
Ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw was ik samen met Arie te gast bij ‘de 5 uur show’. Voor de jonge lezers, dat was een talkshow van RTL4. Denk aan Oprah, maar dan met een witte en minder scherpe presentatrice en een zaal vol Margrietlezeressen op een dagje uit. Ja, neerbuigende definitie, maar ik heb een dik uur in doodsangst tussen hen in gezeten waardoor ik na verloop van tijd iedere nuancering opgaf. Daarover straks meer. Lees vooral door.
Arie was een gewezen inbreker. Een van de vrijwilligers bij de stichting waarvan ik ‘landelijk koördinator’ was (dat is jaren-zeventigs voor directeur). Hij vertelde op scholen zijn levensverhaal om jongeren te waarschuwen voor het slechte pad. Een aansprekend concept dat niet effectief bleek; er was geen enkele jongere die zich af liet schrikken. Jammer. Want het waren wel allemaal mooie verhalen en die vrijwilligers konden allemaal prachtig vertellen. Misschien kwam het juist daardoor, denk ik nu.
We waren voor de show uitgenodigd om te praten over de stelling ‘iedereen verdient een tweede kans’. Mooie stelling, waar Arie het levende bewijs van was.
Die stelling kenden wíj wel, maar het publiek in de zaal niet. Dat was beter, had de redactie van de show gezegd, want dan begrepen de mensen thuis het ook. Wat wel een grappige theorie is: bij de een begrip kweken door de ander dom te houden. Of nee, het was gewoon iedereen dom houden. Ook een theorie, niet grappig, maar dom.
Hoe dan ook, de hele studio zinderde van nieuwsgierigheid, Arie zat op een podium te wachten met zijn verhaal, en ik probeerde zo te kijken dat ik geen vreemde eend in de bijt leek. Dat lukte niet. Dat lukt eigenlijk nooit.
En toen begon het!
Er kwam een meneer-met-een-microfoon uit de coulissen die iedereen welkom heette en meteen daarna het onderwerp aansneed met de hartelijke vraag of er iemand in de zaal zat bij wie wel eens was ingebroken.
Ja, natuurlijk.
Er stond een mevrouw op die beschreef wat er een week geleden uit haar huis was gehaald.
Ze huilde.
Ik zocht contact met Arie, die er met gebogen hoofd naar luisterde.
‘En wat vind u,’ vroeg de meneer-met-de-microfoon aan de mevrouw en haar omstanders, ’die dief, verdient die een tweede kans?’
Nee, natuurlijk niet.
De zaal schreeuwde het uit.
Ik begon te begrijpen hoe volkswoede ontstond en hoe die zomaar tot een zelfbedacht strafrecht en bijbehorend volksgericht kon leiden. ‘Vrees het volk dat zelf niet vreest,’ zei Spinoza (ongeveer). Dat deed ik.
De meneer-met-de-microfoon wachtte tot iedereen was bedaard. ‘Vanmiddag hebben we het over de stelling “iedereen verdient een tweede kans”. Catherine komt zo en dan praat zij met een paar gasten, waaronder Arie, die vroeger inbreker was.’
Arie werd in het licht gezet en alle mevrouwen deinsden achteruit. De paar schaapskleren die ik nog droeg, vielen af en de vrouwen naast mij deisden ook opzíj. Dat was pas grappig toen ik alweer veilig thuis was.
Vond ik.
Niet lang daarna verscheen inderdaad Catherine en begon de show echt. Ze voerde gesprekken over tasjesdieven en inbrekers met mevrouwen uit het publiek om, zoals afgesproken, bij mij te eindigen, zodat ik met mijn mening over de stelling een bruggetje naar Arie kon maken. Intussen gingen er vreemde mensen naast hem zitten. Ik had geen flauw idee wie het waren.
Arie ook niet.
Ik voelde zijn radeloze blik op me afkomen, haast in een wedstrijd met Catherine, die opeens tussen ons in ging staan en me een heel andere vraag stelde dan de redactie me had gemaild, om daarna midden in mijn héle andere (snedige) antwoord de microfoon mee te nemen naar het podium. Mijn zacht wegijlende stem was ook thuis pas grappig.
Vonden mijn kinderen.
Goed… de show ging door. De andere gasten bleken felle tegenstanders van tweede kansen en regelrechte belagers van Arie, die zij voor het gemak als vertegenwoordiger van alle Nederlandse criminelen beschouwden zodat ze hem voor van alles en nog wat konden uitmaken.
Hij huilde.
Toen kwam er reclame.
Ik vroeg me af of de mensen thuis het nog begrepen. Bij ons in de zaal heerste in ieder geval verwarring. Arie had toch een snaar geraakt. De mevrouwen hadden heimelijk te doen met hem, maar snapten niet goed waarom. Cognitieve dissonantie alom.
Op het podium gingen mannen in de weer met stoelen en microfoons. Catherine liet haar wenkbrauwen doen en zich bepoederen. Ze ging tegenover een meneer zitten. Een professor in de criminologie. Iemand die onderzoek had gedaan naar tweede kansen, en erover had nagedacht.
Ja, dat kan natuurlijk ook.
Toen de show verder ging legde hij uit waarom een tweede kans toch echt het beste was voor iedereen. Een inbraak is natuurlijk iets om boos en verdrietig van te worden, maar met z’n allen die inbreker dan voor de rest van zijn leven met de nek aankijken, dat werkt averechts. Want hoe kan die man dan een gewoon bestaan opbouwen? Dat lukt hem nooit. Hij gaat weer inbreken.
‘Wilt u dat?’ vroeg hij.
Nee, natuurlijk niet.
‘Dus toch een tweede kans?!’ vroeg Catherine.
Ja, natuurlijk.
Opluchting alom.
Hoera voor de professor!
Reclame.
Mooi, Rene.
LikeLike