
Op het centraal station van Utrecht, of eigenlijk net daarbuiten, aan het begin van de winderige promenade die ze aan de Seijpesteinkant hebben aangelegd, hangt een bord met van die kleine ledlampjes om letters mee te vormen, waar iets of iemand teksten over gebeurtenissen in de natuur vertoont, vreemde boodschappen waarvan ik, als ik geen gezond verstand had en daarbij een beetje wantrouwig was of argwanend (ik wist even niet welk woord ik nou het mooiste vond dus ik heb ze alle twee maar opgeschreven, misschien dat ik er later nog een schrap, en anders doet u het maar) meteen zou geloven dat het codetaal was van een geheime afdeling van de spoorwegpolitie, hoewel ik niet geloof dat de spoorwegpolitie geheime afdelingen heeft, of fake news van door China betaalde Russen die Baudet in het zadel hebben geholpen en houden met dit soort wartaal – wat ik eigenlijk wel logisch zou vinden, want hoe zou anders zo’n hooghartig glanzende prins ongestoord op het tweede kamer-pluche kunnen blijven zitten?
(Eh, sorry voor die lange beginzin, ik kon het einde niet vinden en toen de zin er eenmaal stond vond ik hem eigenlijk wel mooi. Lees vooral door.)
Maar gelukkig heb ik een gezond verstand en ben ik altijd van goed vertrouwen. Dus de mededelingen zijn geen code, nee, ze betekenen gewoon iets. Daarmee bedoel ik: ze zeggen iets over de werkelijkheid.
Maar wat?
De mededelingen beginnen altijd met de datum en dan ‘Vandaag in de natuur:’ en dan iets als volgt: ‘Braakliggende terreinen en wegbermen kunnen rood kleuren van de klaprozen.’

Dat klinkt als een bijwerking van een of andere ingreep van rijkswaterstaat. Maar niets om je ongerust over te maken. Ik krijg In ieder geval niet de neiging om meteen naar een vergeten stuk land te rijden om te zien of alles nog goed gaat.
Hm…
Nog een: ‘Jonge zwaluwen zijn zo groot dat ze het nest verlaten’. Die vind ik alarmerender. Die zwaluwen gaan niet uit vrije wil het huis uit. Ze moeten wel, want ze passen er niet meer in. Ze tuimelen gewoon over de rand . Maar goed, Ik ga de dierenambulance niet bellen om ze te laten opvangen. Daar is geen beginnen aan. En trouwens, de natuur moet haar beloop hebben. Wij mensen moeten ons niet overal mee bemoeien.
‘De eerste houtsnippen arriveren voor de overwintering.’
Wacht, misschien moeten we toch iets doen. Iemand moet die vogels welkom heten, toch? Anders komen ze volgend jaar niet meer, gaan ze naar een ander land. Ik stond onder dat bord en keek rond, maar niemand leek aanstalten te maken om ze ergens op te gaan wachten. Snap ik eigenlijk ook wel, want waar moet je zijn? Misschien zijn er andere dieren die dat weten en de houtsnippen onthalen. Dat zou ik wel mooi vinden van de natuur. En nog een goede reden voor de mensen om er buiten te blijven, figuurlijk dan.
Wat me opeens doet denken aan een heus nieuwsbericht over een mevrouw die aangevallen was door een everzwijn. In Meerssen, Limburg. Het gebeurde afgelopen week toen zij zeven honden aan het uitlaten was.
Zeven!
‘Levensgevaarlijk’, vond de mevrouw. Dat zwijn dan. Die zeven honden zijn misschien ook levensgevaarlijk, daar durf ik wel een theorie over op te zetten, maar laat ik het bij dat zwijn houden. ‘Daar moet iets aan gedaan worden,’ zei ze. Verbolgen.
Serieus? Wat dan?
Ik heb al heel snel last van beroepsdeformatie, dus ik zag die mevrouw meteen een locatieverbod voor die beesten bepleiten bij de provincie. Dat is met de huidige technologie vast wel te organiseren. Ieder zwijn een enkelband en dan speciale boswachters om in de gaten te houden of alle zwijnen wel netjes binnen hun digitaal afgezette gebied blijven. (Ik hoorde een hilarisch lawaai van toeters en bellen die de hele dag afgingen.)
Maar waarom alleen everzwijnen? (Ik combineer mijn beroepsdeformatie vaak met een levendige fantasie, zodoende ben ik strategisch adviseur geworden.) Er zijn nog veel meer dieren die mensen belagen. Ik herinner mij de eikenprocessierups, een uil in Noord-Holland, en laat ik het niet over de wolven hebben, die tot verbazing en ergernis van alle rechtgeaarde mensen ons land zijn binnen komen lopen alsof ze hier al jaren wonen om vervolgens onaangekondigd en lukraak te hervatten waar ze een eeuw geleden mee waren gestopt, namelijk dat wat in hun aard ligt.
Laat me niet lachen. We moeten helemaal niets aan die zwijnen doen! Zodra die mevrouw ook maar ergens opduikt met een petitie om die zwijnen aan banden te leggen (no pun intended) sta ik klaar met een wetsvoorstel tegen groepsgewijze uitlaat van honden. Of zoiets.
De reactie van de gemeente was trouwens lekker down to earth: er zijn nu eenmaal zwijnen en die doen niks, behalve als ze zich opgejaagd voelen. Mij dunkt dat een roedel van zeven honden een mooi voorbeeld van opjagen is. Dus laat die mevrouw maar thuisblijven!
Wacht, ik weet nog iets beters. Laten we haar ervaring opnemen in de mysterieuze mededelingen op het centraal station van Utrecht (‘Vandaag in de natuur: wilde zwijnen vallen een vrouw met zeven honden aan’.) Utrecht is wel een eind uit de buurt, maar samen met de borden die de gemeente Meerssen gaat plaatsen (‘Kijk uit voor wilde zwijnen’ of iets van gelijke strekking) moet het helemaal goedkomen.
Met de mensen.