
Ik zag flitsen.
Dat was niet goed.
Ik googelde het en kwam op akelige sites met akelige foto’s en onrustbarende adviezen: Ga onmiddellijk naar de dokter.
Dat deed ik en die belde waar ik bijzat meteen naar het ziekenhuis, om mij zonder problemen in de agenda van een oogarts te wurmen.
Tot zover alles goed. Gegeven de omstandigheden.
In het ziekenhuis moest ik bij route 80 zijn. Dat vond ik raar. Een route, dat is geen bestemming, dat is de weg erheen. Maar goed, ik ga daar niet over zeuren als ik onverwijld naar mijn ogen moet laten kijken. Bovendien zou ik niet weten bij wie ik zou moeten zijn met zo’n klacht. En dan nog, stel dat ik ergens gehoor vond, dan zouden ze heus die hele naamgeving niet gaan vervangen. Vertel mij wat, ik ben van beleid; ik heb zo vaak vaak gelijk zonder dat er iets verandert. Dus ik liet die routes voor wat ze waren.
‘Route 80’ hadden ze verstopt op het bordje ‘routes 10–100’! Echt gemeen, vond ik. Niks van aantrekken, zei ik tegen mijzelf, je oog staat op het spel, snel doorlopen.
Dat deed ik tot ik bij twee grote borden kwam, een waarop ‘71–79’ stond (naar links), en een met ‘81–89’ (naar rechts).
Huh? Waar was 80?
Het kon nog gemener: ze hadden het bordje voor ‘Route 80’ (dat dus naar de afdeling oogziekten leidt) heel klein gemaakt en lekker hoog opgehangen. Zoiets moest verboden worden. Maar alweer, ik had andere dingen aan mijn hoofd dan bewegwijzering.
Route 80 was een lange hal-schuine-streep-gang met aan weerszijden deuren.
Die bleken belangrijke bronnen van informatie. Iedere keer als er een openging, kwam er iemand tevoorschijn en als het een patient was (geen witte jas) kon je gaan zitten hopen dat jij naar binnen mocht.
Ik stelde me zo op dat ik de deuren goed in het oog kon houden. Niet dat ik daar iets mee opschoot, want na een kwartiertje opletten, concludeerde ik dat ze volgens een volstrekt ongeordend patroon open en dicht gingen, en dat er eigenlijk ook geen peil te trekken was op wie er dan tevoorschijn kwam en wat daar de gevolgen van waren. Er was met de beste wil van de wereld geen lijn in te brengen.
Terwijl er natuurlijk echt wel lijn in zat. Ik kon me tenminste niet voorstellen dat al die mensen in het wilde weg van de ene deur naar de andere werden gestuurd om ons een beetje te pesten.
Zo gemeen zou een ziekenhuis niet toch niet zijn?
Toch wel.
Eigenlijk.
Want als er een systeem achter die ogenschijnlijke wanorde stak, waarom lieten ze dat dan niet aan de patienten zien? Waarom maakten ze het juist ondoorgrondelijker? Dat was toch gemeen?
In de tijd dat ik zat te wachten, liepen er zeker drie mensen naar de balie om te vragen hoe het zat met dat wachten. Ik was zelf de vierde. De vrouwen achter de balie staarden telkens naar hun monitoren. Daar konden ze kennelijk zien wat… eh… wat ík graag wilde zien.
Hoe moeilijk is het om op een groot scherm (erg groot, want oogafdeling) te tonen waar alle wachtenden ergens in het het reilen en zeilen zitten en hoe lang het nog duurt voor ze aan de beurt zijn? Ik krijg g.v.d. over een gros kogellagers die ik in Oezbekistan heb besteld meer updates (op mijn iPhone notabene!) dan over mijzelf in de wachtkamer van een ziekenhuis.
Ze hadden dan wel alle bestemmingen routes genoemd, maar zonder te bedenken welk doel ze daarmee wilden bereiken. De patiënt in ieder geval niet. Ze hadden geen flauw idee van de barre reis die hij/zij moest doorstaan.
Of nou ja, reis… het was een en al stilstand. Erger (gemener): onverklaarbare stilstand.
Ik moest denken aan al die nieuwe verkeerslichten voor fietsers, die met verdwijnende puntjes laten zien hoe lang het nog duurt voor het groen wordt. Hele summiere informatie, maar genoeg om het wachten te verzachten.
En geloof het of niet, maar later op die dag stond ik elders een lift die me bij alles wat er gebeurde, vertelde wát er gebeurde. ‘Deze lift gaat nu omhoog,’ zei een digitale mevrouw. Of: ‘de deuren gaan nú open’. Misschien nét iets te overbodige informatie, behalve dan als je niks kunt zien.
Dat zou in het ziekenhuis wel handig zijn geweest, want de flitsen waren vals alarm gebleken, maar ik had zoveel pupilverwijdende en pijnstillende druppels gekregen dat ik op de tast de uitgang van het ziekenhuis moest zoeken.
Dat lukte ten slotte.
Via een vluchtroute.