. De pakken slaag die ik heb gekregen omdat ik zonodig ad rem moest zijn, echt sneu! En hoewel ik er in berust heb dat mijn snedigheid ooit een tot roemloze dood leidt, had ik daar nu nog geen zin in. Een breinaald in mijn rug, dat was me net even té roemloos.
Ze ging gelukkig bij het volgende station de trein uit, om plaats te maken voor een man die me meteen bekende dat hij echt niet meer wist wat hij nu moest met de papagaai die hij onlangs via marktplaats voor zijn vrouw had gekocht, die alleen maar ‘kijk uit politie!’ bleek te roepen (de papagaai bedoel ik) en tot overmaat van ramp iets onzichtbaars in de atmosfeer verspreidde wat op zijn longen (die van de man) sloeg, waardoor hij ’s nachts geen oog dicht deed omdat hij de hele tijd bij het badkamerraam zat om naar lucht te happen en zijn vrouw niet wakker te maken met zijn hijgen en hoesten.
En daar keek hij dan maar een beetje naar buiten.En dacht hij na.
Dat had hij weer, gestopt met drinken en roken en alle andere dingen die God verboden had, een vrouw ontmoet die van hem hield alsof het niets was, en dan die vogel.
Zijn hele leven kwam langs, daar bij dat raam.
De dingen die hij verkeerd had gedaan.
Waaronder de papegaai.
Wat moest hij nou? Zijn vrouw was dol op het beest.
En de man op haar.
Dilemma.
‘Vertel het haar,’ zei ik.
‘Alles?’
‘Vooral dat je niet weet wat je moet doen.’
Want als je alles zeker weet, gebeurt er niks leuks meer, dacht ik erachteraan.
En gaan truien zichzelf breien.
Eeek!

Een gedachte over “Twijfelen

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.