Vrijheid en straf

Wolvenplein1

Op een maandagmorgen ergens in het voorjaar van 1986 kwam hij het huis van bewaring op het Wolvenplein binnen. Hij lachte, zong, en schreeuwde alles wat een ander gewoon zéi en dat dan een paar keer achter elkaar alsof hij telkens vergat wat hij lachte, zong, en schreeuwde. Het was dat jaar de derde keer dat hij zo het vlak op liep en iedereen die hem zag, lachte, zong en schreeuwde met hem mee, met de gek die zich telkens weer liet oppakken.
Hij was in zijn eentje een heel tijdperk avant la lettre. Een verwarde veelpleger met de problemen van tien andere. Maar niemand wist dat natuurlijk, dat hij een voorbode was. Dat niet, en al helemaal niet dat in de decennia daarna de criminaliteit zou groeien, en niet alleen in getal maar ook in de aandacht (de nieuwe commerciële zenders waren er dol op). En niemand kon voorzien dat het soms bijna lieflijke Wolvenplein een even naar gebouw zou worden als alle andere bajesen, die we bij zouden gaan bouwen alsof ons leven er vanaf hing (wat niet zo was). Laat staan dat iemand kon vermoeden dat die nieuwe bajesen tien jaar later gewoon weer leeg zouden staan.
Nee, niemand wist dat allemaal.
Nu wel. Nu weet iedereen dat.
Wij.
Hm… maar wat weten we dan precies? Om het ingewikkeld te maken, weten we wat we weten? En als we dát weten, gaan we het nou dan anders doen? In gewone-mensen-taal: hebben we er iets van geleerd?
Ik help het u hopen.
Want vrijheid, daar doet iedereen nog steeds heel ernstig en krampachtig over, alsof het een of ander onnoembaar heilig ding is. Het hoogste goed.
Vrijheid?
Ja.
Ik denk persoonlijk dat er echt nog wel andere kostbare dingen in het leven zijn, maar goed, iedereen is heel plechtig over vrijheid, zo plechtig dat we er ons hele strafrecht op hebben gebouwd. Letterlijk, zie de bajesen, en figuurlijk, straf is vrijheid afpakken. Dat laatste is theorie. En daar kun je over twisten. Al was het alleen al omdat het een theorie van meer dan twee honderd jaar oud is.
200!
Tijd voor een update.
Vind ik.
In ‘The Sinner’ (een Netflix-serie, ga kijken!) pleegt een op het oog volstrekt gelukkige vrouw een volstrekt onbegrijpelijke moord. Terwijl een hardnekkige detective er alles aan doet om het toch te begrijpen, zit zij in de gevangenis. Stukje bij beetje komt de waarheid boven water (dat is zijzelf) en op een dag krijgt ze in de gevangenis bezoek van haar moeder. Ze krijgen ruzie en ze bijt haar moeder toe: ‘ik ben hier vrijer dan ik ooit bij jou was’.
Geen fijne jeugd.
Waarmee ik maar wil zeggen dat vrijheid ingewikkelder is dan we denken. En vrijheidsbeneming dus ook, die is lang niet zo geschikt om te straffen als we twee eeuwen geleden dachten.
Het leek heel beschaafd (in ieder geval beschaafder dan iemand vierendelen), want mensen opsluiten is iets afpakken waar iedereen evenveel van heeft en waar ook nog eens mee te rekenen is. Een misdaad kost dagen, weken, maanden of jaren vrijheid. Kwaad vergelden met het hoogste goed. Hoe eerlijk en humaan is dat?
Hm… valt tegen.
Ook op Netflix: een mooie persoonlijke documentaire van Francesco Carrozzini over zijn moeder Franca Sozzani, die jarenlang de hoofdredacteur van de Italiaanse Vogue was en die haar hele leven heilige huisjes omver schopte (Chaos and creation heet de documentaire, in 2008 bracht ze bijvoorbeeld een revolutionair All Black nummer van de Italiaanse Vogue uit). Francesco vraagt aan een van zijn moeders fotografen: ‘waarom gaf ze je zoveel vrijheid?’ En die fotograaf antwoordt: ‘ze gaf geen vrijheid maar vertrouwen’.
Vertrouwen! Over andere kostbare dingen gesproken.
Maar als vrijheid eigenlijk om vertrouwen gaat, wat is vrijheidsbeneming dan?
Vertrouwen opzeggen.
Eh… Hoe dom is dat?
In de meeste gevallen erg dom. Of nou ja, er zijn natuurlijk mensen die niet te vertrouwen zijn, gevaarlijk bedoel ik, en dat we die niet zomaar rond laten lopen, snap ik ook wel. Maar dan gaat het om veiligheid (nog zo’n kostbaar ding).
In alle andere gevallen vind ik het erg dom om het vertrouwen in mensen op te zeggen (ja, understatement). Want hoe gaan we hun vertrouwen dan weer terugwinnen? Of andersom, hoe geven wij hun de kans om dat te doen? Niet door hen op te sluiten. Een fout goedmaken is een beetje lastig als je vastzit, en al helemaal als niemand je vertrouwt.
Ligt het nou aan mij of is dit dus niet alleen dom, maar ook nogal omslachtig? Eerst mensen uitsluiten en dan proberen om ze er weer bij te krijgen, dat is toch behoorlijk ingewikkeld.
Gedoe.
Om met Edison te spreken: ‘There is a better way to do it. Find it!’.
Laten we dat doen.
Morgen meteen mee beginnen. (Denk alvast na over de inmiddels bijna barbaars ouderwetse vergelding, want dat begrip zit volgens mij in de weg, en al langer dan twee eeuwen.)
Overigens kreeg de verwarde persoon avant la lettre wel vertrouwen (binnen de muren van het Wolvenplein dan). Maar of hij dat zo begreep, wisten we niet. Hoe dan ook, hij mocht de luchtplaats schoonmaken, het mos van de straattegels krabben – de tegels waar niemand over liep – en kreeg hij een ladder mee om ook de muur eens goed onder handen te nemen. Echt!
Hij zwaaide hij naar de mensen die aan de andere kant van de gracht langsfietsten.
‘Ze zwaaien terug!’ riep hij.
Wat iedereen erg mooi vond, of het nu waar was of niet.
Alleen de gedachte al.

p.s.1: Het HvB ‘Wolvenplein is weer even lieflijk als voorheen, want geen bajes meer. Zie hier. Hoera!

p.s.2: Of het met vertrouwen nog goed komt, weet ik niet. Ik heb geen tv en ben dus zeker in de minderheid, want meer dan drie miljoen mensen keken naar de laatste aflevering van ‘Wie is de mol?’ Even opgezocht wat dat is. Hm… iedereen bedriegt iedereen en dat is leuk? Boeh!

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.