Rechten

Wat is er toch met al die vreemde rechten? Ik bedoel bijvoorbeeld ‘het bel-me-niet-register’. Dat bestaat alweer een tijdje, en ze gaan het veranderen, maar het blijft even raar, want als we worden gebeld, mogen we zeggen dat we dat niet willen. Recht op verzet, heet dat.
Hm…
Het recht op vergetelheid is ook zoiets. Als een organisatie van alles over en van ons weet, mogen we die organisatie vragen of ze ons wil vergeten.
Nou ja! De omgekeerde wereld, lijkt me.
En nu wil een kamerlid ons het recht op onbereikbaarheid geven. (Om iedereen in de war te brengen heet het wetsvoorstel ‘over de bereikbaarheid van werknemers buiten werktijd’.)
De bedoeling van dat wetsvoorstel is om werkdruk te voorkomen of te beperken. Nou, dan weet ik nog wel een paar wetten! Een wet tegen haast, zou dat kunnen? Misschien, er is vast wel een kamerlid voor te vinden, maar het lijkt me niks, want dan gaan mijn werkgever en ik natuurlijk bakkeleien over de definitie van haast. Want ik vind die van mij eigenlijk de beste, en een discussie daarover lijkt me dus zinloos, maar dat ziet mijn werkgever vast anders, et cetera. Zonde van mijn tijd.
Maar zoiets gaat wel gebeuren met onbereikbaarheid, wat ik u brom.
Het wetsvoorstel zelf zouden we als een waarschuwing moeten zien. De tekst van de wetswijziging behelst feitelijk een zin van 23 woorden. Lekker kort. Dat had u gedacht. Er zit een memorie van toelichting bij van 12 bladzijden, inclusief grafieken en een een onrustbarend notenapparaat. Daarnaast is er nog een advies van de Raad van State van ongeveer één bladzijde met een repliek van het kamerlid van nog eens 10 bladzijden.
Need I say more?
Nee, laten we dan radicaler zijn en ons recht op luiheid eisen. Dat heb ik zelf niet verzonnen, maar Paul Lafargue, die daar een pamflet over schreef, bijna anderhalve eeuw geleden (1880). (Nutteloos maar geinig weetje: hij was de schoonzoon van Karl Marx. Daar zie ik dan een tragisch familiedrama achter, waarin Karls dochter geraffineerd wraak op haar vader neemt – ik weet nog niet waarvoor, maar dat verzin ik later wel – door met een man te trouwen en die arbeid helemaal niets vindt, laat staan Marx’ theorieën daarover. Dit allemaal terzijde.)
Pauls stelling was dat mensen niet meer moeten werken dan nodig is. Zijn pamflet is eigenlijk ook een pleidooi tegen overproductie. Als we alleen de dingen maken die nodig zijn, kunnen we de rest van de tijd lekker niks doen. Dat is dan ons goed recht, als het ware.
Wat mij brengt op Paulus de Boskabouter, of eigenlijk op zijn vrienden Gregorius de das en Joris het vispaard.
Ja, sorry, ik spring van de hak op de tak, maar dat vind ik leuk, en ik mag het trouwens niet laten van de dokter, want als ik het niet doe word ik gek. Ik ga wel proberen om alles nog voor het einde van dit blok aan elkaar te knopen.
Goed, alle dieren in het bos zouden een huis voor Joris gaan bouwen (omdat hij inwoonde bij Paulus en daar eigenlijk niet te handhaven was want hij at alles op, inclusief Paulus’ bankstel) en toen Paulus aan Joris en Gregorius vroeg wat zij konden bijdragen, waar ze goed in waren, riepen ze in koor:’LANTERFANTEN!’ Enfin, het huis kwam er wel, maar ontplofte.
Need I say more?
Dus, korte samenvatting: minder spullen = minder werken = meer lanterfanten. En dan hoeven we vanzelf ook niet meer de hele dag bereikbaar te zijn.
Hoera!
Ho! Te vroeg gejuicht.
Ik zat dit blog te schrijven op een terras terwijl naast mij twee vriendinnen zaten (niet van mij, van elkaar) waarvan de één aan de ander vertelde dat zij eens tien dagen retraite had gehouden in een Tibetaans klooster. Ze had er niets mogen zeggen, niemand aan mogen kijken, en eh… nou eigenlijk gewoon niks dus. Behalve dan yoga, veel yoga, vanaf 4:30 uur in de morgen, en af en toe eten natuurlijk.
‘Zalig was dat,’ zuchtte ze.
Tien dagen lang.
Niks.
‘Dus ook geen mobieltje?’ vroeg haar vriendin voor de zekerheid. De ander schudde meewarig haar hoofd. Daarna volgde een toepasselijke stilte.
‘Maar waarom zou je dat willen, met niemand contact?’

P.s. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik, om het mooie woord vergetelheid te behouden (pun intended) eerst het recht daarop nog wel een goed idee vond, maar toen bedacht ik dat we dan beter dáár een wet voor kunnen maken, een verbod op vergeten van mooie woorden, of liever andersom (positiever): de plicht om mooie woorden te gebruiken, waarna ik de sterke neiging kreeg om alvast een lijst samen te stellen, voor in de memorie van toelichting bij mijn wet, wat ik niet deed, waardoor deze alinea in de PS terechtkwam. Ook om u een beetje te ontzien, want er is een grens aan waar ik u mee op kan schepen, denk ik.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.