Pak

pak2

Goed, als het 32 graden in de schaduw is en de uitverkoop zwetend uit zijn voegen barst, moet je ‘s zondags niet op de herenafdeling van de Zara zijn. Zeker niet met je vriendin en een ternauwernood gedempte ruzie die handenwrijvend naast je blijft staan als je het jasje aantrekt dat zij (de vriendin) ergens uit een rek heeft getrokken.
‘Het zit wel lekker,’ zegt hij.
Om de stemming te breken.
‘Ja, dat zal wel,’ zegt zij, ‘het is te groot. Dat staat voor geen meter.’
Eigenlijk wil hij helemaal geen pak aan. Maar er is altijd wel een of andere gelegenheid waarvoor dat moet, de bruiloft van een bevriend stel ofzo, en daar moeten ze heen, en hij heeft dus niks wat een beetje netjes is.
Vindt zij.
Sjiek hoeft niet, gewoon een beetje netjes.
Een pak.
‘Een pak is wél sjiek,’ zegt hij.
‘Nee, een smoking is sjiek. Een pak is gewoon netjes,’ zegt zij.
‘Wat is een smoking?’
‘Dat doet er niet toe, die hebben ze hier toch niet. En dat zou echt helemaal nergens op slaan… in een smoking naar een bruiloft.‘ Ze bekijkt hem nog eens. ‘Ga nou eens recht staan.’
‘Ik sta toch recht?!’
De ruzie gniffelt en trekt aan de rechtermouw van de jongen.
‘Ik kijk even of ze een maat kleiner hebben.’
De jongen bekijkt zichzelf in de spiegel en strekt zijn armen zodat de rest van zijn handen tevoorschijn komen. ‘Volgens mij is dit prima,’ zegt hij. Tegen zichzelf. Hij kijkt rond. De vrouw loopt langs de rekken, drie nieuwe jasjes onder haar arm geklemd. ‘Geen zwart, Es!’ roept hij.
Es. Kort voor Esther. Of Esmée.
Hoe dan ook, ze loopt door. De jongen wacht. Bekijkt en bevoelt verveeld een stropdas.
‘Ga je een das dragen? vraagt Es. Ze staat opeens achter de hem. Hij schrikt. ‘Staat je altijd goed.’ Hij schudt zijn hoofd.
‘Dat is zo benauwd.’
De ruzie laat een van de stropdassen eens even verlokkelijk glanzen. Es tilt hem met haar vrije hand verder in het licht. ‘Deze is best mooi.‘
‘Ik wil echt geen das om.’
Ze laat de das los en duwt het bovenste jasje in de handen van de jongen. ‘Probeer deze eens.’
‘Dit is een hele andere. Dit is zwart…’
‘Ja, dat zie ik ook. Deze is alleen om te zien of de maat goed is.’
‘De stof prikt in m’n nek.’
Es zucht. ‘Het gaat alleen om de maat!’ Ze laat haar blik van boven naar beneden gaan en weer terug. ‘Doe je bovenste knoop eens dicht, en dan je armen naar voren.’ Dat doet hij. ‘Nee, alleen de bovenste knoop.’
‘waarom?’
‘Dat hoort zo.’
‘Waarom zitten er dan twee aan?’
‘Goeie vraag,’ zegt de ruzie.
Zij haalt haar schouders op. ‘Is dat nú belangrijk?‘
‘Nee…’
‘Doe je armen maar weer omlaag…’ Ze zucht weer. ‘Ga nou eens gewóón staan!’
‘Ik sta toch gewoon?’
‘Dit is beter,’ zegt Es, meer tegen zichzelf dan tegen de jongen. Ze hangt de andere jasjes terug in een rek. ‘Wacht hier even, dan zoek ik er de goede broek bij.’
‘Dan wordt het een pak! We zouden alleen een jasje zoeken. Ik wil geen pak…. En ook geen zwart!’
Tien minuten later stapt hij een pashokje uit en gaat hij in het midden van het pad staan: pak, overhemd, das… The works. Es staat met haar rug naar hem toe, strijkt met haar hand langs een satijnen jurk die iemand heeft laten hangen.
‘Es…,’ fluistert hij. Ze draait zich om, kijkt en houdt haar adem in. De ruzie zet zich schrap.
‘Fuck!’, zegt ze tenslotte, ‘je bent opeens net papa…’
‘Ja! Snap je nou waarom ik geen pak aan wil?’ Ze knikt. ‘Mama zou zich kapot schrikken als ik haar zo naar het altaar zou brengen.’
‘Kom, trek alles maar uit, dan zoeken we een mooie pantalon met een trui of zo.’
De jongen verdwijnt weer in het hokje en zij gaat op een krukje zitten, handen in haar schoot.
‘Warm hè?’ zegt de ruzie, die tegenover haar is gaan zitten. Ze veegt het zweet uit haar wenkbrauwen.
‘Thieu,’ roept ze naar het pashokje, ‘laten we maar naar huis gaan.’

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.