In de krant stond een advertentie. Of eigenlijk stonden er drie. In één. Twee voor luchtbevochtigers en één voor een luchtreiniger of andersom (één luchtbevochtiger en twee -reinigers), dat weet ik niet meer, maar dat maakt voor mijn verhaal niet zoveel uit. Laten we het op twee reinigers houden.
Boven de foto’s van de apparaten stond: one day only. En om het vooral onbegrijpelijk en geheimzinnig te maken, daar weer onder: geldig tot en met 18 maart. Dat was drie dagen later. Dus eigenlijk: three days only.
Nog steeds niet zo erg lang, zeker niet voor een zenuwlijder zoals ik. Want ik weet niet wat er in uw hoofd gebeurt als u zo’n aanbod tegenkomt, maar in het mijne gaat dan een machinerie van start die zijn weerga niet kent en die mij in een paar tellen gek van hebberigheid en weifel maakt. Een weldenkend en evenwichtig mens zou waarschijnlijk zeggen: die heb ik niet nodig. En de bladzijde omslaan alsof het niets is.
Bij mij werkt dat niet. Wat ik heb gezien gaat mijn systeem in en moet ik verwerken. Er geen acht opslaan is dan geen optie meer. Dus ook al heb ik niet direct behoefte aan een luchtreiniger/bevochtiger, dan nog ga ik er over denken.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik niet veel nodig heb om argumenten te zien voor de aanschaf van iets wat ik niet nodig heb. En om nog eerlijker te zijn, na een dag tikken (in mijn geval naar mijn computer met spraakherkenning roepen) en bellen (ook roepen, maar dan in het luchtledige, want draadloze oortjes) en naar bewegende pasfoto’s turen op mijn computerscherm, de lucht in mijn werkkamertje wel íéts nodig heeft, vind ik, maar wat precies, dat weet ik dan weer niet, dus misschien wel een apparaat dat iets met die lucht doet, schoonmaken of nathouden, of beide.
Eh…
Goed, als ik er al uitkom wat het slimste is, reinigen of bevochtigen, of misschien dus wel reinigen én bevochtigen (of andersom, ik laat even in het midden wat het eerste moet), dan zit ik nog met de vraag welke van de apparaten het beste is.
Op de school voor industrieel ontwerpen krijgen ze daar les in, apparaten zo te ontwerpen dat een goede vergelijking op grond van enkele heldere en onderscheiden criteria niet mogelijk is, zodat je in verwarde toestand dan maar voor de duurste gaat, of in nog grotere verwarring allebei de apparaten koopt met het vaste voornemen om één van de twee terug te sturen, wat dan verschrikkelijk moeilijk en/of een heel gedoe blijkt, zodat de ene die je bij nader inzien toch niet zo goed vindt ergens in je huis op een in onbruik geraakt kamertje komt te staan, en een paar maanden later op marktplaats waar je er na zes weken digitaal leuren en een sneue onderhandeling over € 2,50 meer of minder ongeveer een kwart van de aanschafprijs voor terug krijgt, wat een straf is die je boetvaardig ondergaat en die je voor de zoveelste keer als een kantelpunt in de genezing van je koopziekte beschouwt, wat natuurlijk helemaal niet zo is, maar wat je in ieder geval een week of zo een goed gevoel geeft en dat is ook wat waard (figuurlijk, niet letterlijk).
‘Ho!’
Riep ik naar mezelf. Terwijl ik dit dacht en opschreef.
‘Stop met denken! Typ even niks en wees gerust, je hebt nog niets gekocht!’ Dat was zo, soms word ik zo gegrepen door mijn eigen neurosen dat ik de greep op de werkelijkheid verlies. ‘En trouwens, kijk eens naar buiten!’
Dat deed ik. Het had geregend en het waaide een beetje.
Aha.
Raam open. Gratis en voor niets frisse lucht, die ook nog eens vochtig was. Wat wil een mens nog meer!?
Nieuwe schoenen. Dus die heb ik toen gekocht van het geld dat ik uitspaarde door die twee apparaten niet te kopen.
Wel jammer dat niemand ze kan zien want ik zit natuurlijk de hele dag achter mijn computer met de camera op mijn ponem gericht…
Ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou opschrijven, maar: oh, wat verlang ik naar een benen-op-tafel-gesprek!