Zoen

Vorige week maandag om zeven uur stonden een man en een vrouw midden in de stationshal van Utrecht elkaar te zoenen. Nadat ze zich hadden losgemaakt ging de vrouw voor de man staan en trok ze met duim en wijsvinger van beide handen haar onderlip omlaag om de man in haar mond te laten kijken. Ik ving haar blik toen ze over de schouder van haar man de ruimte in staarde.
Hm… Geen scene om de dag mee te beginnen. Ja mijn dag was al een tijdje bezig, maar hij begint eigenlijk pas echt als ik andere mensen ontmoet. Want dan wordt het ingewikkeld.
Zoals met dat stel.
Tot en met het zoenen begreep ik het allemaal nog wel, maar toen de man de binnenkant van de vrouw haar lip ging inspecteren, ontspoorde alles finaal.
In mijn hoofd.
Ik bedoel, twee pontificaal zoenende mensen op de kale vlakte van zo’n kathedrale hal, dat is al een behoorlijk indringende gebeurtenis, zeker zo vroeg op de dag (of laat in de nacht, dat was moeilijk in te schatten, hoewel ze er niet echt verfomfaaid of uitgewoond uitzagen, wat je wel zou verwachten na een nacht doorhalen), en dan ook nog eens meteen daarna een publiekelijk medisch onderzoek, dat is mij net even té.
Astrant.(Ik leg niet uit wat dat betekent. Of nou ja, voor de jonge lezers: in your face!)
Alleen al omdat ik er niet omheen kon en er dus over moest nadenken, en er zich veel te veel vragen aan mij opdrongen. Zat ik niet op te wachten, ik had al genoeg aan mijn kop, want ik moest naar Maastricht.
Ver weg.
Maar goed, ik hield die vragen niet tegen, dus ik liet ze maar komen. Kon ik meteen mijn hoofd een beetje opruimen.
Dus…
Om te beginnen wilde ik wel eens weten of de twee handelingen (zoen en inspectie) iets met elkaar te maken hadden. Leek me wel. Mijn eerste gedachte was dat de man iets in de mond van de vrouw had achtergelaten wat hij terug wilde hebben. Kauwgum zou kunnen, of een dropje – vond ik persoonlijk niet zo romantisch, maar goed, ik ben van een andere generatie dus wie weet is dat tegenwoordig heel gewoon.
Dacht ik.
Of misschien was hij de week daarvoor voor een kroon naar de tandarts geweest en had zij dat ding losgewoeld. Ja, geen alledaags voorval, laat staan kattenpis, maar liefde en hartstocht voeren een mens vaak naar grote hoogten, dus waarom niet. Misschien was ze uit een Marvel Comic weggelopen en waren superzoenen haar gave (afgaande op het Netflix-aanbod is het huidige percentage Marvel-personages ongeveer 5% van de bevolking, dus waarom zou er niet een staan te zoenen op het station van Utrecht?)
Intussen probeerde ik me ook nog eens te herinneren wat er uit de vrouw haar blik had gesproken toen we elkaar een halve seconde aan hadden gekeken. Mijn eerste gedachte: berusting. Ze had gelaten gekeken, alsof ze de man zijn gang liet gaan omdat hij nu eenmaal zijn zoenen niet anders kon afronden dan met een oraal onderzoekje naar de gevolgen ervan.
Hm… ik heb ook een paar neuroses, maar zo een gelukkig niet, want ’n dergelijke hebbelijkheid lijkt me een serieuze dealbreaker in beginnende liefdesrelaties.
Ik schudde onwillekeurig mijn hoofd (nog steeds in de stationshal, een paar meter van de twee vandaan)… ik heb een levendige en soms griezelige fantasie, maar zoiets was me écht te absurd.
Na dieper nadenken, besefte ik ten slotte dat de blik van de vrouw ook op die van een patiënt had geleken, ja ze had niet alleen gelaten maar ook bezorgd gekeken, alsof ze zich door de zoen opeens had herinnerd dat er al een tijdje iets raars aan de binnenkant van haar lip zat. Waarna ze de man had gevraagd om eens na te gaan of er iets te zien was. Dat lijkt misschien ook niet zo romantisch, zo plots na een zoen, maar op de keper beschouwd is het eigenljk een mooie vorm van vertrouwen. Je laat immers niet iedereen zomaar bij je naar binnen kijken. Letterlijk noch figuurlijk.
Goed, van die vragen dus.
Ik had geen zin om op de uitslag te wachten (no pun intended), ook al omdat ik schatte dat die ongewis zou blijven, althans voor mij, keerde om en liep naar mijn perron.
Toeval bestaat niet zeggen ze wel eens, maar ik hoop dat het niet betekent dat alles dan met een of andere bedoeling gebeurt, want ik zat nog niet in de trein of een vrouw tegenover mij (let wel, een andere vrouw) zei tegen iemand met wie ze aan het bellen was: ‘Ja, maar dan zou ik het nu ook moeten hebben, toch? En ik voel helemaal niks…’ Ze luisterde naar de ander. ‘Hè? Nee, ik heb niet gekeken. En ik ga hier echt niet naar zo’n vieze plee om… Hoezo een foto maken? Hoe moet ik dat doen, ik heb maar twee handen!’
Ze pulkte aan haar lip.
Staarde me aan.
Glimlachte.
Eek!

(Foto: Le baiser de l’Hotel de Ville 1950. © Robert Doisneau)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.