
Goed, het hoge woord is eruit, de provincies willen de wolf niet meer. Er is gewoon geen plaats voor hem/haar. En zeker niet voor hem én haar, want dan heb je voor je het weet hele roedels in de bossen rondlopen en daar zijn ze veel te klein voor. De bossen bedoel ik.
Drenthe, Friesland, en Overijssel willen dat er leefgebieden worden aangewezen. In Europees verband. Het schijnt dat die wolven een broertje dood hebben aan onze grenzen en gewoon maar een beetje aanzwerven. Dat kan natuurlijk niet.
Ik vind zoiets schattig (ja, het is natuurlijk ook om gek van te worden, maar ik ben vandaag in een zonnige bui): ik zie al die gedeputeerden driftig discussiëren over wat er moet gebeuren, en dan komen ze met dit…
Leefgebieden.
Aanwijzen.
Als ik een wolf was, zou ik me doodlachen.
En eh… gedeputeerden zijn mensen die onze provincies besturen, ik zeg het maar even. Binnenkort kunnen we nieuwe kiezen. Ik ga me niet bemoeien met uw politieke voorkeur, maar kunnen we alsjeblieft creatieve denkers/doeners met ongebreidelde fantasie aan de macht helpen?
Maar goed, de bossen zijn dus te klein. Nou kom ik regelmatig in een bos, en dan valt mij op dat het er inderdaad altijd erg druk is. Maar niet omdat er overal wolven lopen, sterker nog, ik heb er nog nooit een wolf gezien.
Wel mountainbikers. Dat zijn jongens van acht die opeens 32 werden, een baan met een stropdas namen omdat er in hun streek geen lokale brouwerijen meer bijkonden, een huis lieten bouwen in een oude koekfabriek, auto’s kochten die zelf konden rijden, en allerlei andere dingen ondernamen die lekker ravotten met je matties in de weg staan. Hun oplossing daarvoor is dat ze op zondagochtend op de crossfiets door de bossen gaan raggen. Lekker even helemaal eruit!
Terwijl ze met hun vrienden die voor en achter hen rijden hardop allerlei zaken bespreken. Mannenzaken.
Ik vind dat irritant, want het is lawaai, maar vooral ook irritant omdat ik alleen maar flarden van de gesprekken hoor. Ja, bij mij is het alles of niets, het liefst hoor ik niks, behalve de standaard bosgeluiden, maar als er dan toch mensen luid met elkaar praten, dan wil ik wel weten wat ze zeggen.
Een bloemlezing van wat ik eergisteren hoorde: ‘en toen heb ik hem gewoon voor drie jaar geleast’; ‘Neem gewoon een Rottweiler, die zijn heel goed met kinderen’; ‘maar hoeveel procent krijg je dan?’; ‘we mochten die bomen niet kappen, dus daar waren we snel weer weg’; ‘je moet nooit over de A7 gaan, want dat is ‘s morgens de hel’…
En wat dies meer zij.
Hoewel deze tussen de bomen gebazuinde teksten onbegrijpelijk waren, maakte ik er wel uit op dat de mannen hun leven goed in de greep hadden. Sterker nog, het leven wás van hen.
Daar werd ik in het begin wel eens onrustig van, alsof ik ergens in het verleden een afslag of een memo had gemist, maar uiteindelijk heb ik veel aan die branieteksten gehad. Meestal wandel ik na zo’n trits zelfverzekerde stellingen opgelucht verder in de vrolijke wetenschap dat mijn verzet tegen de bourgeoisie waarmee ik als jongeling mijn leven betekenis gaf nog zo slecht niet was geweest.
Begrijp me goed, ik kijk niet op die mannen neer, maar laat ik zeggen dat ik liever wakker lig vanwege dat mijn zuurdesembrood ingezakt is tijdens het bakken, dan dat ik mezelf op zit te vreten in een auto in een file op de A7. Ik prijs mij gelukkig dat ik niet eens weet waar de A7 precies ligt.
Terug naar de wolven, die waarschijnlijk ook niet weten waar de A7 ligt, sterker nog, die niet eens weten waar Drenthe, Overijssel en Friesland liggen, laat staan dat ze straks weten waar hun aangewezen leefgebieden zijn.
Een van de gedeputeerden zei dat de wolven ons land veel verdriet hebben gedaan. Eh… waarom waren de wolven ook alweer verdwenen? Niet omdat wij zoveel lol met ze maakten. Ze huilen niet zomaar. We hebben ze verjaagd. Volgens mij zou het beleefder zijn om hun excuses aan te bieden in plaats van leefgebieden.
Dat gaat waarschijnlijk niet gebeuren, want er is al geeneens draagvlak voor de wolven, laat staan voor verontschuldigingen. Toch zit hem daar de kneep, we moeten het goedmaken met ze.
Laten we een voorbeeld nemen aan Hélène Grimaud, pianiste (creatieve denker/doener) een ‘wolvenhoedster’. In de documentaire ‘Living with wolves‘, legt ze uit waarom ze de wolven zo’n warm hart toedraagt en waarom wij dat ook zouden moeten doen. Ik ga hier niet herhalen wat ze zegt, laat het bij een citaat: ‘it is about having to give back and doing something responsible (…) it epitomizes the challenges of our relation with nature.’
Jammer dat ze niet meedoet aan de verkiezingen.
p.s. Omdat ik wat meer over wolven wilde weten, kwam ik terecht op de site ‘Wolven in Nederland‘. Daar las ik dat in 2015 de eerste ‘zekere wolf’ Nederland bezocht. Hilarisch jargon! Ik zag meteen ook de eerste ‘onzekere wolven’, die nog steeds niet in Nederland zijn, omdat ze niet weten wat te doen. Ze staan ergens bij de Duitse grens te twijfelen. Ik ga een van de mountainbikers vragen om ze op te halen, want twijfelen, dat doen die mannen nooit.
p.p.s. De foto van de wolf is van Wikimedia Common.