Focus

‘Ik heb je drie keer gebeld, vriend!’ zei de man tegenover mij.
Telefoongesprek. Dat had ik niet meteen door. Ik keek op.

De man keek door mij heen. Gefocust. Zo zou hij het zelf noemen, denk ik. Opschepperig: ‘Ik ben altijd heel erg gefocust!’ Zijn vrouw zegt dat ook: ‘ Dietrich is altijd zo gefocust!’

Want dat is goed. Focus is altijd goed. Let maar eens op, in een vergadering of zo, dan zegt altijd iemand op een gegeven moment: ‘we moeten echt focussen!’ En dan knikt de rest. Oh ja, bijna vergeten, focussen.

Dat betekent eigenlijk: kiezen. Niet van alles en nog wat tegelijk doen. Focussen is de vergrotende trap van prioriteren. Want dat is niet meer dan alles gewoon in een bepaalde rangorde zetten. Misschien even puzzelen, maar je hoeft geen afscheid te nemen van iets. Het belangrijkste staat bovenaan en het minst belangrijke onder aan, en de rest daar tussen in, maar alles staat er en je kunt er nog alle kanten mee op. Want voor je het weet is het inzicht voortgeschreden en dan begin je gewoon weer opnieuw.

Kan niet als je gefocust hebt. Want focussen, dat is rigoureus voor één ding kiezen, en daar dan dus al je aandacht op richten. Of nee, je energie. Dat klinkt serieuzer. Ergens energie insteken is echt veel beter dan er aandacht aan geven. En andersom werkt het ook, zo zeg ik bijvoorbeeld nooit meer dat ik moe ben, alleen maar dat ik geen energie meer heb. Dat heeft een ernstige medische bijklank, alsof een diagnose is en geen gemoedstoestand.

Terug naar focussen. Ik kan dat nooit. Ik wil altijd alles en zoveel mogelijk dingen tegelijk. Diep in mijn hart dan. Daar ben ik Meat Loaf (“van alles meer, meer en meer”). Alles is mooi. Maar voor de buitenwereld doe ik heel erg mijn best om maar één of twee dingen te doen, en als het er twee zijn, die dan nooit tegelijk. Dáár ben ik Spinoza, de matigheid zelf en ook de filosoof met de kortste lijfspreuk ooit: caute (sommigen vertalen het als ‘wees voorzichtig’, anderen als ‘wees verstandig’, dat laatste bevalt me beter, hoewel het nog steeds mijn hang naar overdaad in de weg zit).

Van binnen is mijn andere ik het daar dus zelden mee eens, met die verstandigheid, zodat de ene ik de hele tijd bezig is om de andere ik tegen te houden (en de andere ik de hele tijd die ene ik probeert te verleiden). Heel vermoeiend. Herstel: Echt een gigantisch energielek.

Eh… die man. Die was dus gefocust. Maar afgaande op zijn blik, zou ik hem eerder bezeten noemen. Eng.

‘Vijf keer het afgelopen uur!’ beet hij de ander toe. Zo vaak had hij gebeld. Hij luisterde, niet lang. ‘App me dan even! Nou zit ik hier maar te wachten.’ Hij veegde wat op zijn iPad. ‘In de trein. Ik ga nou naar die mensen toe!’

Die mensen… ik had met ze te doen.

‘Ja, natuurlijk weet ik waar ik moet zijn.’ Hij gaf een beschrijving van de route die hij ging lopen als hij straks uit de trein zou stappen.

Shit, hij ging regelrecht naar ons kantoor toe! Opeens ging er bij mij een lichtje branden. Ik bekeek de man nog eens. Nou zag ik pas wie het was. Die stomme mondkapjes ook.

Lang leve de techniek! Want ik wist de man zijn naam wel, maar ik wilde weten waar hij ook alweer van was. Dus mobieltje en LinkedIn open en ja hoor, daar grijnsde hij mij aan. Ik kreeg het er warm van. Niet voor niks, want een paar tikjes later zag ik ook nog eens in mijn agenda staan dat hij bij míj op bezoek kwam.

Ik dacht dat we die man hadden afgezegd!? We hadden er toch geen tijd voor? Zijn initiatief was toch gesneuveld, ergens in de ‘besluitvorming’? Allemaal vragen aan mijzelf waar ik niks aan had, zelfs aan de antwoorden niet, want hij was vast van plan om te komen. Hij keek nog steeds heel erg gefocust.

Dat had ik weer.

‘Kunt u niet ergens anders heenstaren? U ziet toch dat ik bezig ben? U stoort mij nogal.’ Hij snoof. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Dat vond hij nog erger. ‘Kunt u ergens anders gaan zitten, alsjeblieft? Dit is echt mateloos irritant.’

Dat deed ik dan maar, maar wel met de tegenwoordigheid van geest om heel erg langzaam al mijn spullen bij elkaar te zoeken en mijn jas aan te trekken zodat hij flink moest zuchten en steunen.

‘Wacht even Martin, er is hier iemand die zo nodig moeilijk moet doen.‘

Ik groette en vertrok.

Nu heb ik het meestal niet zo op wraak, maar deze keer maakte ik een uitzondering toen de man eindelijk voor mij zat, op 1,5 m afstand, en ik na zijn uitgebreide excuses tot mijn spijt moest zeggen dat het hele project was afgeblazen.

In de prioritering was het al gezakt, maar toen we gingen focussen was het initiatief meteen van de lijst gevallen.

p.s. Ik heb die man natuurlijk verzonnen, behalve de eerste alinea. En mijn overpeinzingen, die zijn ook echt.

De foto is van Wikimedia Commons.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.