Het woord ’fysiek’ nam met de digitalisering van de wereld in de afgelopen twintig jaar een vreemde wending. Al het stoffelijke dat ook een digitale variant had, heette opeens fysiek.
Dus: fysieke winkels.
Het zal wel aan mij en mijn verdorven geest liggen, maar ik vind dat op de rand van onbetamelijk. Met zulke taal drijf je de mensen helemaal naar het internet.
Maar nu we allemaal anderhalve meter afstand moeten houden en uit arren moede onze toevlucht zoeken tot nog meer digitale varianten van de echte wereld, heeft ‘fysiek‘ er een dimensie bijgekregen. Een nog onbetamelijkere dimensie, als u het mij vraagt.
Een collega die een andere baan had aangenomen, en die in een bijeenkomst van 24 bewegende pasfoto’s op het scherm van mijn laptop afscheid nam, zei dat ze ons graag in betere tijden op haar fysieke borrel zou terugzien.
Eek!
Het zal wel aan mij en mijn verdorven geest liggen, maar ik zie dan hele nare dingen voor me. In het beste geval een soort Twister. Ik ga u niet uitleggen wat dat is, maar onthou dat het heel erg fysiek is. Dus wegwezen als iemand met die veel te vrolijke doos komt aanzetten en dat akelige zeiltje uitvouwt in het midden van de huiskamer, of, god verhoede, van het bedrijfsrestaurant.
Of beter nog, niet naar zo’n fysieke borrel gaan. Daar komt alleen maar gedoe van, dingen die je van zijn leven niet uitgelegd krijgt.
Hmm… nu voel ik voel de behoefte om tóch iets aan u uit te leggen. Anders krijgt U een een verkeerd beeld van mij… Dus, eh… laten we beginnen met die fysieke winkel. Dat klinkt gewoon een beetje raar, maar het blijft een ding. Een groot en ingewikkeld ding, maar wel levenloos. Iets dat zelf niks doet. Laat staan fysiek.
Een borrel daarentegen is een sociale gebeurtenis (heb ik me laten vertellen), een verzameling mensen bij elkaar die allemaal wel degelijk iets doen. En sterker nog, alles wat ze doen is fysiek. Dat kan eigenlijk niet anders.
So far so good.
Maar waarom zie ik dan twister voor me, of iets ergers, transpirerende mensen in een sportschool, ballroomdanseressen met hele grote blote ruggen, glimmende worstelaars, eh…
Dat komt door Olivia Newton-John.
Tja.
Een actrice die, nadat ze in Grease te keurig voor woorden had gespeeld (naast de inmiddels tot cultheld gepromoveerde John Travolta), en daarna met geen mogelijkheid meer van haar hopelessly devoted to you-imago afkwam, besloot om het over een andere boeg te gooien, d’r haar kort te knippen, en dus een liedje uit te brengen met de onheilspellende titel Let’s get physical.
Denk aan beenwarmers over stretchpants en hoofdbanden. En verder kleding die net genoeg te raden overliet.
Ik kan me herinneren dat wij Olivia’s poging om wild en verleidelijk te zijn destijds een beetje sneu vonden, wij van de studentenflat vol links georiënteerde intelligentsia, waarschijnlijk omdat we er niets anders van mochten vinden (terwijl we met z’n allen voor de tv naar haar zaten te gapen), want de ‘feministische moraal of zo’ hing daar tastbaar in de lucht; we sneden er plakjes van om op ons brood te doen.
Dus ik heb haar verdrongen, denk ik.
Tot de lockdown dus.
En de fysieke borrel.
En huidhonger.
Ho, wacht! Dat is echt een heel raar woord!
Echt. Heel. Fout.
Ik bedoel, hebben we dat opeens allemaal? En mag dat?
Stel dat ik afgelopen januari, na een allenige kerstvakantie, op mijn werk was teruggekomen om bij het koffieapparaat te verzuchten dat ik zo’n huidhonger had… Geen begrijpende blikken, geloof mij. Laat staan medeleven. Of iemand die me tegen zich aan zou drukken. Nee, op het matje bij het hoofd van de afdeling, zou ik denken!
Dus, mensen, dat woord moeten we schrappen.
Voor wie niet overtuigd is en/of het wel een poëtisch woord vindt, even een gedachtenexperiment: sluit uw ogen, zucht een paar keer diep en haal uw collega’s voor de geest.
Op een fysieke borrel.
Allemaal met een stevige huidhonger.
…
(Eek!)
