De techniek staat voor niets, zeggen ze wel eens, maar dat is niet waar. De techniek staat in de weg. Ik wilde mij inschrijven voor een congres en toen ik zo’n beetje mijn hele doopceel op een formuliertje had getypt, moest ik alleen nog even aanvinken dat ik geen aap was, of dat ik geen robot was, dat weet ik niet meer. Ik denk dat websites de aap-variant gebruiken als een besmuikte grap om hun verlegenheid te maskeren, want laten we wel wezen, die vraag was natuurlijk een soort wantrouwen, die bovendien nog eens als erg onvriendelijk antwoord op míjn oeverloze vértrouwen kwam.
Maar goed, ik snap ook wel dat ze geen apen op zo’n congres kunnen gebruiken, en ik wilde naar dat congres, dus ik zette mij over de bizarre sociale mores van de huidige tijd heen, en beaamde dat ik geen aap was, eh… ben.
Dat was niet genoeg. Er verschenen zes gruizige foto’s van gebouwen en daaronder de opdracht om de flats te selecteren.
Hm… flats.
Toen ik twee was verhuisde ik met mijn ouders van de Spaarndammerstraat in Amsterdam naar de Henk Henriëtstraat, ook in Amsterdam. Daar gingen we in een etagewoning wonen. Die was vier hoog. Kennissen noemden het een flat, maar wij volhardden in ‘etagewoning’, want zo noemde de woningbouwvereniging het ook. Dat was sjieker, denk ik.
Waarmee (met deze uitwijding) ik maar wil zeggen, dat ‘flat’ een rekkelijk begrip is. Ik had graag een definitie bij de foto’s gekregen, maar die kwam niet. Snap ik ook wel weer, want zo help je ook meteen de apen die onbevoegd naar dat congres willen komen.
Hoe dan ook, op twee van de zes foto’s stonden etagewoningen.
Vond ik.
Op twee andere foto’s stonden flats (meer dan vier verdiepingen), maar dan ergens in de verte, achter een gebouw dat pertinent geen flat was, maar dat, heel onhandig, minder scherp in beeld was dan de woontorens op de achtergrond.
Wat te doen?
Er zijn waarschijnlijk apen die sneller besluiten nemen dan ik. Ik heb wel eens een documentaire over Bonobo’s gezien en daarvan onthouden dat het hele doortastende types zijn. Geen denkers. Laat staan twijfelaars. Ze doen ook veel aan seks trouwens, om onderling gedoe op te lossen, maar daar had ik nou natuurlijk niks aan. Sowieso een sociale vaardigheid waar je mee uit moet kijken, lijkt me. In de mensenwereld, bedoel ik.
Eh, waar was ik? Bij die test. Daar zakte ik dus voor.
De volgende serie foto’s was nog vager. Toch moest ik zeggen in welke van de zes gevels een etalage zat.
Lieve help!
Een etalage?
Was dat grote raam met die vazen erachter van een bloemenwinkel, of was het gewoon zo’n woonhuis als mijn tante Agaath had, vol met spullen die je doorgaans alleen in van die boutiques ziet waar alles naar rozenzeep ruikt?
Ik wist het niet.
Ik tuurde minuten lang naar de andere puien om ten slotte maar weer te gokken en opnieuw te falen.
Er volgden nog een paar van die tests en telkens raakte ik de draad kwijt in semantische discussies met mezelf, over het verschil tussen struiken en bomen, bergen en heuvels, zeeën en meren en ga zo maar door.
Volgens mij een goed bewijs van de stelling dat ik geen aap was/ben, maar leg dat maar eens uit aan zo’n testje. Kan natuurlijk wel. Er is best een algoritme achter die foto’s te bouwen dat in mijn fouten een patroon kan herkennen en na de zevende misser kan concluderen dat mijn eindeloos geweifel onversneden menselijk gedrag is.
Tenzij dat algoritme, argwanend als zoiets is, denkt dat ik geen aap ben maar óók een argoritme, en dus toch een robot.
Zie hier de kern van een fijn modern dilemma: wederzijds wantrouwen tussen mens en robot. Een dilemma met een dubbele bodem (of de dubbele bodem is het dilemma, dat weet ik nooit), want die robot hebben we dan zelf gemaakt.
Mijn oplossing voor bovenstaand probleem (niet voor het dilemma, die komt hierna), is simpel. Stel geen vragen over flats of etalages, maar slechts één: bent u een aap? En meet dan de reactietijd. Hoe langer een antwoord duurt, hoe kleiner de kans dat de persoon achter de computer er een is, want de mensen die er niet uit komen, zijn gewoon zenuwlijders. Laat ik mijzelf als voorbeeld nemen, ik ben geen aap, maar als ik er op de man af naar gevraagd word, ga ik daar natuurlijk weer over nadenken. Sommige grenzen tussen mens en aap zijn vaag hoor!
Wat het dilemma betreft, kijk naar deze Ted-talk. Een bijna even simpele oplossing, maar dan voor een ontwerp van robots die te vertrouwen zijn.
