
De vrouw keek naar het flesje naast haar op het bankje en stond op. Ze deed een paar stappen en begon te ijsberen. De man wendde zich af en pakte zijn mobieltje. De vrouw bleef staan en wachtte tot de man opkeek. Toen hij dat deed en haar blik zag, legde hij het mobieltje weer terug, met het scherm naar beneden.
‘Maar dan moet jij gaan zitten,’ zei hij. ‘Als je de hele tijd zo heen en weer loopt, ga ik niet met je praten.’
‘Hoezo niet?’
‘Dat weet je heus wel. Ik word zenuwachtig van dat gedrentel. Het lijkt op…’
De vrouw glimlachte. ‘Hunkering,’ vulde ze aan. De man reageerde niet. Ze haalde haar schouders op en ging zitten. Ze keek weer naar het flesje.
‘Nou, praat dan!’ zei ze. ‘Waar wou je het over hebben?’
‘Over ons, natuurlijk. Het gaat zo niet langer, Kat. We maken elkaar kapot. Ik moet eerst aan mezelf werken. Misschien wel in therapie of zo. Het is toch niet normaal dat ik bij alles zo kwaad word en…’ Hij staarde naar zijn vuist en hief hem op. ‘Kijk, dat gebeurt gewoon, zonder dat ik het merk. Dat is toch niet normaal? Dat wil ik niet meer, ik wil rust. Maar die vind ik nooit als we elkaar blijven zien. Zeker niet als jij…’
De vrouw, Kat (kort voor Katja) snoof, en pakte het flesje. Ze wilde gaan staan, maar bevroor halverwege en zakte weer terug. Na een poosje zwijgen draaide ze dop van het flesje en nam ze een paar slokken. Ze sloot haar ogen en haalde een paar keer diep adem. De man observeerde haar, sloeg zijn ogen neer toen ze de hare weer opende.
‘Maak je zin eens af. Als ik…? Ik ben toch al gestopt? Kijk, Spa blauw! Water! Ik drink g.v.d. de hele dag water…’ Ze zuchtte. ‘Wil je me alsjeblieft aankijken Erik?’ Dat deed hij. ‘Geloof je me niet?’ hij haalde zijn schouders op. De vraag alleen al, dacht hij.
‘Het zou helemaal niet nodig hoeven te zijn om dat te vragen. Toch? Kat, we zouden elkaar blind moeten kunnen vertrouwen. Maar ik vertrouw mezelf niet eens.’
‘Dus míj ook niet?’ vroeg Kat. Ze zette het flesje aan haar lippen en liet de rest in haar mond kolken. Eriks ogen gingen van haar mond langs haar kin naar haar hals. Hij volgde het water en dacht: het is geen water.
Kat ving de laatste druppels op met haar tong. Toen ze Erik weer aankeek, grinnikte ze. ‘Je gelooft me nog steeds niet, hè? Hier! Pak dan aan! Kun je zelf checken.’
Hij nam het flesje aan maar deed er niets mee. Rook niet aan de dop, probeerde niet het allerlaatste beetje eruit te likken.