
Een paar kilometer voor Zaltbommel – Op vakantie kom je nog eens ergens! – ging de trein steeds langzamer rijden, zo langzaam dat ‘Sprinter’ echt nergens meer op sloeg, en de conducteur vond dat hij het uit moest leggen.
‘Goedemorgen, zoals u gemerkt heeft, rijden we wat langzamer dan normaal. Dat komt doordat er personen op het spoor lopen.’ Ik zag meteen een paar baldadig vitalistische pubers voor me, maar dat was weer te snel en makkelijk gedacht, want de mededeling was nog niet af: ’Zij proberen een ontsnapt schaap te vangen.’
Dat zag ik ook voor me. Exit pubers, enter een heel boerengezin, vraag me niet waarom een heel gezin, leek me gewoon gezelliger, vader, moeder, en drie kinderen, in donkerblauwe overalls en zwarte rubber laarzen, enfin een gezin dus, dat behoedzaam maar toch ook gehaast, want ja, die Sprinter wil verder, het eigenwijze schaap probeerde te omsingelen of dan toch tenminste van het spoor te drijven.
Veel leuker dan pubers die misschien aangereden (willen) worden!
Vooral ook omdat de gebeurtenis ergens in mijn hoofd de deur opende naar alle vreemde en soms wel eens beangstigende ontmoetingen die ik tot nu toe tijdens mijn fietstochten had.
Ik ga de leukste hieronder veel te uitgebreid opschrijven. Ik word gek als ik het niet doe en het ruimt lekker op.
Om bij dieren en boerderijen te blijven, ergens in de Alblasserwaard nabij het gehucht Minkeloos (wat een goede naam is, want ik ken iemand die Minke heet en ik heb haar daar nog nooit gezien, ja flauw, maar ik kan niet laten om iedere keer weer te checken of ik haar toch niet ergens zie, je bent een zenuwlijder of niet), rende eens een mooi roze varken op me af, wat op zich al grappig was, maar wat nog grappiger werd toen uit het struikgewas in de berm plotseling een vrolijk lachende Hindoestaanse jongen opdook met een soort lasso om haar te vangen.
Echt waar.
Ik laat u zelf het verhaal erachter verzinnen. Ik ken dat niet, want racefietsen is racefietsen, dan heb ik geen tijd om om overal bij stil te staan (pun intended). En soms is iets juist grappig omdat het onverklaarbaar is. Dus ik laat het zo.
Maar nu ik het toch over een berm heb gehad, even terzijde, kan iemand mij vertellen wat het verschil tussen een zachte en een gevaarlijk berm is? Ik bedoel, een zachte berm lijkt me ook gevaarlijk, want als je erin terechtkomt, zak je weg en val je om.
Of zoiets.
Maar een gevaarlijke berm dan? Is die sowieso gevaarlijk, ook als je er niet inrijdt? Grijpt-ie je als je te dichtbij komt? Raadselachtig fenomeen, wat me telkens weer bezighoudt als ik langs zo’n waarschuwing rijd.
Maar goed, andere ontmoeting, met dezelfde kernkleur… Afgelopen winter, ’s morgens om een uur of negen op weg naar Geldermalsen kwam ik een oude leernicht tegen op een roze scooter, zijn met studs beslagen jas lekker open zodat de wind met zijn borsthaar tekeer kon gaan en ik me af moest vragen, of ik nu wilde of niet, hoe in vredesnaam iemand zo puntgaaf glanzend bruin en verzorgd kon blijven na een nacht doorhalen. Ja, een nacht doorhalen, dat verzon ik om de hele scène nog een beetje in mijn wereldbeeld te laten passen, want hoewel ik een levendige fantasie heb, kon ik me niet voorstellen dat hij nu op weg was naar een of andere genderneutrale oecomenische dienst van een hippe dominee in Meteren.
Om eens iets te noemen.
Niet zo bizar, maar wel prachtig om aan terug te denken was het verliefde stel dat op een bloedhete zomermiddag vlakbij Made met de armen wijd aan de rand van een aardappelveld was gaan staan om zich stil en met gesloten ogen door de sproei-installatie te laten beregenen. Ze waren al behoorlijk nat. In de zij (= glanzend als zijde), noemden ze dat vroeger in Vlaanderen, wat ik wel mooi gezegd vind. Ik heb nog steeds wel eens spijt dat ik niet bij hen ben gaan staan, omdat het me wel een goeie grap leek en ik graag hun gezichten had gezien op het moment dat ze erachter zouden komen. Maar ja, ik ben doorgereden, want in een roman van John Irving is zoiets het geniale begin van een weergaloos verhaal over een onwaarschijnlijke maar eeuwige liefde, maar in mijn leven draait het vast en zeker uit op een arrestatie, ontslag en een sneu bestaan tot aan mijn eenzame dood in een caravan ergens op het erf van een uiteengevallen commune in Oost Groningen.
Ja, op de fiets kom je nog eens ergens, ook in je hoofd.
Wat me op mijn laatste ‘ontmoeting’ brengt, met een ander raadselachtig ‘verkeersbord’, dat vlakbij mijn huis staat, langs het water bij het bruggetje van Oog in Al naar de Munt.
‘Strijk zeilwerk’ staat erop.
Ja, raadselachtig is het eigenlijk niet, want ik weet heus wel wat ermee wordt bedoeld, maar dat is niet leuk. Dus telkens als ik het lees, zie ik de mensen op een boot snel de zeilen laten zakken terwijl anderen de strijkplank en -bout uit de kajuit halen opdat ze dan met z’n allen in de weer te gaan kunnen om al die vierkante meters gekreukte stof weer netjes glad te krijgen. En dat dan allemaal omdat wij in Utrecht het varen graag een beetje sjiek houden.
Ja, dat vind ik dan hilarisch.
Ik hoop u ook.