
In de Albert Heijn had een man de aller onbereikbaarste winkelwagen opgezocht om daarmee ruzie te gaan maken, dat wil zeggen, om te proberen die ene wagen van de andere los te trekken. Omdat hij zo ver weg bezig was, had ik hem eerst niet opgemerkt en toen ik hem ten slotte wel zag en riep of ik hem kon helpen, hoorde hij mij niet. Dat kwam doordat hij een enorme koptelefoon droeg, met van die grote zwarte halve bollen over zijn oren. En dat hele ding dan over een oude baseballpet met rafelranden aan de klep die hij telkens half voor zijn ogen schoof (de klep bedoel ik), zodat hij niemand aan kon kijken zonder zijn hoofd in zijn nek te gooien. Hij deed het om te zien wie ik was. Ik probeerde terug te kijken, maar mijn blik dwaalde telkens af naar de plooien in zijn hals. Een kalkoenennek. Hij haalde zijn schouders op en liep weg terwijl hij houvast zocht aan de winkelwagen.
Even later kwam ik hem weer tegen bij de klaphekjes waar hij rondkeek alsof hij nu pas besefte waar hij was. Ik vroeg nog eens of ik hem kon helpen. Hij gebaarde dat hij mij niet kon horen.
‘Nee, nogal wiedes,’ zei ik, ‘met dat ding op je kop.’
‘Wat!?‘ vroeg hij terug. Ik schudde mijn hoofd en hij berustte erin.
‘Wat is dat?’ Hij wees naar het muurtje met zelfscanners.
Ik zocht naar het goede begin van een uitleg en bereidde me voor om harder en langzamer te gaan praten.
(En terwijl ik dit schrijf, onderdruk ik de neiging om alles lekker in kapitalen te gaan zetten.)
‘Daar kunt u uw boodschappen mee scannen! Hoeft u straks alleen nog maar af te rekenen!’ Bij het woord scannen hield hij zijn hoofd een beetje schuin.
‘Hoe moet dat?’
‘Met uw bonuskaart! Kijk hier onder houden!’ Ik deed het voor. Het apparaat gaf een piep die ik nog nooit eerder had gehoord en een mevrouw van de Albert Heijn kwam haastig vertellen dat dat niet meer mocht. Vanwege de veiligheid. (Veiligheid? Hoezo is dat opeens een ander woord voor hygiëne? Of voor gezondheid? Laatst kwam ik langs een winkel en daar hing een A4’tje aan de deur met daarop: Voor uw veiligheid en die van anderen, houd 1,5 m afstand. Veiligheid verdringt alle mooie dingen.)
En ik mocht ook mijn boodschappenbolide niet meenemen in de winkel. Winkelwagens verplicht.
Daar dacht ik even over na. Twee winkelwagens bij elkaar zijn misschien anderhalve meter, maar wat nu als ik van achteren word aangevallen? Ik zag die oude man er wel voor aan om mij ruggelings te naderen terwijl hij met zijn hoofd in zijn nek de ingredientenlijst van een pot vitaminepillen probeerde te lezen. Maar goed, kwart over zeven in de morgen is geen goede tijd om daar met personeel van de Albert Heijn over te gaan discussiëren, die mensen hebben wel wat beters te doen (ook op andere tijden van de dag, trouwens). Bovendien waren de man en ik de enige klanten, dus het zou me niet zoveel moeite kosten bij hem uit de buurt te blijven.
Nou, dat viel toch niet mee. Om te beginnen reed hij meteen mijn lege karretje aan. Dat had ik ergens geparkeerd, in het aller onbereikbaarste hoekje van de winkel, dacht ik, maar nee hoor. ‘Mijn god,’ fluisterde ik, ‘hoe krijgt hij het voor mekaar?!’ Om daarna meteen mezelf terecht te wijzen, met de dreiging dat dit misschien mijn voorland wel was. ‘Dus heb een beetje geduld met die man.’
Goed, u raadt het al, dat geduld van mij werd behoorlijk op de proef gesteld. Ik was drukker met de man dan met mijn boodschappen. Ik probeerde hem ofwel te ontwijken ofwel te helpen (op anderhalve meter afstand terwijl hij er geen moment aan dacht om zijn koptelefoon even af te zetten).
Ik vond een nieuwe dimensie van geduld.
In een universum waar ik ergernis uitgebannen had.
Dit alles in de nergens op gestoelde verwachting-schuine-streep-hoop dat ik het allemaal ooit op een dag, als ik ook heel oud was, bij een jongere generatie zou kunnen inlossen.
Toen ik eindelijk bij de kassa stond, zag ik de oude man buiten in zijn scootmobiel voorbijrazen, een volle boodschappentas tussen zijn benen. Ik wendde mijn blik af.
‘Wel fijn voor u hè?’ vroeg de caissière. Ik keek haar aan. ‘Tenminste, die meneer voor u was er erg blij mee.’ (Ze was iets harder en langzamer gaan praten.)
‘Wat bedoelt u?‘
‘Nou, ons 70+ uurtje!‘