De meneer die de vergadering ging voorzitten, had zijn neus vooruit gestuurd. Tenminste, daar leek het op, want eerst hoorden we niks maar konden we wel heel erg diep in zijn linkerneusgat kijken. We zagen bijna zijn kleine hersenen. Na veel gekraak en een onbedoelde rondleiding in zijn werkkamer, waarvan ik mij alleen nog een vitrine met Barbiepoppen goed kan herinneren, kwam hij eindelijk in beeld, om te zeggen dat de verbinding erg slecht was, en dat we ons er dus op moesten voorbereiden dat hij af en toe slecht doorkwam.
Dat gebeurde al meteen toen hij zich verontschuldigde voor het feit dat hij zo laat was ‘binnengekomen‘. Terwijl hij stukje bij beetje in een waterverfschilderij veranderde, vertelde hij dat de app die nodig was om deze vergadering te hosten op zijn laptop niet werkte, of verboden was door de ICT-afdeling, of de verkeerde versie was.
Doorhalen wat niet van toepassing is. Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.
Dus hij had in allerijl de laptop van zijn zoon moeten confisqueren, waarop zich hetzelfde probleem had voorgedaan, maar dan anders, want toen hij op de toegezonden link had geklikt, was het scherm zwart geworden en zwart gebleven, wat ze ook deden, waarna hij zijn toevlucht had gezocht tot zijn iPhone, die in de keuken aan het opladen was, zo bleek, waar zijn dochter college volgde, zodat hij nu op het mobieltje van zijn vrouw zat, als het ware.
Op de achtergrond zagen wij een kat. Dat is voor het verhaal niet zo belangrijk, maar ik moet het toch opschrijven, want het leidde enorm af. Nu ook weer.
Goed.
De vergadering ging over de ‘meerjarenstrategie integrale bedoeling’. Omdat ik te elfder ure en hals over kop bij de vergadering was gevraagd, had ik niet door wat dat was, en omdat ik pathologisch eerlijk ben, zei ik dat maar meteen.
Hilariteit al om. Niemand geloofde mij. Die René! Die mijnheer Poort!
Dat had ik weer. Of eigenlijk heb ik dat wel vaak. Meestal laat ik het dan daarbij en wacht ik tot de dingen vanzelf duidelijk worden. Tegen de tijd dat iemand mij dan vraagt wat ik vind, kan ik uit een handvol meningen kiezen, die ik allemaal even enthousiast en welbespraakt kan verdedigen als het moet.
(Het is een wonderlijke gave, al zeg ik het zelf, die soms akelig tegen mijn pathologische eerlijkheid schuurt, maar hey, niemand is volmaakt.)
Om onze sterkten en zwakten goed in kaart te brengen (pun intended), kwam er een mevrouw van een extern adviesbureau bij die een workshop zou geven. Ze vroeg aan ons of we allemaal de app hadden gedownload.
De app?
‘Ja, Tzu!’
‘Tzu?!’ Wij wisten van niks.
Dat was een tegenvaller. Wat nu? Ze kon wel even de link voor de download in de chat zetten?
Verwarring alom. Voor welk device dat dan was, en of het ook onder Windows werkte, in welke browser, en of je dan eerst uit de citrix-omgeving moest, en of dat het veilig was. Het viel nog mee dat niemand vroeg of de app coronaproof was. De voorzitter hakte de knoop door en zei dat we het zonder de app zouden doen. Dat vond de mevrouw erg jammer, want ze had stellingen en virtuele geeltjes waarop wij allemaal digitaal kernwaarden hadden kunnen schrijven, zodat er vanzelf een woordenwolk in beeld zou zijn gekomen.
Wij knikten medelevend.
‘Zonder geeltjes dan maar,’ zuchtte zij, ‘en gewoon zeggen wat je ervan vindt’.
Wel ja. Gewoon zeggen wat we ervan vonden. Dat was even schakelen. Terwijl we nadachten hoorden we bij de voorzitter gepiep. Een vrouw met rood opgestoken haar verscheen in de deuropening.
‘Heb ik mijn mobieltje hier ergens laten liggen?‘ vroeg ze.
Opnieuw een onbedoelde rondleiding in de man zijn werkkamer. Maar nu eindigde de reis in plotselinge duisternis, waar alles klonk alsof de man zich achter de gordijnen had verstopt.
‘Brom, brom, brom,’ zei hij.
‘Kra, kra, kra!’ antwoordde de vrouw.
Je microfoon staat nog aan, typte iemand in de chat.
Dat ziet hij niet, typte iemand anders.
We hoorden geruis, gekraak, een bons, nog eens gekraak en geruis, en toen was er weer licht. De voorzitter kwam in beeld. Hij zat op de grond met zijn haar door de war. De kat rook verbaasd aan zijn oor.
‘Echt heel flauw!’ zei zijn vrouw terwijl ze de kamer verliet. ‘Zeg dan gewoon dat je ‘m even hebt geleend.’
Dat was het teken voor de mevrouw van de workshop.
‘Goed, wie mag ik het woord geven? Wat zijn volgens jullie de kernwaarden van integrale bedoeling?’
‘Wij hebben echt geen flauw idee!’ riepen we in koor.

Heel erg grappig en herkenbaar.
LikeGeliked door 1 persoon