
Ik wil niet opscheppen hoor, maar toen ik nog allebei mijn armen/handen kon gebruiken, bakte ik altijd mijn eigen brood. Een zwaar zuurdesembrood waar ik tussen de bedrijven door een hele dag mee bezig was. Of eigenlijk tussen de bedrijven door de hele week, want de ziel van dat brood was een traag pruttelend papje – De Heilige Kweek – dat ik iedere dag een paar keer moest voeden met water en meel.
Het was nog net geen religie.
Wel lekker brood, al zeg ik het zelf.
Lekkerder was er eigenlijk niet, vond ik.
Maar goed, op een dag was die motor daar opeens en had ik in een klap een zielige arm. ’s Avonds trof mijn zoon het deeg dat ik ’s morgens had achtergelaten om te rijzen half dood aan. Dat heeft hij toen maar weggegooid. De Heilige Kweek zette hij in de ijskast voor je weet nooit..
Weken later zat ik op mijn hurken voor de ijskast om ‘m rustig te bekijken (De Heilige Kweek, bedoel ik) en me af te vragen of ik ‘m weer tot leven zou wekken en er gewoon mee door zou gaan, zielige arm of niet, maar mijn dochter had dat uit medeleven eens geprobeerd, deeg kneden met één hand, en het me daarna stellig afgeraden.
‘Het is geen doen,’ zei ze.
Mijn ergotherapeute verbood het gewoon. Ze prees mijn volharding en doorzettingsvermogen, maar vond het toch belangrijker dat ik zuinig op mijn andere arm/hand was.
‘Straks kan je nooit meer typen,’ zei ze.
Dreigde ze.
Dus ik moest op zoek naar ander brood (ja, ik weet dat er no-knead-bread bestaat – al even traag, zo niet trager dan zuurdesembrood – maar wat als dat eenmaal knapperig op mijn broodplank ligt? Dan moet ik dat nog zien te snijden. En ja… daar zijn vast handige dingen voor, maar dat zijn dan van die aangepaste Tupperware-achtige hulpstukken waar ik telkens droevig van word als ik ze op mijn aanrecht zie staan.)
Eh… tot zover deze veel te lange inleiding. Ik sla mijn hele zoektocht naar het op één na lekkerste brood ter wereld dan ook maar over en verklap meteen de uitkomst: het extra stevige speltbrood van Albert H. Ja, sorry, ik trap waarschijnlijk een hele hoop bakkers op hun hart, waaronder alle Turkse en Marokkaanse bakkers bij mij in de Kanaalstraat, maar die troost ik dan misschien als ik zeg dat de criteria en spelregels van het diep geheime vergelijkend warenonderzoek hoogst persoonlijk en voor anderen onbegrijpelijk waren. En moeilijk uit te leggen. Dus dat doe ik niet.
Mijn nieuwe favoriete brood heeft maar één nadeel. Het is er zelden als ik boodschappen doe. En andersom (denk ik). Dus als ik er een vind ben ik erg blij. Zo blij dat het sneu is. Of in ieder geval raar, want de laatste keer dat ik er een vond, danste ik een beetje.
Te vroeg, zou blijken, want het brood paste niet in mijn tas; daar zat ook mijn avondeten al in (sperziebonen en tempeh voor een zelf bedachte sambal goreng), en mijn werkspullen (notitieboekje en pennenetui), en mijn zwemspullen (‘zwemmen’ is onderdeel van mijn revalidatie, in het water is mijn zielige arm niet zo zwaar) en een klein tasje met mijn deodorant, een naaigarnituur, mijn zakmes, en…
Ho…! Veel te veel details… Onthou alleen dat ik op weg naar de uitgang eerst mijn tas aan mijn goede arm hing en dat ik daarna het brood in mijn goede hand hield, dat wil zeggen, ik hield de met een rood plakbandje dicht gefrotte plastic zak met mijn pink en ringvinger vast, terwijl ik tussen duim en wijsvinger een twee-euro-stuk voor de daklozenkrantenverkoper klemde.
Ja, ik geef geld aan bedelaars, sterker nog, aan iedereen op straat die het me vraagt. Onvoorwaardelijk. Als ik tenminste geld bij me heb. Ik heb al eens uitgelegd waarom, en dat doe ik niet nog een keer.
Hoe dan ook, Ik liep met mijn goedertieren hart en mijn twee euro naar de man, die mij dankbaar toeknikte terwijl hij het brood van me aannam en met zijn andere hand het muntstuk afpakte.
‘Ah, een lekker brood!’, zei hij likkebaardend, ‘Dank u wel.’
Eh…
Toen moest ik als een haas de kanaalstraat in om nog ergens een brood te scoren, wat ik bij nader inzien niet durfde omdat ik als de dood was dat ze aan me konden zien dat ze tweede geworden waren in mijn vergelijkend warenonderzoek, en me voor straf niks zouden geven.
Nee, mensen, het leven wordt er niet makkelijker op met een zielige arm/hand.