Veranderen

omleiding2

Veranderen, daar hoor je ook veel over tegenwoordig. Ik in ieder geval wel. Maar misschien valt het mij juist op omdat ik er niet van hou. Hoewel, ik stel ook regelmatig dat veranderen juist leuk is.
Hm… ik neem alles terug en beweer het tegendeel.
Eh… da’s verwarrend.
Ik leg het uit.
Je hebt veranderen en veranderen.
Voorbeeld…
Ik moest eens naar Leiden om daar aan een zaal vol eerstejaars criminologiestudenten te vertellen waarom het leuk is om bij de reclassering te werken. Omdat mensen kunnen veranderen, was mijn stelling. Bijkomende stelling: dat is goed.
Het was die dag mooi weer, te mooi, vooral te wárm, en dat dan vooral toen de trein kapot ging en we met de bus verder moesten.
Zo’n verandering vind ik niet goed.
Níét goed!
Over naar plan B. Ik dacht dat we er al bijna waren en dus dat we nog maar tien minuutjes in die bus zouden zitten, en dat ik dat wel zou redden, want ja, warmte, daar kan ik eigenlijk niet tegen, dus ik stapte die bus in, want ik moest immers die jonge criminologen toespreken en ik zag ze al gretig op mij wachten, dus tien minuten met drie schoolklassen pubers opeengepakt in een streekbus, dat moest dan maar.
Wat zijn nou helemaal tien minuten? Dacht ik.
We moesten dus nog een uur. Een úúr! Dat is zes keer tien minuten!
Achtentwintig graden in de schaduw, zo’n vijfendertig in die bus en daar zat ik in mijn pak. Weliswaar een zomerpak, maar de ontwerper had het jaargetijde vooral in de kleur gezocht en niet in de materialen.
Uittrekken (het jasje bedoel ik) ging niet meer, want ik zat ingeklemd tussen een gebeugelde jongen en zijn bepukkelde vriendje, die beiden een oogje hadden op een sereen meisje voor ons en die dat met uitbundig apengedrag probeerden duidelijk te maken. Aan elkaar. Of aan mij. En zodoende dus aan haar.
De mens is een raadsel.
Complicerende factor bij plan B was dat ik die dag ook een huis aan het kopen was. Want ik ging verhuizen.
Verandering!
Dat was goed, ware het niet voor makelaars. Die bellen eigenlijk alleen maar als het niet uitkomt, bijvoorbeeld als je midden in een plan B zit. Dat hebben ze samen afgesproken om de prijzen op te drijven. Want in alle rust denk je nog eens na over een bedrag, maar met drie-en-vijftig tieners die opeens stoppen met snapchatten en belangstellend over je biedingen meedenken, is dat wat anders.
De hele bus weet nu wat ik voor mijn huis betaald heb en wat ik en passant de verkoper heb toegewenst (een lange warme reis in een bus vol scholieren).
Intussen keek het serene meisje naar buiten om daarna doodgemoedereerd op te merken dat de wegomlegging nog steeds niet was opgeheven. Wegomlegging? Jawel hoor, gele pijlen de verkeerde kant op.
Verandering!
Níét goed!
Plan C. Niet mijn plan, maar ik kon geen kant op. Alleen de verkeerde.
Mijn god, wat zijn er veel buitenwijken in de buurt van Leiden, alles is daar buitenwijk. Waarschijnlijk om ten minste ergens al die bushaltes kwijt te kunnen. Op iedere straathoek was er een. En niemand stapte uit, er kwamen alleen maar mensen bij.
Complicerende factor bij plan B-schuine-streep-C was dat ik vóór ik mijn praatje ging houden, een notitie geredigeerd moest hebben om die naar een collega te zenden, die het weer naar een of andere stuurgroep moest zenden. Track changes op een iPhone.
Veranderen tot ik scheel keek.
Níét goed!
Ik moet eens leren om een tekst met rust te laten (zoals dit blog, daar zit ik ook al eindeloos aan te pielen).
Intussen probeerde ik me te herinneren wat ik ook alweer tegen die studenten ging zeggen. Ik had een lijstje van vier punten. Hád! Ik wist opeens alleen de eerste nog. Daar ging mijn vertoog.
Ik had geen vertoog B.
Mensen kunnen veranderen, dat is goed, en dat is ook precies de crux van reclasseren, prevelde ik terwijl ik het trappetje naar de lessenaar van de collegezaal op stommelde en op hoop van zegen de bijgewerkte notitie verzond.
Toen belde mijn moeder. Eigenlijk bellen moeders alleen maar als het niet uitkomt. Omdat ze dat mogen. Ze zijn moeder. Dat gaat maar door, 7 x 24. Ik had opgenomen voor ik er erg in had.
‘Wat vind jij, René,’ vroeg ze zonder verdere inleiding, ‘zal ik de huiskamer opnieuw laten behangen?’
‘Nee, niets veranderen!’ schreeuwde ik. ‘Niet goed!’
Iedereen in de zaal stopte met snapchatten en staarde mij aan. Hoopvol. Popelend. Nu wordt het leuk, zag ik ze denken. Ik staarde terug.
O ja. Leuk.
‘Ik neem alles terug en beweer het tegendeel,’ zei ik.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.