
‘Goed, nu geef ik hem dus meer ruimte,’ zei de vrouw tegen haar reisgenote (we zaten in de trein). Die knikte begripvol. ‘Waar ik kan,’ voegde de vrouw toe.
Quod non, dacht ik (ja, pedant, dat Latijn, maar dat was in mijn hoofd en daar sta ik het mezelf soms toe, want anders krop ik het maar op). Dat ‘waar ik kan’ leek me namelijk een nogal rekkelijke grens van die ruimte, waar de vrouw naar eigen smaak mee kon doen wat ze wilde. De ruimte die ze gaf kon ook meteen weer nemen als het toch niet zo goed uitkwam. Dan kun je volgens mij net zo goed niks geven, want wat heeft een ander aan ruimte waar die niet zeker van kan zijn? Ik zou niet uitgebreid gaan leven als beperking voortdurend op de loer lag. Ik zou het houden bij de ruimte die ik had. Maar ja, ik ben helemáál niet avontuurlijk. Een ander zou waarschijnlijk grijpen wat hij/zij kon en maar zien waar het schip strandde.
Wat mij betreft had die vrouw het dus alleen maar erger gemaakt. Ze gaf helemaal niet meer ruimte, ze veroorzaakte verwarring en onzekerheid. Geen goede voorwaarden voor eens lekker breed leven.
Maar goed, ik had nog een hele reis voor de boeg en ik had geen zin om daar een hele ongemakkelijke reis van te maken, dus ik hield mijn mond.
Toch zat het me niet lekker, dat begrijpt u wel, en ik kon natuurlijk niet stoppen met erover na te denken. Ik had veel vragen. Mijn eerste was: wíé gaf ze meer ruimte? En mijn gok was: haar man. Ja, klassieke en niet zo bijster creatieve keuze, maar andere gegadigden voor extra ruimte zag ik zo 1, 2, 3 niet, hoewel ik nog wel even aan een huisdier heb gedacht, een grotere kooi voor de cavia bijvoorbeeld, maar dat leek me bij nader inzien geen serieus gesprek met een vriendin waard.
Vandaar dat ik op haar man kwam. Die voelde zich misschien bekneld door hun relatie. Altijd maar samen leuke dingen doen, dat was hem opeens te veel geworden. Hij wilde ook wel eens gewoon niks doen. Dat willen mannen wel eens. Niks doen. Kunnen ze goed. (Voor wat het waard is, ik ben er echt heel slecht in.)
Eh… Probleem, en een tweede vraag: Heb je ruimte nodig om niks te doen? Logischerwijs zou ik zeggen van niet, niks is precies nul ruimte, maar die man voelde dat waarschijnlijk toch anders. Denk ik. Zonder dat hij dat goed kon uitleggen. Ik kon me dan ook voorstellen dat ze daar in lange gesprekken veel tijd mee hadden verspild, met urenlange haarkloverij over waar hij de ruimte voor nodig had.
Dat was toevallig ook mijn derde vraag. De vrouw leek mij wel iemand die een lijstje van activiteiten wilde hebben om te bepalen hoeveel ruimte ze moest geven. Niet iemand die ‘niks’ zou accepteren als een geldige activiteit om in de grotere ruimte te beoefenen.
Ze was er nog moe van hoorde ik aan haar stem. Die ruimte had ze ten langen leste dan maar beloofd, ondanks dat ze er weinig fiducie in had. Haar man zou die ruimte gaan verprutsen, ze zag het zo voor zich.
Haar reisgenote zag dat ook, maar had niet de tact om het er bij te laten, dus vroeg: ‘maar wat gaat hij dan doen met die ruimte?’
‘Nou ja, dat vond ik dus eigenlijk best wel moeilijk,’ antwoordde de vrouw. En toen kwam het hele verassende verhaal eruit, een nogal persoonlijk en intiem verhaal dat ik zelf niet ten overstaan van een volle treincoupé aan vriend of vriendin zou hebben toevertrouwd.
Ik checkte nog eens de ritsen van mijn koffer en schoof het ding en paar keer naar links en rechts. Iets anders kon ik niet verzinnen.
‘Meneer, kunt u die koffer misschien ergens anders zetten?’ vroeg de vrouw aan mij, ‘ik kan geen kant op!’
En toen moest ik zo nodig weer pedant doen, maar niet alleen in mijn hoofd.
‘In het leven gaat alles over ruimte, behalve in de ruimte zelf, daar gaat het over macht,’ zei ik.
Kan zo op een tegeltje, en daar dan een foto van op LinkedIn. Het was een variant op een al even vage en discutabele wijsheid, waarvan niemand weet wie die bedacht heeft: ‘Alles in het leven gaat over seks, behalve seks. Seks gaat over macht.’
Ik had er niet op gerekend dat de vrouw even pedant was als ik en dus meteen mijn parafrase doorhad. Ze keek me aan alsof ze me eigenlijk best wel wilde vermoorden en stond op.
Vijf minuten later had ik vier zitplaatsen voor mijzelf en mijn koffer. Maar geen flauw idee wat ik met al die ruimte aanmoest. Want ik ben helemáál niet avontuurlijk.
Toch nog een ongemakkelijke reis.
De foto is van NASA: http://hubblesite.org/newscenter/archive/releases/2014/27/image/a/