Reflectie

In de bus zat ik achter een glazen tussenschot dat kennelijk goed spiegelde, want aan de andere kant stond een vrouw haar make-up bij te werken. Vooral haar wenkbrauwen vond ze belangrijk, want die bleef ze maar gladstrijken.

Ze had niet door dat ik haar recht in de ogen aankeek, of andersom, dat zíj míj aankeek. Dat stelde me wel gerust, want ik zat al schrap om mij ongemakkelijk te voelen. Ik bedoel, we stonden op een vreemde manier nogal dichtbij elkaar, letterlijk dan, en hoewel ik in de hele situatie niets had ondernomen, voelde ik me figuurlijk toch een soort indringer. Dus dat zij niks doorhad, sterker nog, dat ze mij niet eens zag staan (letterlijk en/of figuurlijk, dat laat ik omwille van mijn zelfvertrouwen liever in het midden) maakte het allemaal wat minder ingewikkeld.

Intussen moest ik aan mijn moeder denken die als zij in de bus naast me had gezeten schamper zou zeggen: ‘Ja, je bent mooi’. Tegen die vrouw dan. Want ze heeft niet zoveel op met ijdelheid. En dat steekt ze niet onder stoelen of banken. Ze steekt eigenlijk nooit iets onder stoelen of banken. Goede eigenschap. Ik was niettemin een beetje blij dat ze niet naast me zat, want waarschijnlijk zou de scène dan toch nog ongemakkelijk zijn geworden.

Of nee, misschien juist niet, want ik zou van de zenuwen en om iedereen (de vrouw in het bijzonder) af te leiden de slappe lach gekregen hebben. Dat is meestal mijn enige en nogal sneue tactiek, die zich voltrekt zonder mijn bewuste inmenging. Rechtstreeks vanuit mijn ruggenmerg komt er dan een zielig gegrinnik tevoorschijn. Echt zielig.

Nou ja, dit was allemaal theoretisch, want ik zat daar in mijn eentje.

Met mijn gedachten.

Die via via afdwaalden naar de hele lange vergadering in Den Haag waar ik een uur daarvoor murw uitgerold was. Een marathonsessie die we monter begonnen waren met een reflectie. Dat is klaarblijkelijk erg in tegenwoordig want iedereen vond het de gewoonste zaak van de wereld. Behalve ik. Opeens reflecteert iedereen. Waarom is dat toch?

Nou, eh… schot voor de boeg: omdat het ongevaarlijk is. Reflecteren, dat is voor de vuist weg je gedachten laten gaan over iets (bijvoorbeeld een notitie) en die gedachten dan zonder oordeel in de groep gooien. ik heb het hier over reflecteren als een ander woord voor bespiegelen. Want dat was het, overpeinzen.

Ja, ik weet ook wel dat reflecteren ingewikkelder kan zijn. Ik ben per slot van rekening ook coach (wel ja) en sinds de opleiding daarvoor reflecteer ik me helemaal te pletter. Het is zo nu en dan alsof ik in zo’n spiegelpaleis op de kermis loop, maar dan in mijn onderbewuste, waar ik zoals dat zo mooi heet, mijzelf en wat ik deed om de haverklap tegenkom, frontaal of van achteren beslopen/besprongen, waar ik ook kijk. Zelfs als ik wegkijk!

Dus vertel mij niks over reflecteren.

Maar de reflectie in die vergadering was niet half zo verontrustend. Wel ongemakkelijk. Vooral toen we mochten reflecteren op de reflectie.

Ik begon van de weeromstuit te verlangen naar de dagen van ‘horizontale feedback naar de ander toe’. Of nee, eigenlijk naar de tijd daarvóór, toen we elkaar gewoon zeiden wat we ergens van vonden. Niets onder stoelen of banken staken.

Ik kon me niet meer herinneren hoe de vergadering was geëindigd. Met een terugblik op het proces, waarschijnlijk. Het is een wonder dat we het einde nog gevonden hebben!

De vrouw achter het glazen tussenschot glimlachte naar mij. Ze wees naar haar linkeroor en daarna naar mijn oor.

‘Mooie baard hoor, maar u bent een stukje vergeten, er zit daar nog een rare krul bij uw oor,’ zei ze.

Feedback!

Nadat ik mezelf weer in de spiegeling van het glas gevonden had, kamde ik zorgvuldig de wilde pluk weg. Grinnikend…

Ik zou gezworen hebben dat ergens achter in de bus mijn moeder in lachen uitbarstte.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.