Knoop

Voor wie het niet weet, ik ben naar een klein mannetje. Dus alle pakken en broeken die ik koop, moet ik laten verkorten. Een enkele keer weet ik wel ergens op marktplaats een vintage pak te scoren, uit een tijd waarin volwassen mannen allemaal zo groot waren als ik, maar dat zijn dan weer pakken die je niet zomaar aantrekt, want ze hebben een hoog verkleedkistgehalte. Ik ben wel eens naar een feest geweest waar ze me bij de deur zonder iets te vragen meteen naar de artiesteningang verwezen omdat ze dachten dat ik kwam optreden.
Als clown.
Ja, grappig.
Veel van die pakken heb ik dus niet. Alle andere heb ik laten vermaken.
Ik heb inmiddels een goede relatie met een kleermaker bij mij in de buurt. Hij is erg vriendelijk en groet me ook op straat alsof we elkaar al jaren kennen.
Dat is eigenlijk ook zo.
‘Ha Poort,’ roept hij dan. Het klinkt liefkozender dan het hier staat. Sterker nog, hij is een van de weinigen die iets moois van mijn achternaam weten te maken. Sinds ik een zielige arm heb, vraagt hij mij ook iedere keer of het al wat beter gaat. Daar zit ik dan een beetje mee, omdat hij zo hoopvol kijkt dat ik geneigd ben om te gaan liegen. Dat doe ik niet want ik kan natuurlijk geen enkele leugen onderbouwen met teruggekomen ‘functionaliteit’.
Dat is revalidatiejargon, functionaliteit. Zo weet je niet eens dat je het kan hebben en zo wil je niks anders.
Aan de kleermaker uitleggen hoe het precies zit met mijn arm is lastig, want ik spreek niet veel Turks en hij weinig Nederlands.
‘Lang wachten?’ vraagt hij. Ik knik. En daar laten we het bij.
Tegenwoordig zie ik hem vaker, voor de meest suffe dingen, want een knoop aannaaien kan ik niet eens meer. Ja, er zullen best YouTube-filmpjes zijn waarin triomfantelijke mensen stap stap voor stap uitleggen hoe je dat best wel kunt met één goede arm, maar er zijn grenzen aan mijn behoefte om het lot in z’n gezicht uit te lachen.
En ik had dus een broek waar ik, ondanks de knopengulp én de twee knopen op de tailleband, nogal op gesteld was, die er op een dag met onverwacht geweld de brui aan gaf. De belangrijkste knoop brak doodleuk in tweeën.
Dat was een gebeurtenis waar ik eigenlijk nog nooit goed over na had gedacht, ik bedoel, een knoop kan breken, dat wist ik, maar niet echt, eerder half en half, zodat ik niet goed wist dat ik het wist, en ik dus heel beteuterd naar de grond keek toen de twee helften voor mijn voeten weg stuiterden.
De kleermaker glimlachte. Hij ging dit fixen. En hij keek minzaam naar de andere knopen die ik er ooit zelf, zoals mijn moeder me had geleerd, ‘op stift’ had aangenaaid, zodat ze wel stevig, maar toch wat losser zaten zodat het dichtknopen beter zou gaan, alsof ik voorzien had dat ik mijzelf hier ooit dankbaar voor zou zijn. Ze waren door al mijn gehannes nog verder losgeraakt, maar dat was dus juist wel fijn.
‘Ik maak de knopen, jij doet boodschappen,’ zei de kleermaker terwijl hij met een tornmesje achteloos de knopen lossneed, ‘over half uurtje klaar’.
‘Maakt u ze precies hetzelfde?’ vroeg ik. Het klonk minder dankbaar en veel bezorgder dan ik bedoelde.
Paniekerig.
‘Ja, dezelfde.’
Ik twijfelde en treuzelde, maar doorvragen leek me onbeleefd.
Dus ik naar de groentenman, en naar de kruidenier, en naar de bakker, en naar wat ik maar kon bedenken… Tenslotte haalde ik de broek op.
‘Kijk, dezelfde,’ zei de kleermaker. Dat was zo. Het waren mijn eigen knopen. Hij pakte er een vast. ‘Nooit meer los!’ We lachten blij en ik pakte mijn portemonnee. ‘Neenee, voor jou gratis.’
Ik bedankte. Een paar keer. Met een soort buigingen.
Maar de broek kreeg ik niet meer aan. Je hebt op stift en je hebt op stift, wist ik nu.
Nee mensen, het leven wordt er niet makkelijker op met een zielige hand.

Een gedachte over “Knoop

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.