Het gras, de boom, of hoe de lockdown toch nog goed kwam

Op de eerste mooie ochtend van het jaar, na een armoedige stuiptrekking van de winter, wat natte sneeuw en een paar nachten vorst aan de grond, stond de vrouw juist voor het raam toen de zon tussen twee wolken door een monter bundeltje licht de tuin instraalde. Het was niet veel, maar genoeg om met gesloten ogen te wachten tot de warmte weer van haar gezicht vloeide.
Toen ze haar ogen weer opende, zag ze het gras. Of liever, wat er van over was.
‘Zullen we in de lente eindelijk eens iets aan de tuin doen?’ vroeg ze. Haar vrouw antwoordde niet. ‘Of dan in ieder geval het gras…’
‘Huh?’
‘Het gras!’
‘Wat is er met het gras?’
‘Dat ziet er niet uit. Er zitten overal kale plekken.’
Haar vrouw stond op en kwam naast haar staan. ‘Waar dan?’
‘Tss, daar! En daar, en daar…’ Ze wees de plekken aan.
‘Oh, dat. Dat groeit vanzelf weer dicht.’
‘Dat zei je vorig jaar ook. En toen bleef er dus over wat nu hebben… we moeten bijzaaien, denk ik.’ Ze zwegen en keken naar buiten. ‘Er zijn vast wel YouTube filmpjes van.’
Die waren er.
Tientallen.
En onder ieder filmpje weer tientallen vragen en antwoorden. En discussies. Scheldpartijen.
De meningen waren verdeeld, maar dat je niet zomaar even een paar kale plekken in je gazonnetje kon pimpen, dat was wel duidelijk. Het was een soort project. Een plan van aanpak moest je hebben.
Na twee-en-een-half uur, achttien filmpjes en 172 ‘openbare reacties’ wisten ze min of meer hoe ze het veld kon repareren. Ze keken elkaar aan en zeiden: ‘Ooh… dóórzaaien!’
Een raar woord vonden ze. Maar niet zo raar als ‘herstelzaad’.
‘Stel je voor dat wij ook zoiets zouden hebben, wij mensen. De mannen dan. Herstelzaad. Klinkt handig, toch?’
‘Nee dan die verticuteerschoenen!’ Een reuzenschoen met spijkerzolen om over je gras lopen. Om er lucht in te brengen.
‘Mag ik dat doen?’
‘Nee, ik!’
‘Volgens mij is vanmiddag het tuincentrum open!’
Maar die middag kwam het toch niet uit, en de hele week daarna ook niet, en toen kwam de lockdown. En werd het tuincentrum ook het centrum van de wereld. Iedereen was er, en iedereen moest zijn grasveld herstellen. Verticuteren. Kalk geven. Bemesten. Doorzaaien. Afstrooien (dat vonden zij bij nader inzien het mooiste woord uit het hele gazonjargon).
Dus alles was op. Op één zak na, die ze zonder verder te aarzelen meetroonden naar de kassa, dat wil zeggen, naar de rij vóór de kassa. Terwijl ze wachtten en rondkeken, vertelden ze elkaar het verhaal dat ze ooit aan hun kinderen zouden vertellen. Die zouden er niets van geloven.
Thuis gooiden ze de zak op het grasveld om toen pas te zien wat ze hadden gekocht.
Gazongrond. Wat wel fijn klonk, maar verder nutteloos was gezien de staat van hun grasveld.
‘Hadden ze eigenlijk nog tegels?’ vroeg ze tegelijk aan elkaar.
Dat wisten ze niet. Daar hadden ze ook niet naar gezocht. En ze waren ze ook niet van plan naar tegels te gaan zoeken.
Ze gingen naar binnen.
Een paar dagen later begon er een genadeloze droogte, die een paar weken aanhield, waardoor de plastic zak, die nog steeds op het midden van het grasveld lag, verweerde en poreus werd, zodat de inhoud zich tijdens de regenbuien die volgden gulzig volzoog tot de zak bol ging staan als een pas opgeschud kussen, dat tijdens een onweersbui door de bliksem werd getroffen en zacht openbarstte, om een bergje aarde achter te laten, waar de volgende dag al meteen een stengel met blaadjes uit ontkiemde, blaadjes die zo teder waren dat de vrouwen er wel om konden huilen, zo blij werden ze ervan, wat nog maar het begin was, want de scheut groeide in een paar weken uit tot een overweldigende boom die ademloos ontzag wekte bij alle mensen die langsliepen en waar zomers kinderen onder kwamen staan omdat er ijsjes aan groeiden die rijpten en loslieten als je liedjes voor de boom zong, wat zo ongeveer het mooiste geluid is om bij te ontwaken, vonden de vrouwen, die er natuurlijk geen moment aan dachten om ooit nog een grasveldje aan te leggen, laat staan een betegeld plaatsje, zeker niet omdat de boom in de herfst eetbare blaadjes liet vallen waar ze thee van zetten waar ze een soort high van werden, in ieder geval heel vrolijk en zorgeloos, vaak tot ver in de winter, wanneer de boom uitrustte en zich opmaakte voor de lente en zijn bloesem, die zo lekker rook, dat telkens als de vrouwen die inademden ze beter begrepen waarom het leven zin had.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

(Die verticuteerschoenen kochten ze toch, gewoon voor de lol, en later omdat hun kinderen dan van het lachen bijna uit hun boomhut tuimelden. Wat natuurlijk niet gebeurde, want de boom hield ze dan tegen.)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.