
In Nieuwpoort gaf de fotografe van een jong stelletje instructies voor een trouwfoto. Ze had bedacht dat het leuk zou zijn als de twee elkaar zouden omarmen op het smalle trappetje naar de knalrode voordeur van een overhellend huisje aan de rand van het stadsplein. Ik raasde op mijn racefiets het plaatsje binnen en zag ze al van verre met hun tweeën op de smalle treden wankelen. Een symbolisch begin van hun huwelijk, van ieder huwelijk volgens mij, maar dat weet ik niet zeker, want ik ben geen kenner. De bruid maakte het allemaal nog eens symbolischer door half geërgerd, half lacherig te roepen: ‘Ja, je moet me wel vasthouden!’
Ik wil wel bekennen dat ik her en der in deze blogs wel eens wat verzin, maar dit niet. Soms zijn de dingen zoals ze zijn. In dit geval symbolisch.
En nou ik toch aan het bekennen ben, ik wil wel kwijt dat de hele scène me erg ontroerde. Want in een tijd dat iedereen bij het minste of geringste roept dat we moeten ‘loslaten’, wat kennelijk een geweldige deugd is, drong opeens tot mij door dat het omgekeerde eigenlijk veel mooier is.
Hoewel de bruidegom een beetje ongelukkig keek en niet wist wat hij moest doen, onderdrukte ik de neiging om te remmen en namens hem de bruid in mijn armen te nemen. Ik heb een goed hart en altijd de beste bedoelingen, maar mensen begrijpen mij meestal verkeerd. En ik had echt geen zin om aan het matten te gaan in Nieuwpoort aan de Lek. Zeker niet met die jongen in zijn goeie goed en ik zelf in mijn rijwielkleding. Lekker om in te fietsen hoor, dat strakke spul, maar zodra je afstapt sta je voor schut en heb je iedere strijd al verloren voor je ook maar een vuist geheven hebt of één woord gezegd.
Vind ik.
Hoe dan ook, ik pleit dus voor vasthouden.
Hm… Dit had ik allemaal net opgeschreven (inclusief de titel van mijn verhaal) toen iemand op mijn LinkedIn feed juichte dat er een boek verschenen was met de titel ’Anders vasthouden’ (de R heel snaaks achterstevoren, je moet er maar opkomen). Zoals ik al schreef, ik verzin een hoop in mijn blogs, maar ook dit niet. Waarom zou ik? Het was echt irritant, want ik had pas de helft van mijn blog geschreven, om vanaf dat moment dus te riskeren dat u zo gaan denken dat ik die man van dat boek na-aap. En dat doe ik dus echt helemaal nooit… verzinnen wat een ander al heeft verzonnen, dat kan ik niet eens. Voor zover ik weet. Want ik heb dat boek niet gelezen, en het voorafgaande ook niet (’Verdraaide organisaties’; ook die R andersom). En ik gá ze ook niet lezen. Ik weet zo’n beetje waar ze over gaan en erger me dood aan alle mensen die zeggen dat het om ‘de bedoeling’ en ‘kantelen’ gaat, terwijl ze eigenlijk alleen hun woorden verdraaien (no pun intended). Ja, sorry, veel geblaat en weinig wol, daar kan ik niet tegen. De goeden te na gesproken, trouwens, want ik weet ook wel dat er her en der heus iets verandert. Maar dat is omdat die goeden anders dóén in plaats van anders praten. Of ten minste doen wat ze zeggen.
Enfin, ik ga toch maar verder met mijn verhaal, op het gevaar af dat ik onbewust en ongewild een samenvatting geef van dat nieuwe boek. Wat dan wel weer handig zou zijn, trouwens, want dan hoeft u het niet te lezen. Scheelt weer.
Ik wilde het (onder andere) over mijn moeder hebben. Die waren we (mijn vader, zusje, broertje en ik) eens kwijt geraakt in een warenhuis toen ze bij de gasfornuizen was blijven staan terwijl wij door waren gelopen (ja, de zestiger jaren van de vorige eeuw, vrouwen keken naar gasfornuizen en mannen naar auto’s, of zoiets).
Je moeder opeens weg, dat is verschrikkelijk. Ik heb daarna nog één keer iets dergelijks meegemaakt, toen mijn zoon zoek was (ook in een warenhuis, omdat ik bij de schoenen was blijven hangen terwijl hij doorliep naar de kookspullen, er verandert inderdaad af en toe wel íéts).
Hoop ik ook nooit meer mee te maken. Mijn moeder weet daar alles van, want sinds het voorval heb ik haar niet meer losgelaten. Waar we ook gingen, ik hield haar aan een slip van haar jas of jurk vast. En mijn zoon kreeg na zijn verdwijning alleen nog maar hoodies, zodat ik telkens stiekem mijn pink in zijn capuchon kon steken als we op pad waren.
Waarmee ik maar wil zeggen dat je iemand vasthoudt omdat je die niet kwijt wilt.
Ja, geen revolutionaire wijsheid, maar meer kan ik er niet van maken. Hoeft ook niet, het is zo al aangrijpend genoeg, vind ik. In de voorbeelden die ik persoonlijk meemaakte was het om misselijk van te worden, in mijn werk is het meestal minder heftig, maar wel net zo echt.
Ja, óók voor mij van beleid. De essentie van de reclassering is dat we niemand kwijt willen. Of andersom (no pun intended, gewone R): iedereen hoort erbij.
Iedereen. Ja, makkelijker gezegd dan gedaan, maar als het makkelijk was, dan kwam ik niet naar mijn werk. Makkelijk, daar is niks aan. Daarom ben ik ook tegen loslaten. Dat is niet moeilijk.
En ook nog eens dom.
De laatste keer dat ik iets losliet, viel het kapot. Flauw, maar waar. Het trouwservies van mijn ouders.
Nee, dat verzin ik.