Slapen, dat is eigenlijk zonde van je tijd. Toen ik klein was vroeg mijn moeder eens (wanhopig) aan me waarom ik maar niet wilde gaan slapen.
‘Dan zie ik niks,’ zei ik.
Ik ben veel te nieuwsgierig voor nachtrust.
Neem bijvoorbeeld gisteren. Ik lag nog niet in bed, of er kwamen twee rammelende fietsen de straat inrijden.
‘Heb je genoten?’ vroeg een vrouw. Zij zat op een van de fietsen.
Nam ik aan.
Hoefde natuurlijk niet. Ze kon ook te voet zijn terwijl er iemand anders op die fiets passeerde. In dat geval had ik maar één fiets gehoord. Ik vroeg me af of het verschil tussen één en twee rammelende fietsen te horen zou zijn. Daar kwam ik niet uit.
Hoe dan ook, stel dat het om één fiets ging, zou die lopende vrouw dan aan die passerende fietser (m/v) vragen of die genoten had? Dat leek me sterk. Hoewel ik altijd in ben voor bizarre scènes en een levendige fantasie heb, kon ik me deze moeilijk voorstellen.
Ik vroeg me niettemin af wat ik zou doen als ik op de fiets een voetganger ontmoette die me zoiets zou vragen. Zou ik antwoorden? Gewoon ‘ja’ roepen en dan verder fietsen? Misschien, als ik redenen had om ergens van te hebben genoten. Aan de andere kant is dat vaak nogal een persoonlijke ervaring. Genot, bedoel ik. Niet iets om het eens midden in de nacht met vreemde voorbijgangers over te hebben. Zelfs als het over eten zou gaan, om eens iets te noemen waar ik nogal eens van geniet, zou ik me beschroomd voelen om daar met zomaar iemand over te praten, om één uur in de nacht in ieder geval wel. Dan is veel communicatie al snel intiem.
Vind ik.
Maar goed, ik concludeerde dat de vrouw die de vraag stelde, fietste, want haar stem bewoog. Als het ware. Ik kan dat niet goed uitleggen, maar u begrijpt hoop ik wat ik bedoel. Vraag het anders aan een vleermuis, die beesten weten precies waar het over gaat.
Eh… er kwam antwoord op haar vraag, ook van een vrouw, die ook op de fiets door de straat reed. Voor de volledigheid: in dezelfde richting (korte samenvatting van het voorgaande: twee fietsen en twee stemmen bewogen van de Kanaalstraat naar de Vleutenseweg). Dat de twee vrouwen elkaar fietsend tegenkwamen en dan in de flits van het voorbijgaan zo’n onderwerp zouden aanroeren, leek me – alweer – sterk.
Zou wel hilarisch zijn.
Ik schoot in de lach.
Midden in de nacht in bed, ja.
En dat die twee vrouwen mij dan weer konden horen lachen, mijn soloschater uit het open raam, leek me nog hilarischer. Ik zag ze met opgetrokken wenkbrouwen naar elkaar kijken. In mijn gedachten, bedoel ik, want ik lag nog steeds in bed.
‘Ja, ik heb wel genoten, ja,’ antwoordde de tweede vrouw. Dat klonk niet overtuigd. Wat eigenlijk niet zo vreemd was, want bij nader inzien had de vraag van die eerste vrouw een beetje sceptisch geklonken. Alsof het haar zou hebben verbaasd dat de ander had genoten. Kennelijk had die dat niet uitgestraald.
Dat had ik weer. Erg vervelend allemaal. Ik wilde slapen en in plaats daarvan moest ik denken. Waar ging dit over? A dirty mind is a joy forever, zeg ik altijd, maar in dit geval schrapte ik toch al snel de mogelijkheid dat ze net ergens met elkaar de liefde hadden bedreven en dit nu op de fiets naar huis evalueerden. Daar was het gesprek te koel voor, zelfs als het helemaal niks was geweest. Als seks mislukt, is zwijgen meer op zijn plaats. Zwaarmóédig zwijgen terwijl je probeert te reconstrueren wat er mis ging.
Nee, ze waren ergens naar toe geweest waar te genieten viel en de een wilde van de andere weten of dat gelukt was. Een verjaardag of een ander feestje, leek me, waar dan die ene het middelpunt van was geweest.
Da’s altijd een gok, iemand centraal stellen. De ene mens vindt dat geweldig, de andere (zoals ik) ligt er wakker van (no pun intended). De vrouw op de fiets was volgens mij van de tweede soort, maar ze had zich er voor één keer overheen gezet, om die ander een plezier te doen, want die had het (stiekem) georganiseerd. Ja, dat zou alle wederzijdse beleefdheid goed verklaren.
Uh… beleefdheid?
Liefde, eigenlijk.
Aah!
Kijk, als ik geslapen had, was dat hélemaal aan me voorbijgegaan.
En aan u.