Waar zijn we van? dat hoor je ook vaak tegenwoordig. De vraag stellen, is hem beantwoorden, zou ik zeggen. Als je zoiets namelijk niet weet, kan je beter ophouden, want kennelijk heb je geen idéé van wat je aan het doen bent.
Toch?
Stelt u zich eens voor dat uw dokter zich dat afvraagt, terwijl zij een beetje vaag langs u heen staart. Dan gaat u naar een andere, toch? Zou ik tenminste doen. Ik ben dol op twijfelen, maar soms is kordaat zelfbewustzijn nodig.
En actie!
Vind ik.
Maar goed, ik ben iemand die alleen navelstaart als er iets te zien is. Zo’n geheimzinnig pluisje bijvoorbeeld. Da’s dan ook meteen het grootste mysterie dat ik in mijn hoofd toelaat. Of nee, het fenomeen dat aan het einde van een wasprogramma alles in je dekbedhoes is gekropen, vind ik ook wel raadselachtig.
Eh…
Maar de rest van het bestaan, dat is gewoon alles tussen hemel en aarde.
Daar zouden we van moeten zijn. Van alles. Of van overal (of andersom, overal van, dat weet ik niet, maar u begrijpt wat ik bedoel).
Da’s niet megalomaan, maar nieuwsgierig. En als het om mensen gaat: geïnteresseerd. Betrokken.
Ja, overal van zijn… da’s dus van alles en dat is veel, maar het omgekeerde, ‘ergens van zijn’, da’s dan weer erg weinig. Want ergens van zijn betekent stiekem vooral ergens níét van zijn. Let maar eens op, zodra iemand zich hardop afvraagt waar-ie van is, wil-ie eigenlijk weten wat de grenzen van dat ergens zijn, en waar ‘elders’, of misschien wel ‘nergens’ begint, zodat-ie weet wat hij dan niet hoeft te doen. En wat dus een ander maar moet doen.
Hoe sneu, maar ook irritant is dat? Lees dit onthutsende artikel voor een antwoord.
Of neem, alweer, uw dokter als voorbeeld. U hebt iets onder de leden en wilt daar vanaf. Dan gaat u toch snel op zoek naar een ander als zij begint met uitleggen wat zij níét zal doen? Ze moet juist iets doen! Om u te genezen. Ja, dat kan zij misschien niet alleen. Boeien. Dan roept ze er iemand bij. Dat is alleen maar verstandig. En u geneest! Daar zijn dokters van: genezen, beter maken.
Of nee, van u.
De patiënt.
Hoera!
Het antwoord op ’waar zijn we van?’ is vanzelf een beperking. Saai.
Overal van zijn, dat is veel leuker.
Maar leuk is kennelijk geen argument.
Doeltreffend is dat trouwens ook niet.
Want waarom gaan anders hele volksstammen bij elkaar zitten om eens uitgebreid en hardop na te denken over ‘waar ze van zijn’? En waarom is dat gewoon toegestaan en zelfs volstrekt gerechtvaardigd?
Ben ik nou de enige die zoiets absurd vind? Ik begrijp dat het goed is om, zoals de katholieken zeggen, te weten waartoe je op aarde bent. Maar zoiets stel je een keer vast en dan ga je aan de slag.
Ik haal dan altijd Aristoteles aan, niet om interessant te doen, maar omdat hij gelijk had: ‘Men stelt zich iets tot doel en onderzoekt dan hoe, met welke middelen men dit zal realiseren. En als blijkt dat er verschillende middelen zijn om dit doel te bereiken gaat men na welk middel zich daar het gemakkelijkst en het best toe leent.’
Ik kan het niet eenvoudiger zeggen.
Toch gebeurt meestal niet wat hij bijna 2,5 millennia (twee en een half duizend jaar!) geleden al opschreef. Dat komt doordat mensen doel en middelen door elkaar halen. Als ze zich afvragen waar ze van zijn, dan hebben ze het niet over hun doel, maar hun middelen. Da’s een vergissing en die levert dus alleen maar veel gepraat op. Wat raar is, want als het dan toch over middelen – iets doen! – moet gaan, gá dan ook iets doen, zou ik zeggen.
Maar als u ergens van wilt zijn, neem dan een doel.
Het is geweldig.
Mijn tip is: neem een simpel doel dat een flinke tijd meegaat. Dan hoeft u niet om de haverklap over iets nieuws na te denken. Hoe u dat doel kunt bereiken moet u ook simpel houden. Zie Aristoteles. Mijn stelling is dat de cliënt het allemaal (alles!) moet kunnen begrijpen. Lijkt nogal wiedes, maar pakt u voor de gein eens een procesbeschrijving van het een of ander erbij.
Die is heel errug ingewikkeld, wedden? Zoiets wilt u eigenlijk niet eens uitleggen.
Dus ik ga voor een simpel doel en een simpele manier om dat te bereiken. En dan aan de slag. Iets doen of tenminste proberen.
Dus niet ergens van, maar ergens héén.